Recensie

Hoe schrijf je over de niet-witte, minder-geprivilegieerde ander?

Lisa Halliday In de bekroonde debuutroman van deze Amerikaanse schrijfster komen verschillende verhalen samen. Van een verhouding tussen een uitgeefassistente en een schrijver tot een Amerikaanse moslim.

Lisa Halliday thuis, in haar appartement in Milaan.

Lisa Halliday, 41, ontving in de Verenigde Staten nog vóór haar romandebuut Asymmetry verscheen een Whiting Award. Prestigieus: Hallidays voorgangers zijn onder anderen David Foster Wallace en Colson Whitehead. Winnaars worden aangewezen door een ‘kleine groep erkende schrijvers, literatuurwetenschappers en redacteuren’.

Dat zegt iets over het soort roman dat ze schreef; Halliday kent haar pappenheimers en schrijft erover in wat in The New York Timesa scorchingly intelligent first novel’ wordt genoemd. Verzengend, verschroeiend intelligent dus, dit boek dat uit drie delen bestaat, waarvan vooral de (a)symmetrie tussen het tweede en de andere delen alom evenveel vragen als bewondering oproept. Betreft de pappenheimers: Halliday werkte jarenlang bij een literair agentschap waar ze kennismaakte met de fine fleur van de Amerikaanse letteren, onder wie Philip Roth. Kort hadden Halliday en Roth een relatie, ze bleven goed bevriend.

Dat het eerste deel van Asymmetry gaat over de verhouding tussen uitgeefassistente Alice en Nobelprijskandidaat Ezra Blazer heet geen toeval, al laat Halliday nergens na te benadrukken dat het hier fictie betreft. Vast staat dat Ezra Blazer een personage is dat meer is dan een flauwe kopie van zijn inspirator. Laten we wel wezen: in zekere zin was Roth behalve een literaire grootheid net als ieder ander een type – hier teder en genadeloos gevangen door Halliday.

Lees ook: Seks, Amerika en de Joodse middenklasse: het oeuvre van Philip Roth

Het is 2002. Amerika staat op het punt Irak binnen te vallen. Blazer, griezelig zeker van z’n zaak, besluit een veertig jaar jongere vrouw zijn hol in te slepen. ‘Are you game?’ vraagt hij haar (losjes vertaald: ‘In voor een uitdaging?’, al mis je dan nog alle betekenissen van het multi-interpretabele slang-woord game: een spel, iets spannends, wild, prooi…), nadat hij een ijsje voor haar heeft gekocht. Alice is zeker game, al weet ze niet helemaal waarom, maar goed, ze weet zoals het twintigers in stadsliteratuur betaamt niets zeker, die ouwe knar kan er ook nog wel bij.

In wat volgt bepaalt de charmante, berekenende schrijver de koers. Hij onderwijst Alice in (Holocaust)literatuur, meet haar een alter ego aan, laat haar boodschappen doen, overlaadt haar met peperdure cadeaus. Hij heeft de macht.

Alice vraagt zich terloops af of ze zich als witte vrouw in een moslim zou kunnen verplaatsen.

Wat drijft Alice toch om bij de schrijver en zijn ouderdomskwalen te blijven? Je komt weinig over haar te weten, behalve dat ze met haar vader een problematische band heeft, inderhaast verklaard in een wat geforceerde jury duty-scène. Is er sprake van een (zucht) vadercomplex? Nee, dat zou te lui lezen zijn, en Halliday is niet op haar achterhoofd gevallen.

Reanimatie-grappen

Illustratie: Anne van Wieren

Alice doet, ondanks de lol en de liefde die Blazer en zij wel degelijk beleven (hij is ongelooflijk grappig, zij ook, getuige haar reanimatie-grappen, ze kijken honkbal, zorgen voor elkaar), weinig meer dan wachten. Op het einde van de verhouding, op dat briljante idee voor een roman die ze wil schrijven, op een leven dat verderop wel eens mooi zal worden. Een notitie van Blazer die ze vindt op z’n bureau is profetisch: ‘You are an empty vessel for a long time, then something grows that you don’t want, something creeps into it that you actually cannot do […] An artist, I think, is nothing but a powerful memory that can move itself at will through certain experiences sideways.

Writing about myself’, zegt Alice later tegen Ezra over haar heimelijke schrijfambities, ‘doesn’t seem important enough.’

As opposed to?

War. Dictatorship. World affairs.

Forget about world affairs. World affairs can take care of themselves.’ […] ‘importance comes from doing it well.

De (a)symmetrie waar Hallidays roman op is gebouwd valt uit deze en de daarop volgende passage te extraheren. Oud (doorleefd!) versus jong (hoe beweeg je je, met al je privileges, door een wereld die in brand staat?), de eigen al dan niet valse herinneringen en het lenen van die van een ander – Alice vraagt zich terloops af of ze zich als witte vrouw in een moslim zou kunnen verplaatsen. De (a)symmetrie ook, tussen de schrijvende man (een man schrijft over zichzelf en schrijft over de wereld) versus de schrijvende vrouw (een vrouw schrijft over zichzelf en je hebt alleen die, of hoogstens ‘de’ vrouw).

Lees ook: In de literatuur is de vrouw nog steeds een cliché

Inderdaad is ook hier weer de (fysieke) vrouwelijkheid van Alice explicieter aanwezig dan haar drijfveren. In de menstruele cyclus, het groeien en slinken van borsten, een suggestieve folder van een abortuskliniek. En zij maar wachten. Als die ‘empty vessel’, dat lege vat. Halliday speelt met de dubbele betekenis van die uitdrukking. Is Alice leeg, alleen een lichaam, omdat ze vooralsnog geen eigen richting kent en haar schrijverschap zal ontluiken in de vorm van thematiek die niet ‘kan’, of is ook dat lichaam leeg? Wat groeit er, dat ze niet wil?

Wie ook wacht, is – denk terug aan de vraag die Alice zichzelf stelt – Amar Jafaari, in het tweede deel van de roman. Geboren in een vliegtuig onderweg van Irak naar de VS heeft hij twee paspoorten. Nu is het 2009 en wordt de econoom op het vliegveld van Londen vastgehouden. Hij wil een vriend bezoeken, later doorreizen naar zijn broer in Sulaymaniyah, Iraaks Koerdistan. Zijn religie, reisdoel en afkomst maken hem verdacht.

Jafaari is geen leeg vat. Wachtend en tussen verhoren door grijpt hij terug naar zijn (soms vertekende) herinneringen. Aan opgroeien in Amerika. Aan liefdes, zijn geloof in Allah, eerdere reizen naar Irak en Koerdistan. Niets doen terwijl er oorlog is, nooit iets doen, terwijl hij met zijn Amerikaanse nationaliteit bij wijze van spreken zelfs president zou kunnen worden, altijd maar wachten op later als het beter is (‘knowing I’ll feel good later makes me feel good enough now’). Dit in tegenstelling tot zijn geëngageerde broer, die blijft verdwijnen. Eerst uit Amerika, om zich als arts in Irak te vestigen, en vervolgens van de kaart. ‘Gewist’, denkt Jafaari daarover.

Tegeltjeswijsheden

Illustratie: Anne van Wieren

Zou dit een verwijzing zijn naar Percival Everett’s Erasure? Een roman uit 2001, over literatuur en het literaire klimaat, de positie van een zwarte schrijver daarin, die van de weeromstuit ‘de zwarte schrijver’ gaat parodiëren. Complexer en academischer dan Asymmetry maar even vol van raadsels voor de lezer. Of doet ondergetekende lezer nu een beetje te moeilijk, begint die verbanden te zien waar ze niet liggen? Kennelijk nodigt Hallidays proza daartoe uit.

Veel contemplaties eindigen in weeïge tegeltjeswijsheden

Hoe dan ook: Jafaari’s wachten is onheilspellend. Hij begrijpt de wettelijke procedures ‘and yet (…) I began to have the sinking feeling you get when you agree to a game of Tic-Tac-Toe in which the other person gets to go first.’ Macht en machteloosheid.

Hoewel Amar, Ezra en Alice niet méér van elkaar konden verschillen, is er sprake van thematische overlap. Wachten, macht, het problematiseren van herinneringen, vruchtbaarheid, (n)iets doen. Ook zijn de personages een soort wandelende bibliotheken en de roman daarmee nogal een omgevallen boekenkast, hoewel dat, gezien de rol van literatuur erin, niet erg verwonderlijk is.

Een verdacht toevallige overeenkomst tussen vooral Amar en Alice is hun neiging tot filosofische, essayistische contemplaties die eindigen in weeïge tegeltjeswijsheden. Amar: ‘The problem with the idea that history repeats itself is that when it isn’t making us wiser it’s making us complacent.’ Alice: ‘Everyone’s hourglass was running down […] As soon as you are born the sand starts falling and only by demanding to be remembered do you stand a chance of it being upturned again and again.

Zomer! Tijd voor het uitvoeren van goede lees-voornemens. Nu: vrouwelijke auteurs. : Deze zomer alleen maar vrouwen lezen

Een andere overeenkomst tussen die twee: in beide delen van de roman worden terloops actualiteiten ‘gedropt’, door de personages flarden nieuws te laten opvangen. Heel Keurig en Urgent van Halliday, op het aangeharkte af. De crux is natuurlijk dat de lading die de actualiteiten hebben afhankelijk is van wie ze hoort.

In het laatste deel van de roman wordt Ezra Blazer geïnterviewd in The Desert Island Discs, een bestaand radioprogramma. De schrijver toont zich in 2011 nog altijd een onverbiddelijke vrouwenverslinder, en heeft een duidelijke poëtica. Ook hier de vraag hoe betrouwbaar herinneringen zijn, en hoe ver je als schrijver van jezelf af kan drijven: ‘Our memories are no more reliable than our imaginations’, zegt Blazer. ‘But I’m the first to admit it can be irresistible, contemplating what’s “real” versus “imagined” in a novel.

De niet-witte, minder-gepriviligieerde ander

Het interview zou zo een transcriptie kunnen zijn van een werkelijke uitzending. Maar ook een soort meta-exercitie van Halliday. Alsof ze wil zeggen: ik weet het, jongens, jullie zijn tussen de regels door naar Roth aan het graven, dat is onvermijdelijk. Het lijkt zelfs een beetje alsof Halliday zich indekt. Zo laat ze Blazer reflecteren op de roman van ‘een jonge vriendin van me’, ‘About the extent to which we’re able to (…) imagine a life, indeed a consciousness, that goes some way to reduce the blind spots in our own.’ Een roman die, aldus de oude man, oppervlakkig gezien niets met de auteur te maken heeft, maar in feite een versluierd portret is van iemand die vastbesloten is haar eigen komaf te overstijgen, haar privileges, haar naïviteit.

Op een festival krijgen de vrouwelijke auteurs vragen over de combinatie van werk en gezin, en zijn de ‘literaire’ vragen voor Philip Huff. En hij zegt er – tot zijn schaamte – niets van.: Man, sta je privileges af

Is de lezer hier getuige van de schrijver Halliday die zich, overbewust van het verhitte literaire toe-eigeningsdebat, in bochten wringt om toch over een niet-witte, minder-geprivilegieerde ander te kunnen schrijven? Die zelfs in bochten ligt om in godsnaam maar fictie te kunnen produceren?

Daarmee bevat Asymmetry niet alleen een breed register aan stemmen, maar reflecteert ook ontegenzeggelijk op het huidige literair-maatschappelijke klimaat in de VS en West-Europa. Tenminste, dat is een mogelijke interpretatie.

Ja: Halliday weet precies waar ze mee bezig is. Ze weet hoe een tekst altijd vragen oproept en hoe de lezer zelf verbanden verzint om tot een bevredigend antwoord te komen, zoals ook herinneringen aan willekeurige gebeurtenissen achteraf ineens lijken te kloppen met een lot. Als je lang genoeg naar iets staart, bestaan er geen toevalligheden meer, of zie je op z’n minst de rafelige verbanden tussen alles wat er te zien is, paradoxaal genoeg zoveel verbanden dat alles net zo goed toeval kan zijn.

En dat is waar Halliday, aangeharkt of niet, scherpzinnig op aanstuurt. Zoeken. Tegelijkertijd alles en niets vinden. Je een roman toe-eigenen door hem zelf in te vullen.

    • Roos van Rijswijk