Opinie

    • Arjen Fortuin

Hoe Russen kijken naar het stalinistische verleden

Zap We zagen deze weken vooral de aangeharkte Russische werkelijkheid op tv. De documentaire ‘De rode ziel’ gaat over de minder aaibare aspecten van Rusland.

Stalin wordt de trap op gedragen in De rode ziel (EO).

Na alle uren die zijn besteed aan de aangeharkte Russische werkelijkheid van een niet nader te noemen sportevenement, besloot NPO 2 woensdagavond laat de aandacht te verleggen naar de minder aaibare aspecten van het rijk van ‘Vladimir de Vierde’ en zijn bewoners. De EO zond de documentaire De rode ziel uit, waarin Jessica Gorter zich verdiept in hoe ogenschijnlijk willekeurige Russen zich rekenschap geven van het stalinistische verleden.

De openingsscène is er een om in te lijsten: we zien twee oude dametjes op het Rode Plein. Ze zijn van het type dat je zou helpen met oversteken als het plein niet al autovrij was. „Let op”, zegt het ene oude dametje zodra de camera draait. „Nu gaan ze ons provoceren.”

Gorter stelt, op de verjaardag van Stalin, een vrij onschuldige vraag over hun herinneringen aan de sovjettijd. Die associëren ze vooral met de overwinning in de oorlog, met de grootsheid van hun land, met mensen in de ruimte.

Een zeer oude vrouw die zich bij de groep gevoegd heeft, relativeert de misdaden. „Al die mannen die terug kwamen uit, hoe heet het ook alweer, die waren beresterk geworden.” De Goelag als fitness – zo had ik het nog niet bekeken.

Gorter filmt met veel geduld. Ze laat de Russen in haar film rustig hun verhaal vertellen: de oude stalinisten op het Rode Plein, een schoolklas waar blijkt dat veel ouders het onderwerp ontwijken, een man die zijn zoon aan drugs heeft verloren en terugverlangt naar de heilstaat waarin dat soort ellende officieel niet voorkwam was. Je voelt met hem mee.

Heel mooi is het portret van de twee bejaarde zussen wier moeder werd gearresteerd en tewerkgesteld in het door dwangarbeiders opgebouwde Severodvinsk. Voor de film gaan ze terug naar die stad. Ze posteren zich op de straathoek waar ze ooit hun moeder zagen lopen. „Daar kwam ze langs”, zegt de ene zuster. „Ze wist niet dat we haar zochten”, zegt de ander. „Anders had ze wel gekeken.”

Aanwijzingen voor massagraven

Er zijn mensen die proberen de geschiedenis alsnog vast te leggen, zoals een historicus in het verste en meest stoffige hoekje van de Russische Nationale Bibliotheek. „Men wil het niet lezen. Men wil het niet geloven”, zegt hij.

Er is de grijsbebaarde man die met zijn kleindochter het bos in trekt, op zoek naar aanwijzingen voor massagraven. Hij vindt slechts berenpoep en maant het meisje dicht bij hem in de buurt te blijven.

We zien een vrouw met een plastic tasje door de natuur lopen. Ze peutert iets uit de dorre grond. „Dit is een stuk scheenbeen”. Daarop volgen een kies, een rib, een halswervel en een stukje schedel. Alles verdwijnt in de plastic tas. „We denken dat hier 20.000 vermisten liggen. In twintig jaar hebben we 83 namen achterhaald van mensen van wie hier resten zijn gevonden.”

Heel anders is de sfeer bij de ‘jonge historici’ die in eendere helblauwe t-shirts, samenkomen op de Krim. Daar „op de bakermat van de Russische orthodoxie” krijgen ze een afwisselend programma van feest, toespraken en sport. De leiders van de toekomst. Mooi, jong en frisgewassen bespreken ze voor de camera van De rode ziel de argumenten vóór en tegen Stalin. De voorstanders hebben het hoogste woord. „Pas over een tijdje zullen we een oordeel kunnen vellen over die periode”, zegt een van de jonge historici. „Eerst moeten alle betrokkenen dood zijn.”

Het was misschien niet helemaal zo bedoeld, maar dat klonk huiveringwekkend. Voor de geschiedschrijving in Rusland – en voor de toekomst van de mensen die er wonen.

    • Arjen Fortuin