Recensie

Stadsmens in de natuur-boek leidt tot veel clichés

Paolo Cognetti Het literaire essay De buitenjongen is geen nieuw boek, maar een voorstudie van de Italiaanse succesroman. Thema’s en onderwerpen komen dus overeen, maar je loopt wel tegen te veel kitsch en stilistische onbeholpenheid aan.

Dat het nu vertaalde De buitenjongen van Paolo Cognetti min of meer een voorstudie is van de succesroman De acht bergen (2017), kun je er maar beter van tevoren bij weten. Hij schreef het jaren ervóór en je kunt veel van de decors, onderwerpen en gevoelens die in dit literaire essay langskomen herkennen uit de roman – in onrijpe vorm.

Lees ook het interview met Paolo Cognetti: ‘In de bergen kan ik alles op mijn manier doen’

Jaren geleden, toen zijn leven in het slop zat, ging de Italiaanse schrijver Cognetti (1978) terug naar de bergen waaraan hij zulke mooie jeugdherinneringen koesterde. ‘Tien maanden per jaar voelde ik me gevangen in nette kleren en in een gezagssysteem vol regels waaraan je je diende te houden; in de bergen schudde ik dat allemaal van me af en gaf ik mijn ware aard de ruimte.’ De bergen waren ‘altijd de meest volmaakte belichaming van het begrip vrijheid geweest’, schrijft hij onomwonden – en enigszins onbeholpen. (Bergen die een ‘belichaming’ zijn, dat is geen scherpe metafoor, en waarom moest er zo stijfjes ‘het begrip’ voor ‘vrijheid’ staan?)

Het boek is eerder een verslag dan een verhaal van een jaar in de bergen. Cognetti woonde in een hut op een alm (een alpenweide), maakt verkenningstochten, sluit vriendschap met zijn verlegen buurmannen. En al het samen bomen omzagen, noest hooien en alleen bergwandelingen maken, leidt er vooral toe dat hij zichzelf tegenkomt: hij voelt zich weer verbonden met zijn gevoel, zijn lichaam, maar blijft ook vergeefs vluchten voor zichzelf.

Dat zijn clichés en dit essay slaagt er helaas niet in om daaraan te ontsnappen door het onderwerp eigenzinnig en oorspronkelijk in te vullen. De buitenjongen is het proza van een prototypisch stadsmens-in-de-natuur. Zijn beschrijvingen blijven vaak oppervlakkig en eendimensionaal, en als hij extra zijn best doet, kukelt Cognetti nogal eens in de afgrond van de kitsch. Zo stelt hij zich het gevoel van zijn almhut voor, of treurt hij om een omgevallen lariks: ‘De takken vol knoppen zakten weg in de sneeuw en ik had het idee hem als een dier in doodsnood te horen reutelen.’ Dat romantische, verse ontzag van de stadsmens voor die zo onbarmhartige natuur leidt tot bombast, wat nog eens versterkt wordt door vele archaïsche woorden. Een marmot ‘talmde’ op de ‘drempel van zijn hol’, terwijl zijn ‘metgezellen’ die ‘een goed heenkomen zochten’.

Lees ook de recensie van bestseller De acht bergen: Twee jongens in bezit van de bergen (●●●●)

Zo is het niet de hele tijd – maar het literaire niveauverschil met De acht bergen blijft groot. Die roman is zorgvuldiger geschreven, heeft een verhaal en de natuur vormt er een betekenisvol decor, geen larmoyant doel op zich.

    • Thomas de Veen