Ortega klampt zich op bloedige wijze vast aan de macht

Nicaragua

Het geweld in Nicaragua piekt opnieuw nu president Ortega ondanks groeiende kritiek geen vervroegde verkiezingen wil. Ook de Kerk wordt mikpunt.

Kardinaal Brenes (linksboven) komt aan bij de kerk waar betogers schuilen die van hun barricades (rechtsboven) verjaagd zijn. In de kerk kregen ze bezoek van sandinistische knokploegen (rechtsonder) die al veel betogers doodden (linksonder). Foto’s AFP/Reuters

Bijna drie maanden na het uitbreken van grote maatschappelijke onrust in Nicaragua dreigt het geweld in het Midden-Amerikaanse land verder uit de hand te lopen.

In weerwil van groeiend verzet van studenten, de oppositie, mensenrechtenorganisaties, de Katholieke Kerk, het bedrijfsleven en de regionale landenclub OAS blijft president Daniel Ortega stevig vasthouden aan de macht. Sinds de eerste protesten, half april, zijn nu circa 300 mensen omgekomen: in overgrote meerderheid betogende burgers die zijn doodgeschoten door politie en knokploegen loyaal aan de regering.

De volkswoede richtte zich aanvankelijk op een pensioensversobering. Ze keerde zich al snel ook tegen Ortega en zijn vicepresident (en echtgenote) Rosario Murillo. Betogers verwijten het presidentspaar een autoritaire regeerstijl, die zich onder meer uit in het gewelddadig neerslaan van de protesten. Ex-guerrillaleider Ortega, die het land eerder elf jaar bestuurde na de sandinistische revolutie van 1979, regeert sinds 2007.

De situatie escaleert nu hij zaterdag liet weten dat hij geenszins bereid is de verkiezingen te vervroegen naar 2019. De OAS, de Kerk en de oppositie hadden een vervroegde stembusgang voorgesteld als uitweg uit de politieke impasse. Ortega wil echter zijn hele termijn (tot eind 2021) uitdienen.

Zondagochtend gaf de regering een communiqué uit waarin ze aankondigde dat „de staat de wet weer gaat handhaven”. De betogers op de barricades werden weggezet als „terroristen die honderden burgers hebben vermoord, gemarteld en ontvoerd”.

Hiermee gaf Ortega zijn politie en stoottroepen opdracht tot een gewelddadige „grote schoonmaak”, klaagde het nationale mensenrechtencentrum Cenidh. Zondag beleefde Nicaragua zijn bloedigste dag in 2,5 maand tijd toen bij botsingen rond oppositieblokkades zeker 38 mensen omkwamen. De dodelijke slachtoffers vielen vooral onder de betogers tegen de regering (31 doden), die door de politie (4 doden) en de sandinistische knokploegen (3 doden) verwijderd werden van hun wegversperringen.

Ook de Kerk werd mikpunt, nadat enkele verjaagde betogers zich verschansten in de basiliek van de kathedraal van Diriamba, nabij oppositiebolwerk Masaya. Maandag kregen zij daar bezoek van kardinaal Leopoldo Brenes, een hulpbisschop en de nuntius (de ambassadeur van het Vaticaan in het land). Zij wilden bemiddelen over een vrijgeleide voor de omsingelde betogers, onder wie enkele medische vrijwilligers.

Bij de kerk werden de geestelijken belaagd door gemaskerde mannen die hen intimideerden. De hulpbisschop raakte bij deze schermutselingen gewond aan zijn arm. De bisschoppenconferentie zette foto’s van die verwondingen op Twitter en klaagde dat „bendes hen opwachtten speciaal om hen fysiek aan te vallen. Heer, vergeef ze, want ze weten niet waar ze mee bezig zijn”.

    • Merijn de Waal