‘Neonazi-wijk’ is nu een idylle met trapveldjes en waterpartijen

Duitsland

Deze woensdag werd vonnis gesproken in het proces tegen de extreemrechtse terreurgroep NSU. De hoofdverdachte Beate Zschäpe is tot levenslang veroordeeld. In broedplaats Jena brachten mensen tien jaar geleden nog de nazigroet op straat.

In Winzerla staat veel groen tussen de goed onderhouden flats, die niet meer dan vijf of zes etages hoog zijn. Foto Tino Zippel

Toen dominee Friederike Costa in Winzerla kwam wonen schrok ze wel. Dat hier eind jaren negentig een extreemrechtse terreurgroep was ontstaan, was destijds nog niet bekend. Wel dat deze buitenwijk van het Oost-Duitse Jena, met zijn typische eenvormige DDR-flats, een probleembuurt was. Maar dat op straat mensen openlijk de Hitler-groet brachten, in Duitsland bij wet verboden, had dominee Costa niet verwacht.

„Dan stapte een overbuurman uit zijn Mercedes en begroette hij met gestrekte arm een bekende die op een balkon stond. Ik wist niet wat ik zag.” Ze vertelt het op de begane grond van zo’n betonnen Plattenbau-flat, waar het parochiehuis van haar kerk is gevestigd.

Lees ook: Levenslang voor Duitse hoofdverdachte extreem-rechtse terreurgroep

Dat was 2006. Inmiddels is er hier veel veranderd, vooral sinds in 2011 aan het licht kwam dat neonazi’s uit Winzerla achter een reeks racistische moorden zaten, die tussen 2000 en 2007 verspreid door Duitsland werden gepleegd. In een lokaal jeugdhonk hadden ze elkaar leren kennen en waren ze geradicaliseerd. Ze noemden zich Nationalsozialistischer Untergrund (NSU).

Broedplaats NSU

Deze woensdag werd de hoofdverdachte van de NSU, Beate Zschäpe, tot levenslang veroordeeld, wegens medeplichtigheid aan tien moorden en lidmaatschap van een terroristische organisatie. De twee jeugdvrienden die met haar de NSU vormden, waren in 2011 dood gevonden in een camper. Vier helpers, deels ook uit Winzerla, kregen straffen variërend van 10 tot 2,5 jaar cel.

„De jaren negentig waren hier een tijd van enorme verandering”, vertelt dominee Costa. „Het einde van de DDR was een bevrijding voor de mensen, maar de Oost-Duitse economie had geen enkele kans om in het verenigde Duitsland te overleven. Fabrieken sloten. Massaal raakten mensen werkloos. En op eigen initiatief iets anders ondernemen, had de DDR haar burgers niet bijgebracht. Er heerste grote uitzichtloosheid.”

De nieuwe staat had zich na de ondergang van de DDR niet meteen gevestigd. Wie deel van het oude systeem was, verloor behalve zijn baan vaak ook zijn gezag: ouders, leraren, rechters, de pers. Ook de politie moest haar nieuwe rol nog vinden. Op straat waren de sporen van de omwenteling jaren later nog te zien: in Winzerla stonden flats waar militairen van het Sovjet-leger hadden gewoond leeg, de ruiten ingegooid.

Vrolijke gebouwen

Wie nu door Winzerla loopt, treft een op het eerste gezicht bijna idyllisch oord met een dorpse sfeer. Veel groen tussen de goed onderhouden flats, die niet meer dan vijf of zes etages hoog zijn. Nergens is leegstand. Graffiti is er vrijwel niet, wel veel speeltuinen, trapveldjes, kleine waterpartijen en sculpturen.

Op een zomerse ochtend is het rustig, er lopen wat mannen en vrouwen met kinderwagens of rollators op straat, sommigen met hoofddoek. Voor een supermarkt zitten twee mannen en een vrouw in de zon te roken met een halve liter bier in hun hand.

Op een stoep in Jena staan de namen van de tien slachtoffers van de NSU geschreven. Foto Thomas Beier

Rustig is het ook bij jongerencentrum Hugo. „Vakantietijd”, verklaart leidster van Hugo, Katja Eberhardt, bijgenaamd Hugo-Boss. Het jeugdhonk waar in de jaren negentig de extreemrechtse jeugd het hoogste woord voerde, vijftig meter verderop, bestaat niet meer.

In plaats daarvan heeft de stad voor de jeugd een fris roze, blauw en groen geschilderd gebouwtje neergezet. Het is voorzien van een repetitieruimte voor muziek met een drumstel en geluidsapparatuur, een kleine studio om radioprogramma’s te maken, een lokaal met luie banken om te hangen, te schilderen en te internetten, een eetkamer met keuken en een filmzaaltje. Menige andere Duitse stad zou jaloers zijn op zo’n goed uitgerust jeugdcentrum, erkent Eberhardt.

„In de jaren negentig zijn fouten gemaakt, ook in pedagogisch opzicht. Die jongeren met hun extreemrechtse ideeën kregen in het toenmalige jeugdhonk een platform. De stad had moeten ingrijpen, maar liet ze begaan.

„Nu tolereren we dat niet meer. Als iemand racistische taal uitslaat, gaan we het gesprek aan. We willen uitvinden of ze zomaar wat napraten, of dat het gemeend is. Politieke vorming is deel van ons werk. Wie kleding draagt van merken die met extreemrechts worden geassocieerd, komt er hier niet in. Veel problemen hebben we niet meer, maar één keer hebben we een hele groep de toegang moeten ontzeggen.

Lees ook het verhaal met de zoon van de man die het eerste dodelijke slachtoffer van de NSU werd: 'Door racisme zijn de daders niet eerder gepakt'

„Dit mag geen plaats zijn waar andere jongeren zich onveilig voelen. Winzerla is een prettige wijk: sociaal gemengd, met gezinnen, alleenstaande moeders, mensen met migratie-achtergrond en studenten.” Als jongerenwerkers houden ze altijd in hun achterhoofd dat de NSU zich hier heeft ontwikkeld. Ze zien het als waarschuwing.

Auschwitz

Vanuit dezelfde gedachte gaat Michael Dietzel, een oud-metselaar en nu al jaren jeugdwerker in Winzerla, jaarlijks met een groep middelbare scholieren een hele week naar Auschwitz. „Voor we naar het vernietigingskamp gaan, verblijven we eerst een dag in het Poolse stadje bij het kamp, Oswiecim, waar we bijvoorbeeld een tentoonstelling bekijken. Het hele programma is erop gericht onze kiddies een gevoeligheid bij te brengen voor wat er gebeurd is – en daar heb je tijd voor nodig. Deze generatie heeft geen schuld, zeg ik altijd, maar wel een verantwoordelijkheid.”

En werkt het? „We planten een zaadje. Ik kan niet garanderen dat het opkomt, en zeker niet bij allemaal. Sommige jongeren die zijn meegegaan, komen toch in extreemrechts vaarwater terecht. Maar ik loop soms mensen tegen het lijf die zeggen: ik weet niet meer hoe u heet, maar met u waren we in Auschwitz. Dan heeft het indruk gemaakt.”

Hakenkruis overgeschilderd

Openlijke neonazi’s zie je al een paar jaar niet meer in Winzerla, zeggen veel bewoners en buurtwerkers. „En zodra ik ergens een hakenkruis op een muur of een raam zie”, zegt een medewerker van een lokale organisatie tegen racisme en vreemdelingenhaat, „bel ik de stadsreiniging. Die maken het altijd binnen een paar dagen schoon.”

De meeste extreemrechtse jongeren van destijds zijn inmiddels getrouwd, hebben kinderen en zijn minder fanatiek geworden of tonen het minder. De echt overtuigde neonazi’s dragen hun overtuiging uit in andere steden waar ze minder op de huid worden gezeten, bij neonazi-concerten, demonstraties en aanslagen op asielzoekerscentra - maar niet meer in Winzerla.

‘Zodra ik ergens een hakenkruis op een muur of een raam zie bel ik de stadsreiniging. Die maken het altijd binnen een paar dagen schoon.’

„Mede dankzij Europese subsidies hebben we allerlei voorzieningen kunnen opzetten en gezorgd dat ze uit het openbare leven zijn verdrongen”, zegt dominee Costa. „Maar dat betekent niet dat ze hier niet meer wonen. In 2015 kregen we hier 53 vluchtelingen. Op een dag ging ik met de hele groep wandelen. Langs de kant van de weg stond een boze man die de Hitlergroet bracht. Een Arabische jongen dacht dat hij een high five wilde geven, en beantwoordde het gebaar vriendelijk. Een culturele misverstand waar we erg om hebben gelachen.”

Liever punk dan neonazi

Tina Jäger (31, opgegroeid in Winzerla) had nooit veel met politiek. Ook niet toen ze als scholier in contact kwam met de neonazi Ralf Wohlleben, die vlakbij woonde. Woensdag is hij tot tien jaar cel veroordeeld voor hulp aan de NSU.

„Ik dacht niet in termen van links of rechts. Een vriendin probeerde me in dat extreemrechtse kringetje te trekken. Maar ik vond het geen prettige mensen. Ik had een hanenkam en wilde liever punk zijn.”

Inmiddels is Jäger al zeven jaar getrouwd met een Syrische man. Ze wonen heel tevreden in Winzerla, bevestigt ook softwareprogrammeur Neruda Alkhalil. „Problemen heb ik hier nooit.”

Jäger zegt dat ze pas politiek bewust is geworden sinds ze met een Syriër is getrouwd. „Ik weet dat er hier mensen zijn, vooral ouderen, die niet kunnen uitstaan dat een Duitse vrouw met een buitenlander is. Soms zie ik ze kijken. Maar ze zeggen niets.”

    • Juurd Eijsvoogel