Ruitengooier van joods restaurant: ‘Ik zag alleen die Israëlische vlag’

Rechtszaak

Saleh A. vernielde de ruiten van joods restaurant HaCarmel in Amsterdam. Van de rechter hoeft hij niet terug de cel in.

Het koosjere restaurant HaCarmel aan de Amstelveenseweg, nadat een Palestijns-Syrische man de ruiten ervan had ingeslagen. Foto Koen van Weel/ANP

Hij was „heel opgewonden” toen het gebeurde. „Ik dacht: ik dóé iets. Maar toen ik later zag wat ik gedaan had, schrok ik.” Saleh A. doet duidelijk zijn best om berouw te tonen. Maar toch: méér dan een impulsieve daad was het niet. „Ik had alleen die Israëlische vlag voor ogen.”

In december vorig jaar werd de Palestijns-Syrische vluchteling Saleh in één klap landelijk nieuws door zijn aanval op het koosjere restaurant HaCarmel in Amsterdam. Getooid met Palestijnse sjaal en vlag vernielde hij schreeuwend de ruiten van het restaurant. Hij ging naar binnen en nam een Israëlische vlag mee, waarna hij door de politie werd gearresteerd. Woensdag stond hij terecht in de rechtbank in Amsterdam, voor vernieling en diefstal – níét voor geweldpleging of een terroristisch motief.

De zaak-HaCarmel zorgde voor veel beroering in de joodse gemeenschap. Tweede Kamerleden kwamen uit solidariteit eten. De aanval werd een symbool voor groeiend antisemitisme onder moslims – en van de impact die het Israëlisch-Palestijns-conflict buiten de landsgrenzen heeft.

Bij een eerdere zitting, eind december, besloten de rechters dat de verdachte eerst maar eens nader onderzocht moest worden door een psycholoog. Sindsdien is er „het nodige gebeurd”, zoals de voorzitter van de meervoudige strafkamer droogjes vaststelde. A. maakte ruzie met de reclassering, kwam niet opdagen bij afspraken. Als gevolg daarvan bracht hij 52 dagen door in voorlopige hechtenis, hoewel hij aanvankelijk op vrije voeten gesteld was.

De rechter wilde woensdag meer duidelijkheid over het motief van A., maar veel nieuws kreeg hij niet te horen. De 29-jarige Syriër, een tengere man in een zwarte capuchontrui, vertelde via zijn tolk dat er iets geknapt was toen hij hoorde dat president Trump de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem zou verplaatsen. Hij had een houten stok gepakt en was naar HaCarmel gegaan.

„Maar wat hebben die mensen van het restaurant ermee te maken?”, wilde de rechter weten. Geen antwoord.

A. sprak zichzelf ook tegen. Eerst bood hij zijn excuses aan, later zei hij „geen spijt” te hebben van zijn „actie tegen president Trump”. „Alleen dacht ik later: waarom moet ik Nederland daarvoor laten boeten?”

De rechter: „Dat is precies de vraag die ik u wilde stellen.”

Terroristisch motief?

In zijn requisitoir ging de officier van justitie uitgebreid in op de vraag die boven deze zaak hangt: waarom wordt A. niet vervolgd voor een terroristisch motief? Omdat daar geen enkele aanwijzing voor is, zo zei hij. A. mocht tijdens het inslaan van de ruiten dan ‘Allahu akbar’ (Allah is groot) geroepen hebben – hij was vooral in de war. Wel was er sprake van een ‘discriminatoir aspect’, aldus de officier: A. had een zaak uitgezocht met een „onmiskenbaar joodse identiteit”. Dat heeft een enorme impact gehad op de eigenaren van HaCarmel en de joodse gemeenschap als geheel – en weegt dus mee in de strafeis: 52 dagen onvoorwaardelijke celstraf, plus drie maanden voorwaardelijk.

De officier toonde compassie met A. Hij heeft „onwaarschijnlijk veel ellende meegemaakt” in zijn leven: opgegroeid in een Syrisch vluchtelingenkamp, zijn vader én broer verloren door aanvallen van IS, via Libië met een boot naar Europa gekomen, onderweg gekapseisd en in Nederland ook nog zijn vier maanden oude dochtertje verloren.

Uit rapporten van reclassering en een psychiater blijkt dat A. lijdt aan een ernstige vorm posttraumatische stressstoornis. Ook heeft hij een lichte verstandelijke handicap en gebruikt hij te veel cannabis. Zijn leven in Nederland is een zootje: hij is gescheiden, ligt met zijn ex-vrouw overhoop over de voogdij van hun zoontje, heeft geen werk en „spreekt de Nederlandse taal bijzonder slecht”, aldus zijn advocaat.

Stemmingmakerij

In de rechtszaal beloofde A. plechtig beterschap. „Ik ben ouder geworden, wil een beter leven leiden”, zei hij. En: „Ik heb mezelf beloofd dat ik geen problemen meer wil veroorzaken.” Ook wees hij erop dat hij geen strafblad heeft.

Het OM dacht er anders over. De officier vreest dat hij vanwege zijn persoonlijke problemen weer geweld zal gebruiken, en eist daarom dat hij verplicht begeleid gaat wonen.

De advocaat van A. betwistte de feiten niet. Hij gaf zelfs „een groot compliment” aan de politie en het Openbaar Ministerie omdat ze „het hoofd koel gehouden hadden en niet gevoelig waren voor stemmingmakerij”. Hij voer uit tegen de media, die A. zouden hebben afgeschilderd als „terrorist en Syriëganger”. Maar A. is niet eens een antisemiet, zo betoogde hij. „Hij heeft geen hekel aan Joden, alleen aan het Israëlische leger.” Anders had A. wel een ander koosjer restaurant als doelwit gekozen, dat dichter bij zijn huis is maar – anders dan HaCarmel – „géén Israëlische vlag buiten heeft hangen”.

De rechters kwamen, heel ongebruikelijk, binnen een uur met hun vonnis. „Dan is het voor iedereen meteen duidelijk.”

Ook zij zagen „geen terroristische bedoelingen”. Wel vonden ze zijn actie „ontwrichtend voor de samenleving en voor deze stad”. Ze veroordeelden A. tot tien weken gevangenisstraf, waarvan zes onvoorwaardelijk. Omdat hij al langer dan zes weken in voorarrest heeft gezeten, hoeft hij niet terug de cel in. Ook kreeg A. een contact- en gebiedsverbod opgelegd, en moet hij een paar honderd euro aan schadevergoeding en advocatenkosten betalen. De rechters legden ook het verplicht begeleid wonen op.

Op één punt weken ze af van de strafeis: zijn Palestijnse vlag krijgt A. terug.

    • Thijs Niemantsverdriet