Iedereen voortaan op de fiets naar werk

Forensen Staatssecretaris Van Veldhoven wil 200.000 forensen uit de auto, op de fiets krijgen. Maar hoe zorg je ervoor dat mensen die warme, snelle auto laten staan?

Illustratie Stella Smienk/ iStock

Een goed voornemen van staatssecretaris Stientje van Veldhoven (Infrastructuur en Waterstaat, D66): in deze kabinetsperiode wil ze 200.000 forensen uit de auto, op de fiets krijgen. Volgens de staatssecretaris draagt „het oplossend vermogen van fietsen bij aan belangrijke nationale doelen zoals bereikbaarheid, leefbaarheid, duurzaamheid en gezondheid”. Dat is ambtelijke taal voor: van fietsen worden files korter, straten stiller, de lucht schoner en mensen fitter. De gemiddelde woon-werk afstand ligt volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek tussen de 15 en 35 kilometer.

In het regeerakkoord is afgesproken dat van Veldhoven 100 miljoen euro kan investeren in de fietsende forens. Dat wil ze doen aan de hand van co-financiering: de overheid betaalt tot 40 procent mee aan projecten van gemeenten, bedrijven of organisaties, die ervoor moeten zorgen dat werknemers meer gaan fietsen. Op die manier wordt er in totaal, volgens een schatting van het ministerie, een kwart miljard euro geïnvesteerd.

Maar hoe zorg je er concreet voor dat 200.000 autorijders op een druilerige maandagmorgen de fiets pakken?

1. Door fietsroutes sneller te maken, en te zorgen dat iedereen zijn of haar fiets bij het treinstation kan stallen.

Zolang je nog (veel) sneller en gemakkelijk met de auto naar je werk gaat, blijft het moeilijk mensen op de fiets te krijgen. Daarom wil staatssecretaris Van Veldhoven dat gemeenten kritisch naar hun fietsroutes kijken. Onoverzichtelijke kruispunten kunnen de fietser vertraging opleveren, net als verkeerslichten of fietspaden die niet goed op elkaar aansluiten, of zelfs geheel ontbreken.

Zo berichtten regionale media in 2017 over een verkeerslicht in Amsterdam Oost (kruispunt Middenweg en Wembleylaan), waar fietsers tot wel tweeënhalve minuut moesten wachten op groen licht, en over een verkeerslicht in Enschede (kruising Roomweg en Deurningerstraat), waar fietsers vaak voor niets op rood licht stonden te wachten.

Ook de combinatie fiets en openbaar vervoer kan beter, vindt de staatssecretaris. Ze wil af van de ‘stationsfiets’: barrels die mensen soms maar één of twee keer per week gebruiken en de rest van de tijd de fietsenrekken rondom treinstations doen uitpuilen. Als mensen hun bakfietsen, e-bikes en speedpedelecs (e-bikes die tot wel 45 kilometer per uur gaan) voortaan ook veilig bij het station kunnen parkeren, is zo’n tweede fiets niet meer nodig. Op die manier raken de stallingen minder vol, en wordt het aantrekkelijker om op de fiets naar het station te komen.

2. Door op het juiste moment toe te slaan.

Mensen kun je, zonder dat ze het zelf doorhebben, in de richting van gewenst gedrag sturen. Denk aan het ‘verstoppen’ van liften, zodat mensen de trap nemen. Zulke ‘trucjes’ komen voort uit onderzoeken binnen de gedragswetenschappen en worden ook wel nudging genoemd.

Lees meer over nudging: De burger een ‘duwtje’ geven om niet meer naast de pot te pissen

Als iemand al jaren dezelfde route per auto naar het werk aflegt, is die reis een gewoonte geworden. En zo’n routine laat zich niet zo gauw doorbreken met een extra fietsenstalling of slimme verkeerslichten.

Daarom lijkt het Emely de Vet, professor gezondheidscommunicatie en gedragsverandering aan de Wageningen University, verstandig als overheden en bedrijven in hun beleid vooral kijken naar mensen die in een nieuwe werkomgeving terechtkomen. Nieuwe werknemers bijvoorbeeld: wijs hen direct op de fietsreisvergoeding, op de korting op de aanschaf van een fiets, en op aanwezige douches.

Ook kan de overheid jongvolwassenen, die bijvoorbeeld net hun eerste auto willen kopen, aanspreken op hun gewoontes. Bij zo’n tactiek is het effect niet op korte termijn zichtbaar, maar je bouwt wel bij een grote groep mensen een gunstige routine op. En die raken ze niet zo gemakkelijk kwijt.

3. Door de voordelen te laten zien (en mensen soms te dwingen).

Goede fietsenstallingen en goede douches zijn inderdaad belangrijk, zegt Henk Hendriks, projectpleider bij de Fietsersbond. Maar benoem als bedrijf vooral ook de fysieke voordelen van fietsen, zegt hij: minder vaak ziek zijn, minder stress hebben. Die informatie haalt Hendriks uit onderzoek van onderzoeksinstituut TNO. Het rapport uit 2010 beschrijft dat de „uniforme, cyclische manier van bewegen” bij fietsen, helpt om de effecten van stress te verminderen.

Ook haalt Hendriks een voorbeeld van een kantoor van Douwe Egberts in Utrecht aan. Daar mogen werknemers die binnen een straal van 7,5 kilometer van het kantoor wonen sinds 2015 niet meer op het terrein parkeren, werknemers met een handicap of nachtdienst uitgezonderd. Volgens Douwe Egberts komt ruim een derde van de werknemers met de fiets. Of dat meer is dan vóór 2015, weten ze niet: destijds is er geen steekproef gedaan.

4. Door het gebruik van e-bikes te stimuleren.

In 2020 moet 60 procent van de werknemers van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) op de fiets komen, al dan niet elektrisch. Voor de 13.000 werknemers van het UMCG zijn er inmiddels 7.000 fietsenstallingen op het terrein geplaatst, waarvan een deel is ingericht om de accu’s van e-bikes op te kunnen laden. Personeelsleden krijgen tot 25 procent korting als ze een fiets of e-bike kopen, of ze kunnen er een leasen. Twijfelaars kunnen de e-bike of ‘speedpedelec’ twee weken gratis uitproberen. Deze ‘fietsregeling’ bestaat sinds 2017.

In vijf jaar tijd is het aandeel werknemers dat met een e-bike naar werk komt van nul naar acht procent gestegen, volgens Charlotte Kumm, projectleider bereikbaarheid bij het UMCG. Er komen nu evenveel mensen met het openbaar vervoer, als op de elektrische fiets. In totaal gaat ruim de helft van het personeel van het UMCG al op de fiets naar het werk, terwijl de gemiddelde werknemer elke dag twintig kilometer moet reizen. Dat is vijf kilometer boven het landelijk gemiddelde.

Met de auto komen wordt actief ontmoedigd. Voor werknemers geldt een parkeertarief van 20 euro per dag. Alleen zorgmedewerkers zoals artsen, verplegers of fysiotherapeuten met een bereikbaarheidsdienst, of die ’s avonds of ’s nachts moeten werken, mogen de auto gratis parkeren. Ook patiënten betalen minder: maximaal vijf euro per dag.

    • Simoon Hermus