Opinie

hoofdlijnenakkoord Draagvlak in de polder is nog geen acceptatie van klimaatbeleid

Ze zijn eruit. Nu ja, bijna dan. Polderen zoals nog nooit is vertoond. Zo kwalificeert voorzitter Ed Nijpels van het klimaatberaad de besprekingen die de afgelopen vier maanden tussen meer dan 100 organisaties zijn gevoerd om te komen tot een nationaal klimaatakkoord.

Een akkoord dat er nog niet is. Dinsdag presenteerden de verzamelde polderaars hun „Voorstel voor hoofdlijnen van het klimaatakkoord”. Geen volledig uitgewerkte besluitenlijst, wel een breed samengesteld plan dat vooral haarfijn duidelijk maakt waar de Nederlandse handtekening onder het Klimaatakkoord van Parijs van 2015 toe leidt.

En dat is nogal wat. In Parijs spraken in eerste instantie 175 landen af de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan 2 graden Celsius. Voor Nederland betekent dit het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen met ten minste 49 procent ten opzichte van 1990. Het zijn abstracte cijfers maar er schuilt een wereld aan ingrijpende veranderingen achter voor zowel particulieren als bedrijven.

Om de klimaatdoelen te halen zullen bijvoorbeeld bijna alle huizen en gebouwen in Nederland moeten worden aangepast. Het bedrijfsleven moet aanzienlijk duurzamer produceren. En de veehouderij zal te maken krijgen met nieuwe mestreductie. Maar de omslag zal nog vele anderen op diverse manieren raken. Niet voor niets zaten er meer dan honderd organisaties aan de vijf zogeheten ‘tafels’ die het nationale klimaatakkoord proberen vorm te geven. Een duurzaam Nederland is een ander Nederland.

Dat vergt draagvlak. Niet onbelangrijk dat de brede afspiegeling van ondernemend en georganiseerd Nederland zich achter de klimaatdoelstellingen heeft geschaard. De vrijblijvendheid is hiermee voorbij, de harde doelstellingen verplichten. Daarom hebben de cynici die de afgelopen weken klaagden dat het klimaatakkoord in wording nog weinig concreet was ongelijk. Zeker, de handtekeningen zijn nog niet gezet en nog niet alle maatregelen zijn ingevuld, maar de onomkeerbare richting is ingeslagen.

De grootscheepse verduurzaming heeft alleen kans van slagen als de noodzaak ervoor in de samenleving breed wordt gedeeld. Overeenstemming aan de Haagse vergadertafels – hoeveel mensen daar ook aan zitten – is dan niet voldoende. Er zal nog heel wat overtuigingskracht nodig zijn om burgers duidelijk te maken waarom zij zich zullen moeten aanpassen en te maken krijgen met hogere lasten op producten, ook al worden die elders gecompenseerd.

De vertrouwde gasketel die moet worden vervangen door een dure warmtepomp is nog lang geen algemeen aanvaarde gedachte. Hetzelfde geldt voor de aangekondigde vliegbelasting. Veelzeggend is de houding van de PVV die het consequent heeft over „milieugekkies” of de Socialistische Partij die tegenwoordig spreekt over het gevaar van de „eco-elite”. Een maatschappelijke tweedeling over het klimaatbeleid ligt op de loer.

Dit wil niet zeggen dat er dan maar van moeten worden afgezien. Integendeel. Met de initiatief-klimaatwet die zeven politieke partijen van links tot rechts vorige week presenteerden heeft een ruime Kamermeerderheid zich terecht geschaard achter de doelstellingen van het in de komende decennia te voeren beleid. Maar beleid formuleren is iets anders dan mensen meekrijgen. Ook dat is een taak voor de politiek. De polder lijkt met het hoofdlijnenakkoord om. Nu de rest van Nederland nog.

Correctie (11 juli 2018): In een eerdere versie van dit artikel stond dat aanvankelijk in Parijs was afgesproken de opwarming van de aarde te beperken tot minder dan twee procent: dat is 2 graden Celsius.