Grottenjongens en Damschreeuwers

Ewoud Sanders

Zonder twijfel zal er een film over de Thaise voetballertjes worden gemaakt, maar het lijkt mij ook een goed onderwerp voor een studie naar berichtgeving in de media.

Door alle discussies over nepnieuws staat de journalistiek zwaar onder druk. Serieuze media proberen meer dan ooit om feitelijke onjuistheden te vermijden, want ieder foutje is koren op de molen van mensen die roepen dat journalisten van alles uit hun duim zuigen.

De afgelopen weken zijn er heel veel journalisten neergestreken in Noord-Thailand: honderden of duizenden, de berichten spreken elkaar tegen. Voor hun verslaggeving zijn zij grotendeels afhankelijk van dezelfde bronnen, dus je zou denken dat zij in grote lijnen dezelfde feiten naar buiten brengen.

Dat is niet zo. Zeker is dat de feiten elkaar de afgelopen weken vaak tegenspraken. Eerst konden de jongens niet zwemmen, vervolgens kregen ze duikles. Je kunt natuurlijk geen duikles krijgen als je niet ten minste beschikt over basiszwemvaardigheden, dus daarna bleken sommige jongens toch een beetje te kunnen zwemmen. Vervolgens kregen ze géén duikles – ze waren te verzwakt – maar leerden ze door een duikmasker ademen. Aanvankelijk zouden de sterkste jongens als eerste naar buiten worden gebracht, want dan konden de zwaksten nog een beetje aansterken. Vervolgens zouden volgens sommige bronnen de zwakste jongens als eerste naar buiten zijn gebracht.

Dit zijn slechts een paar voorbeelden van tegenstrijdige berichtgeving. Inmiddels verschijnen er in de media stukken over de vraag waarom dit verhaal ons wereldwijd zo in z’n greep houdt. Belangrijke ingrediënten: het gaat om kinderen, voltrekt zich langzaam maar niet zo langzaam dat onze aandacht verslapt, dagelijkse cliffhangers, zicht op positieve afloop, drama (een verongelukte duiker), nachtmerrieachtige omgeving (donkere grot), spiritueel element (meditatie) en de natuur als tegenstander, zodat we allemaal een beetje kunnen meedenken over de beste oplossing.

Er is, denk ik, nog een reden waarom dit onderwerp velen zo aangrijpt: de taalkundige etikettering. Voor de Chileense mijnwerkers die twee maanden onder de grond vastzaten, werden geen etiketten verzonnen die wereldwijd aanspraken. Voor de jongens van het Thaise voetbalteam – leeftijd: tussen de 12 (of is het 11?) en 16 – waren die snel voorhanden. In de eerste berichten in Nederlandse kranten was er nog sprake van een „Thais jeugdvoetbalteam” en een „Thais voetbalteam” – neutrale aanduidingen die geen emoties opwekken. Maar al snel ging het over „de Thaise voetballertjes”, „de Thaise grottenjongens”, „de voetballertjes in het grotdrama” en reddingswerkers in „het dorp van hoop” – etiketten die niemand onberoerd laten.

Het etiket grottenjongens (in de Engelse pers spreken ze over „cave boys”) is een typisch mediaproduct. Journalisten introduceren graag van dergelijke neologismen omdat je er kortere koppen mee kunt maken. Enkele oudere voorbeelden zijn: de Damschreeuwer (de man die de dodenherdenking op de Dam verstoorde), de kettingrukker (een jongen in Den Haag die bij meisjes de ketting van hun hals rukte), de waxinewerper (man die op Prinsjesdag een waxinelichthouder naar de Gouden Koets wierp), de wespengraaier (man die op het strand vrouwen in de bikinibroek graaide omdat er een wesp in gevallen zou zijn), het zeilmeisje (de jeugdige solozeilster Laura Dekker), enzovoorts.

Hoe dan ook voorspel ik dat grottenjongens een grote kans maakt om het neologisme van 2018 te worden.

schrijft elke week over taal. Twitter: @ewoudsanders
    • Ewoud Sanders