Opinie

    • Frits Abrahams

Een kwestie van verval

Waar kan je het verval van mensen en dingen aan afmeten? Lastig te zeggen. Een erg persoonlijke vraag trouwens als het om jezélf gaat – het antwoord kan je beter aan anderen overlaten, eventueel met het verzoek jou er onkundig van te laten. Voor dingen ligt het wat gemakkelijker, al kan het soms even duren voor het verval tot je doordringt.

Laatst had ik op een middag een afspraak in een vrij gerenommeerde zaak in Amsterdam – een hotel met een restaurant waar ik al een poosje niet meer geweest was. Toen ik aan een tafeltje wilde plaatsnemen, schrok ik terug voor de vetvlekken op de zitting van de stoel. Misschien waren het restanten van gemorste jus, het konden ook olievlekken zijn.

Ik aarzelde en inspecteerde de stoel ernaast die minder smoezelig was, maar evenmin van alle smetten vrij. Een serveerster meldde zich met de vraag wat ik wilde drinken, want daarin kunnen ze in de Nederlandse horeca niet snel genoeg zijn. Moest ik haar op die vieze stoel wijzen? Ik kon het niet opbrengen en koos voor de stoel ernaast.

Later verhuisde ik met mijn gesprekspartner naar een rustiger deel van de zaak. Althans, het leek daar rustiger, maar dat duurde niet lang toen een luidruchtig schoonmaakploegje zich meldde. Ze begonnen om ons heen ijverig te stofzuigen en met veel gebonk het zware meubilair te verplaatsen. Hopelijk hebben ze de stoelen in het voorgedeelte ook gedaan, al lijkt het me onwaarschijnlijk dat ze die vlekken eruit hebben gekregen.

Intussen meldde zich een andere serveerster die zich verontschuldigde voor het feit dat ze alleen Engels sprak. Dat komt in de horeca steeds vaker voor, we raken eraan gewend, maar toch moet ik dan altijd even denken aan de Nederlanders die niet of slecht Engels spreken – hoe zullen zij reageren?

Enfin, in de horeca zullen zij zich nog wel kunnen redden, maar onlangs merkte ik dat ook mijn opticien alleen nog een Engels sprekende assistente in zijn zaak heeft. Ik kan iedereen verzekeren dat het in het Engels bestellen van een biertje nog iets anders is dan het in die taal verwerken van informatie over de sterkte van een brillenglas. Ik hoop dat mijn opticien zijn klanten voortaan eerst een gratis cursusje Engels voor slechtzienden wil geven.

Mijn bril was die middag gelukkig nog goed genoeg om in dat restaurant iets te ontwaren dat ik er niet verwacht had. Ik zag iets verschuiven in het schemerduister bij de plint, een meter of vijf achter ons tafeltje. Ik keek nog eens goed en wist het toen zeker: we kregen gezelschap van een muis, misschien zelfs wel meer dan één, want muizen houden van gezelligheid.

Ik wenkte het bedienend personeel. Ze moesten toch weten dat er mee-eters waren die zouden verdwijnen zonder af te rekenen? Ik wist mezelf er nog net van te weerhouden naar de serveerster te roepen: „There is a mouse in the house”. Te veel rijmdwang. „Een muis”, wees ik een van haar mannelijke collega’s. Hij liep naar de plint, ging er met zijn rug naartoe staan en deed met een plichtmatige, houterige pantomime alsof hij iets zocht. Hij leek te willen zeggen: „Waar maak je je druk om?” Daarna maakte hij zich zwijgend uit de voeten.

Nee, ik zal niet zeggen in welke zaak dit gebeurde. Ze krijgen het daar nog moeilijk genoeg.

    • Frits Abrahams