Componist Oliver Knussen wist precies wat hij wilde horen

Oliver Knussen (1952-2018), componist en dirigent

De zondag onverwachts overleden Britse componist en dirigent Oliver Knussen (66) schreef al vanaf zijn zesde muziek. Zijn oeuvre bleef klein, maar in het Verenigd Koninkrijk was hij een absolute grootheid.

Componist Oliver Knussen aan het werk als dirigent in 1998. Foto Vincent Mentzel

Zijn dirigeerstijl was zo helder als zijn eigen muziek, al bezat die ook een, zoals de Britten formuleren, „schaamteloze genietbaarheid”. Zondag overleed onverwachts de Britse componist en dirigent Oliver Knussen (66). Hij was al een tijdlang ziek, maar had gehoopt op meer tijd om de stukken muziek in zijn hoofd nog op papier te kunnen zetten.

‘Olly’ Knussen was een wonderkind. Vanaf zijn zesde schreef hij muziek, op zijn elfde begon hij officieel met een studie compositie en als 15-jarige debuteerde hij voor het orkest van zijn vader, die contrabassist was in het London Symphony Orchestra, als dirigent én componist in een programma rondom zijn eigen Eerste symfonie. De jonge Knussen haalde er het nieuws mee én mocht (delen uit) zijn werk de week erna hernemen in New York, op uitnodiging van Daniel Barenboim.

Prille werken

Knussens ontwikkeling ging ook daarna zeldzaam snel. Nog voor zijn achttiende had hij al een handvol belangrijke opdrachten binnen van grootheden als Benjamin Britten, Andre Previn en Yehudi Menuhin, met als opmerkelijkste wapenfeit dat ook die prille werken, van rondom 1970, al in een herkenbaar en rijp overkomend idioom zijn geschreven.

Hij geldt als een van de belangrijkste componisten van zijn generatie

Hoewel zijn oeuvre klein bleef en de werken compact, was Knussen in het Verenigd Koninkrijk een absolute grootheid. Hij geldt als een van de belangrijkste componisten van zijn generatie.

Zijn gefocuste strengheid als dirigent en zijn beperkte productiviteit als componist kwamen voor uit dezelfde bron: Knussen wist precies wat hij wilde horen en was zeer perfectionistisch in het realiseren van dat klankideaal. Een van zijn bekendste werken – de kleurrijke, zeer afwisselende fantasie-opera Higglety Pigglety Pop! – kwam in 1999 in definitieve versie tot klinken, 15 jaar nadat Knussen ermee was begonnen.

Drukke agenda

Wat ook meespeelde bij zijn beperkte productiviteit als componist, was dat het dirigeren zijn agenda begon te domineren. Daarnaast was hij van 1983 tot 1998 een van de artistiek leiders van het Aldeburgh Festival. Enerzijds, zei Knussen ooit, had hij wel gehoopt op een wat betere balans, met meer aandacht voor het componeren. Anderzijds zette hij zich als dirigent ook weer in voor jongere componisten in wie hij geloofde, zoals Mark-Anthony Turnage, Julian Anderson en Ryan Wigglesworth, en voor de componisten door wie hij zelf als componist was beïnvloed. Zoals Harrison Birtwistle, van wie hij vorige maand, in een van zijn laatste publieke optredens, werk leidde op het Aldeburgh Festival.

In Nederland was Knussen regelmatig te beluisteren. Tussen 1992 en 1996 was hij eerste gastdirigent van het Residentie Orkest, in 2004 en 2008 leidde hij het Concertgebouworkest en in 2009 was hij composer in residence bij het Nationaal Jeugdorkest. Ook bij andere Nederlandse ensembles en orkesten (ASKO|Schönberg, RFO) was Knussen een graag geziene gast.

Knussen was getrouwd met hoornist en muziekdocumentairemaakster Sue Knussen, die in 2003 overleed en voor wie hij een prachtige, met een omvang van nauwelijks een kwartier zeer beknopte maar emotioneel des te geladener Requiem – Songs for Sue componeerde.

    • Mischa Spel