Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Aad

Aad de Mos is als stof in een oud huis. Je kunt wel iedere dag dweilen, maar de volgende dag ligt het er weer. Behalve Aad de Mos zijn er weinig tot geen voetbaldeskundigen die Aad de Mos nog serieus nemen. Aad de Mos heeft daar geen last van. Integendeel: zijn mening is overal.

Aan de vooravond van België-Frankrijk kwam hij voorbij in het programma van Gijs Staverman op Radio 2. Hij sprak over het succes van zijn vlogs op Instagram. Aad filmt zichzelf dagelijks op locatie, vaak schots en scheef. Eerst zag hij de Belgen vanwege een in zijn ogen verkeerde tactiek snel sneuvelen, dinsdag was hij, alsof hij nooit het tegendeel beweerde, opgeschoven naar „België, de terechte wereldkampioen”, maar dat kan op het moment dat u dit leest uiteraard weer helemaal anders zijn. Eerder op de dag gaf hij bondscoach Martinez in Trouw ook al ongevraagd advies.

„Ik zou Chadli verplaatsen naar de rechterkant en Carrasco laten beginnen op links. De nummer ‘negen’ zou ik lekker openlaten.”

In de mens Aad de Mos komt veel samen.

Ik heb dat in de jaren dat hij Vitesse coachte van dichtbij mogen meemaken.

Aad had een gehandicaptenkaart achter de voorruit van zijn auto geplakt omdat hij anders in Arnhem nergens fatsoenlijk zou kunnen parkeren. Een ander verhaal dat te goed was om kapot te checken: toen zijn honden onwel werden reed hij met ze naar de spoedeisende hulp van ziekenhuis Rijnstate, een mensenziekenhuis.

Het meest Aad vond ik Aad als hij in derde persoon over zichzelf sprak of ontroerd raakte van zichzelf, zoals die keer dat journalisten hem confronteerden met beelden van de Ghanese voetballer Nii Lamptey die hem de allerbeste noemde. Aad noemde Vitesse soms liefkozend een heuveltje, hij ging er een berg van maken. Aad de Mos die vertelde hoe hij zo groot was geworden: aan het begin van zijn trainerscarrière liep hij ‘de grote César Luis Menotti van Argentinië’ tegen het lijf en hoorde hem in een café uit over zijn voetbalvisie.

„Ik wist dat wordt weer slurpen.”

Er zijn dagen dat ik op YouTube naar de samenvatting van Vitesse-Ajax uit 2006 kijk. Het werd 4-2, maar daar draait het niet om. Het gaat me om de juichsprint met kangoeroe-huppel van zeventig meter die Aad die middag twee keer trok.

Wie er bij was wist: mooier dan dit wordt het niet.

Typisch Aad was dat hij de dag na de wedstrijd de clubleiding chanteerde om zijn contract te verlengen, wat ze nog deden ook.

Van Aad de Mos krijg ik heimwee naar succes dat er eigenlijk nooit is geweest. In wezen ben je dan een hele grote, dat vindt hij zelf ook.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen