Foto Wouter van Vooren

WK of niet, op de Belgisch-Franse grens leeft men met elkaar

Belgisch-Franse grens In de wijk Risquons-Tout juicht men voor zowel België als Frankrijk. Toch zijn dinsdag alleen zwart-geel-rode vlaggen welkom.

Of ze kunnen winnen? Ze gáán winnen. Althans, dat hoopt Jean-Pierre Doutreloigne. Zijn auto is versierd met wapperende vlaggetjes in de Belgische driekleur, over de motorkap is een vlag gespannen en aan de voordeuren zijn twee duivelsoren vastgemaakt. Dinsdagavond spelen ‘zijn’ Rode Duivels de halve finale van het WK voetbal, tegen Frankrijk. Daarna volgen de finale en de wereldbeker voor de Belgen, hoopt hij.

In de wijk Risquons-Tout van de Waalse stad Moeskroen valt de uitbundige versiering van de auto van Doutreloigne op, maar alleen is hij zeker niet in zijn enthousiasme. In een raamkozijn heeft een bewoner alvast een medaille met ‘wereldkampioen’ opgehangen, auto’s zijn opgeleukt met sjaals op het dashboard, om de paar huizen hangen vlaggen uit de ramen – al hangt het dundoek op sommige plekken verkeerd om.

Vlaggen, nationale feestdagen, het volkslied: veel Belgen laat het normaal gesproken koud. Nationalisme? Eerst en vooral ben je Antwerpenaar, Brusselaar, Limburger. Dan ben je Waal, Vlaming. En dán pas Belg. Bij de eerste wedstrijden van dit WK waren veel Belgen daarom voorzichtig.

Lees ook: Van ouderwets inzakken naar de halve finale van het WK in Rusland. Vier betrokkenen over de Belgische voetbalrevolutie

Maar sinds de laatste overwinningen hangt de vlag – letterlijk – uit. En sinds vrijdag, toen de Duivels voor de tweede keer in de geschiedenis (1986 was de andere keer) de halve finale bereikten, is het land in opperste staat van opwinding. ‘Duivels verslaan God’, kopte De Standaard maandag, met een Belgische vlag over de hele voorpagina. Met deze ‘gouden generatie’ kan de finale bereikt worden, hoopt men. De Fransen kunnen verslagen worden.

De Belg Jean-Pierre Doutreloigne en zijn Franse vrouw voor hun huis in de wijk Risquons-Tout in de Belgische stad Moeskroen.
Foto Wouter van Vooren
Foto Wouter van Vooren

‘Wij leven hier samen’

In het noorden wordt Risquons-Tout afgebakend door de grens met het Vlaamse deel van het land, in het westen loopt de grens met Frankrijk. In 1848 deed hier een legioen van zo’n tweeduizend Belgische rebellen en Franse republikeinen een inval vanuit Frankrijk, in de hoop België bij Frankrijk te voegen. Een tiental van hen werd gedood – tegengehouden door het Belgische leger.

170 jaar later is de sfeer langs de grens een stuk beter. Waar die grens loopt, is voor de onoplettende kijker zelfs nauwelijks te zien. Het asfalt, geflankeerd door een rij grauwe huizen, verandert wat van kleur. Een half verstopt bord kondigt aan dat de gemeente Moeskroen ophoudt en Neuville-en-Ferrain begint. Waar ooit de douane was, zijn parkeerplekken gekomen. Aan de ene kant van een heg die de grens vormt: restaurant Au Gallodrome, waar tot 2001 hanengevechten werden gehouden – toegestaan in dit deel van Frankrijk. Aan de andere kant: een tabaksshop waar de Fransen sigaretten – goedkoper in België – komen inslaan.

Of verlies dinsdag, hier langs de grens, extra pijnlijk zal zijn met de grens op een paar honderd meter afstand? Dat zal wel meevallen, denkt Doutreloigne. Hij wijst naar zijn huis, iets verderop. „Dat met de Belgische en Franse vlag.” Zijn vrouw is Française. „Wij leven hier allemaal door elkaar en met elkaar samen.”

Aan meer gevels hangt inderdaad geen Belgische, maar een Franse vlag. Of allebei samen. Moeskroen, 58.000 inwoners, bestaat voor 20 procent uit Fransen. Ze gaan net over de grens wonen om, bijvoorbeeld, de vermogensbelasting in eigen land te ontwijken. Er staat zelfs een consulaat van Frankrijk in het stadje.

Foto’s Wouter van Vooren

Van rivaliteit is geen sprake, zegt ook Francis Cottens voor zijn huis, waar de Belgische vlag uithangt. „Er wonen hier Fransen, Belgen, verderop ook nog een Engelsman. Ja, ik ben voor België morgen, maar als Frankrijk wint, vind ik het ook niet erg.” Hassan Souhali, die iets verderop woont, wisselt per wedstrijd af: „Nu ben ik voor België natuurlijk, ik woon hier immers en mijn vrouw is Belgische. Maar in eerdere wedstrijden was ik ook voor Frankrijk. En hiervoor woonde ik zeven jaar in Amsterdam, dus voor Nederland zou ik ook supporteren.” Op de Facebook-pagina van ‘Fransen in Moeskroen’ gaan de meeste stemmen op voor ‘allebei’.

Alleen zwart-geel-rood

Al denkt Jimmy Desmedt uit het aangrenzende Franse Tourcoing daar anders over. De 26-jarige, in het shirt van de Franse ploeg en met een zonnebril in de Franse driekleur, staat net een Frans vlaggetje aan een auto te bevestigen. „Er hingen alleen Belgische vlaggen aan, dat kan natuurlijk niet.” Het is de auto van zijn schoonzus, een Belgische. Een voorbij rijdende man roept uit zijn auto: „3-0 wordt het, voor België”. Het is Jimmy’s schoonvader, een (Italiaanse) Belg. Of hij dinsdag hier voetbal komt kijken, met zijn schoonfamilie? „Nee natuurlijk niet! Het is oorlog!”

Voor eerdere wedstrijden kwamen er duizenden uitgedoste fans naar de fanzone van Moeskroen met groot scherm. Er kwamen ook Fransen op af, die graag een (goedkoper) biertje in België drinken. Dinsdag staat het scherm er weer, maar de politie heeft wel regels ingesteld. Net als eerder worden de mensen gefouilleerd. Maar deze keer worden alleen de kleuren zwart-geel-rood toegelaten.

Foto Wouter van Vooren
Foto Wouter van Vooren
Foto Wouter van Vooren
    • Anouk van Kampen