Voortgezet onderwijs

Leraren: nauwelijks vertrouwen in nieuw curriculum

De meeste lerarenorganisaties in het voortgezet onderwijs hebben weinig vertrouwen in de voortgang van het project voor een nieuw curriculum voor het basis- en middelbaar onderwijs. Dat schrijven ze in een gezamenlijke verklaring.

Het initiatief van toenmalig staatssecretaris Dekker (Onderwijs, VVD) heette eerst Onderwijs 2032 en nu Curriculum.nu. De vakverenigingen die de verklaring opstelden, zijn onder meer beroepsorganisaties voor leraren voor wiskunde, geschiedenis en aardrijkskunde. Zij hebben „nauwelijks vertrouwen in een goede uitkomst van dit proces” omdat het vooral gericht zou zijn op ‘vakoverstijgende’ vaardigheden.

Negen teams van daartoe uitgekozen leraren zijn nu bezig met het ontwikkelen van een nieuw curriculum op grond van het advies Onderwijs 2032 uit 2016. Dat moet meer samenhang hebben dan het huidige curriculum. De teams werken in drie rondes, waarbij vakorganisaties, leraren, een ouderplatform en andere organisaties commentaar op de plannen mogen leveren.

Begin volgend jaar moet er een voorstel liggen, waar een nieuw curriculum uit kan ontstaan. De lerarenorganisaties vinden dat expertise ontbreekt bij de teams en maken zich zorgen over de positie van de zelfstandige vakken.

Onderwijs 2032 legde het accent op het samenvoegen van vakken. Daar was veel protest tegen van de vakorganisaties van leraren die vinden dat leerlingen eerst kennis moeten opdoen van de vakken zelf. Deze visie werd ook vastgelegd in moties van de Tweede Kamer.

Maar volgens de lerarenorganisaties gaan de vernieuwingsteams toch de vakoverstijgende richting in. Zij verwijzen naar een eerdere brief waarin werd vastgesteld dat de ingeslagen weg „niet in overeenstemming is met de uitgangspunten die door regering en Tweede Kamer zijn gekozen”.

De coördinatiegroep van Curriculum.nu zegt in een reactie dat het curriculum in Nederland voor het eerst op deze manier wordt vernieuwd. „We blijven met vakverenigingen in gesprek.”

    • Maarten Huygen