TUIFly blijft aansprakelijk

Deze rubriek belicht elke woensdag kwesties uit het bedrijfsleven waarover de rechter zich onlangs uitsprak. Deze week Europees recht.

Foto Getty Images

Meer dan drie uur vertraging liepen Wolfgang Wirth en zijn medepassagiers op tijdens hun vlucht in april 2015 van Hamburg (Duitsland) naar Cancún (Mexico). Hij claimde 300 euro, het bedrag waarop hij volgens de Europese regels over compensatie bij langdurige vertraging recht heeft.

Maar de maatschappij die de vlucht verzorgde, Thomson Airways, weigerde te betalen. Zij had toestel en bemanning slechts verhuurd aan TUIFly, dat de trip had gepland en de boekingen deed.

De ruzie belandde voor de Duitse rechter, die haar doorschoof naar de hoogste Europese rechter met de vraag: waar moeten Wirth cum suis verhaal halen, bij Thomson Airways of TUIFly?

Het EU-hof stelde Thomson Airways vorige week in het gelijk in zijn weigering te vergoeden. Ook al waren toestel en bemanning van Thomson, dit bedrijf kan „hoe dan ook niet worden aangemerkt als de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert”. De compensatieplicht dient te rusten op het bedrijf dat de vlucht uitvoert of voornemens is uit te voeren, ongeacht of het dit doet met een eigen dan wel gehuurd vliegtuig, aldus het Hof.

De gedupeerde luchtreizigers moeten zich met hun claims dan ook tot TUIFly wenden.

Het advies staat op www.curia.europa.eu: ECLI:EU:C:2018:527

    • Joop Meijnen