Opinie

    • Michiel van Hulten

May’s compromis dwingt Brussel nu ook een concessie te doen

Brussel kan niet langer afwachten. Het geven en nemen begint nu, zegt .
Theresa May in Brussel tijdens de Europese top over migratie, op 29 juni. Foto Ludovic Marin/AFP

Bij alle politiek spektakel in Londen blijft een belangrijk gegeven onderbelicht: dat er ruim twee jaar na het Brexit-referendum eindelijk een Brits voorstel over de toekomstige handelsbetrekkingen op de Brusselse onderhandelingstafel ligt.

Grootste struikelblok bij de uitwerking van het in maart gesloten principe-akkoord over terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie vormt nog steeds de status van Noord-Ierland. De onderhandelaars werden het erover eens dat Brexit niet tot gevolg mag hebben dat er weer grenscontroles komen tussen de Republiek Ierland en het Britse deel van het eiland.

Maar om grenscontroles te voorkomen is het nodig dat Noord-Ierland deel uit blijft maken van de Europese douaneunie en zich houdt aan de Europese interne marktregels voor goederen. En dat betekent het behoud van een hechte relatie met de EU. Wat weer een doorn in het oog is van voorstanders van een ‘harde Brexit’.

Lees ook: Hoofdschuddend kijkt EU naar Britse gebakken lucht

Terwijl Britse politici de afgelopen maanden vechtend over straat rolden, kon Brussel achterover leunen. Zolang er geen Brits voorstel lag hoefde de EU ook geen lastige keuzes te maken. Maar afgelopen vrijdag slaagde Theresa May er in een compromisvoorstel te forceren door haar kabinet voor een alles-of-niets-keuze te plaatsen. Dat had uiteindelijk het aftreden van haar kwelgeest Boris Johnson en Brexit-minister David Davis tot gevolg. En het valt te bezien of het plan – en May’s premierschap – de komende weken overleven.

Eigen handelsbeleid

In essentie komt het compromisvoorstel erop neer dat het VK voor onbepaalde duur deel uit blijft maken van de interne markt voor goederen, zodat de grens tussen Ierland en Noord-Ierland open kan blijven. Tegelijk wil het VK een eigen handelsbeleid voeren en in de dienstensector kunnen afwijken van de regels van de EU.

Voor Brussel is dit vloeken in de kerk. In het openbaar wordt voorzichtig positief gereageerd, omdat er nu eindelijk iets is om over te praten. Maar achter de schermen is het oordeel vernietigend. Niet alleen over de politieke aspecten. Het Britse plan om de douaneunie te verlaten en in plaats daarvan met (nog niet bestaande) technologie onderscheid te maken tussen goederen die bestemd zijn voor de Britse markt en goederen die via Brits grondgebied de EU binnen gaan, geldt als volstrekt onrealistisch, zeker op korte termijn.

Lees ook: May wil in kabinet doorbraak forceren

De EU staat voor een dilemma. Enerzijds wil Brussel vasthouden aan de basisprincipes van de interne markt. Want als het VK het recht krijgt om selectief te winkelen in de voordelen en verplichtingen van het EU-lidmaatschap, zouden andere landen ook wel eens in de verleiding kunnen komen de EU te verlaten. En dat zou het uiteenvallen van de EU tot gevolg kunnen hebben.

Zware klappen

Anderzijds – en Theresa May weet dat heel goed – staan ook voor de ‘EU27’ grote politieke en economische belangen op het spel: als de Britten de Unie zonder deal verlaten, loopt de EU voor miljarden euro’s aan inkomsten mis en krijgt het bedrijfsleven zware klappen, zeker in landen als Ierland, Nederland en België die een sterke handelsrelatie met het VK onderhouden.

Tot nu toe vormden de EU27 lidstaten een gesloten front. Maar nu Brexit met rasse schreden dichterbij komt, zal vanuit de lidstaten en het bedrijfsleven de druk op Brussel toenemen om nu ook een stap te zetten in de richting van het VK.

De Europese eenwording is een groot goed, maar een goede handelsrelatie met het VK is ook wat waard.

    • Michiel van Hulten