Recensie

Homoseksualiteit in de joods-orthodoxe gemeenschap: wat niet wordt besproken, bestaat niet

Achtergrond LHBT-film ‘Disobedience’ gaat over homoseksualiteit binnen een joods-orthodox milieu. Wat niet wordt besproken, bestaat niet.

Vlak voordat hij stierf, sprak Rav Krushka in de synagoge over de vrije wil. Na zijn overlijden zijn het niet zijn woorden die worden herdacht, maar zijn enorme betekenis voor de orthodoxe gemeenschap in de Londense wijk Hendon. Iedereen denkt recht op hem te hebben.

Als zijn vrijgevochten dochter Ronit (Rachel Weisz) geheel onverwacht terugkeert uit New York, moet ze achteraan de rij aansluiten. Zelfs Ronits jeugdvriend Dovid, die Rav als zijn zoon aannam, aarzelt of hij haar zal binnenlaten. Want zij is zwijgend verstoten en weggegaan. Naar later zal blijken om haar beste vriendin en jeugdliefde Esti te beschermen.

De nieuwe film van de Chileense regisseur Sebastián Lelio, bekend van het Oscarwinnende transdrama Una Mujer Fantástica, is gebaseerd op de semi-autobiografische roman Disobedience van Naomi Alderman. Het echte onderwerp van dat boek was niet de vrije wil, maar de lesbische liefde tussen Ronit en Esti en hun driehoeksverhouding met Dovid.

Homoseksualiteit is een taboe in de meeste orthodoxe gemeenschappen, en misschien daarom wel zo’n geliefd onderwerp. De films stellen vragen over traditie en zetten de betekenis van regels op scherp. De eerste joodse LGBT-films gingen vooral om het zichtbaar maken van homoseksualiteit. Met als sterkste voorbeelden Yossi and Jagger (2002), een romantisch drama over soldaten aan de grens met Libanon, of Eyes Wide Open (2009), over een getrouwde orthodoxe slager in Jeruzalem en een jeshiva-student.

De nieuwste oogst gaat meer in op de gevolgen van het uit de kast komen, zoals ook in de eerder dit jaar uitgekomen romance The Cakemaker, waarin de minnaar van een joodse zakenman in Berlijn na diens dood contact zoekt met zijn weduwe om na veel ups en downs samen te kunnen rouwen. Who’s Gonna Love me Now (2016) maakte HIV bespreekbaar.

De vrouwenliefde vormt hierbinnen weer een mini-genre, met de klassieker Aimée & Jaguar (1999) als een van de eerste voorbeelden: de liefde tussen een joodse vrouw en een nazi-echtgenote tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een andere sleutelfilm is de Amerikaanse documentaire Trembling Before G-d (2001) de eerste film over orthodoxe LGBT-ers van Sandi Simcha DuBowski. Hij sprak met honderden joodse homoseksuelen, maar kreeg er uiteindelijk maar een handvol, en vaak onherkenbaar, voor de camera. Het verhaal van de veertigjarige Michelle die lange tijd dacht dat ze de enige chassidische lesbienne ter wereld was, had zo aan Disobedience ten grondslag kunnen liggen. Ook zij werd net als Esti gedwongen te trouwen en net als Ronit verstoten om haar seksuele geaardheid.

Die waargebeurde verhalen zijn zo schrijnend, dat je Lelio ervan verdenkt dat hij Disobedience zachter en commerciëler maakte door te laten zien dat ook het orthodoxe geloof ruimte biedt om mensen te accepteren om wie ze zijn. Dat levert wel bijzonder hartverwarmende films op. Een tegenwicht tegen Trembling Before G-d is bijvoorbeeld de feelgood-docu Ruthie and Connie (2001), over twee joodse Brooklynites die met veel humor vertellen hoe het bij hen wel goed afliep. Maar dat blijft een uitzondering. Hoe moeilijk het kan zijn om uit de orthodoxe gemeenschap te breken, niet alleen wegens homoseksualiteit, is te zien in de Netflix-documentaire One of Us (2017).

Ook in de moslimwereld begint homoseksualiteit een onderwerp te worden sinds de documentaire A Jihad for Love (2008), maar de joods-orthodoxe traditie bevat een ander spanningsveld dat voor een filmmaker interessant is, denkt filmmaker Sebastián Lelio: het verbod op afbeeldingen. Films maken is taboe. De reden waarom Sebastián Lelio van Ronit een fotografe maakte, heeft ook met de opkomst van die orthodoxe filmcultuur te maken, vertelde hij.

Pas de laatste tien jaar kwam er zoiets als een joods-orthodoxe filmindustrie op, met als belangrijkste voorbeeld filmmaker Rama Burstein, wier Fill the Void (2012) ook in Nederland in de bioscoop werd vertoond. Burtsein komt uit de ultra-orthodoxe Haredi-gemeenschap, waar de meeste huishoudens niet eens een televisie hebben. Maar juist daar hebben vrouwen zich toegelegd op het filmen van hun belevingswereld. Er gelden onuitgesproken regels: die films worden voor een exclusief vrouwelijk publiek gemaakt, ook in de film blijven mannen en vrouwen strikt gescheiden. Hoewel ze voorzichtig kritisch zijn, leren ze aan het einde toch altijd een morele les.

Zijn film Disobedience kreeg veel kritiek uit joodse hoek omdat hij niet genoeg experts met een joodse achtergrond bij zijn film zou hebben betrokken en de vrouwelijke personages zou reduceren tot rebellen enerzijds of dociele huisvrouwen anderzijds. De expliciete seksscènes zullen ook aan de controverse hebben bijgedragen. Toch is Disobedience nadrukkelijk geen film die alleen wil confronteren of bevrijden: met name de sterke acteursprestaties stijgen ver boven dat soort dramaturgische schema’s uit. Steeds laat de film je nadenken over de vraag wanneer iets pure liefde, vrije wil of instinct is.

Het zwijgen doorbreken, een stem geven aan: het krijgt een extra lading in een traditie waarin altijd alles van alle kanten besproken wordt. Iets waar niet over wordt gepraat, bestaat niet. Dat was ook de boodschap van The Secrets (2007) waarin twee orthodoxe vrouwen eerst de taboes van spreken en zingen doorbreken voor ze hun liefde kunnen uiten.

    • Dana Linssen