Recensie

Halsbrekend stunten op een wolkenkrabber in Hongkong

Een actiefilm waarbij je het zweet in de handen krijgt bij alle toeren die de held hoog boven Hongkong uithaalt.

Dwayne Johnson in Skyscraper. Foto Universal Pictures

Een terugkerende grap over hoe handig ducttape wel niet is, plaatst rampenfilm Skyscraper in de traditie van jarentachtig actiefilms, toen een kwinkslag nooit ver weg was. Ook treedt held Will Sawyer in de voetsporen van Bruce Willis in Die Hard (1988) en loopt hij evenveel verwondingen op als Arnold Schwarzenegger in zijn hoogtijdagen. Maar Sawyer is sympathieker en kwetsbaarder, al was het maar omdat hij een beenprothese heeft − een prothese die bovendien handig van pas komt.

Voormalig politieagent Will (Dwayne Johnson) is een verzekeraar die zijn gezin moet redden uit een in vlammen staande skyscraper. De plot draait om een schurk die achter een databestand aanzit dat in bezit is van de eigenaar van het 220 verdiepingen tellende gebouw, het hoogste in Hongkong. Die plot is vooral aanleiding om stunts uit te halen. Halsbrekende toeren die met verve in beeld worden gebracht, waarbij het aan te bevelen is de 3D-versie te gaan zien. Binnen de kortste keren staat het zweet je in de handen, als Will weer eens aan een touw bungelt of van een hoge kraan springt.

Lees ook dit portret van Dwayne Johnson: Politiek lonkt voor knuffelbare actieheld ‘The Rock’

De verschillen met bijvoorbeeld Die Hard zijn veelzeggend: hier speelt Wills vrouw (Neve Campbell) een actieve en cruciale rol. De held klaart het klusje samen met haar, dit is immers het nieuwe millennium.

    • André Waardenburg