Een oma’s kind achter neonazi-terreur

Beate Zschäpe

De rechtbank in München spreekt het vonnis uit over de vrouw die betrokken was bij de terreurgroep die tien mensen doodde.

Beate Zschäpe, geflankeerd door haar advocaten, vorige week in de rechtbank in München. Deze woensdag wordt haar vonnis bekend. Foto Matthias Schrader/AP

De twee seriemoordenaars met wie ze dertien jaar samenwoonde zijn allang dood. Daarom heeft alleen Beate Zschäpe de afgelopen vijf jaar terechtgestaan voor de reeks racistische moorden, aanslagen en overvallen die hun kleine extreemrechtse terreurgroep Nationalsozialistischer Untergrund (NSU) tussen 1999 en 2011 in verschillende Duitse steden heeft gepleegd.

De vraag of Zschäpe medeplichtig is aan de moordserie staat centraal in het proces – één van de grootste naoorlogse strafzaken in Duitsland. Is ze een dominante persoonlijkheid, die de twee mannen in haar greep had en een sleutelrol vervulde bij hun terreurdaden? Of is ze juist, zoals ze zelf zegt, door hen geïntimideerd en buiten alle gruwelijke misdaden gehouden?

Deze woensdag maakt de rechtbank in München haar vonnis bekend. Voor diverse vormen van hulp aan de drie stonden ook vier mannen terecht. Ook zij horen hun vonnis.

Zschäpe verkeert al jaren in extreemrechtse kringen voor ze in 1998 onderduikt, samen met Uwe Mundlos (1973-2011) en Uwe Böhnhardt (1977-2011). Eerst is Mundlos haar vriend, maar als die in militaire dienst moet, krijgt ze een relatie met Böhnhardt. De drie, opgegroeid in een flatwijk in het Oost-Duitse Jena, blijven met elkaar bevriend.

Moeder aan de drank

Zschäpes radicalisering begint als ze een tiener is. Haar vader heeft ze nooit gekend. Haar moeder, die studeerde in Roemenië en later werkloos werd en aan de drank raakte, laat de opvoeding over aan haar eigen moeder. „Ik ben een oma’s kind”, zegt Zschäpe in een verhoor. Iets als een familie vindt ze via de twee jaar oudere skinhead Mundlos bij neonazi-jongeren in een buurthuis.

Ze plegen diefstallen, proberen de Ku Klux Klan te imiteren met een brandend kruis, hangen een pop met het opschrift ‘Jood’ aan een viaduct, nemen deel aan extreemrechtse betogingen, experimenteren met explosieven en overvallen (soms met geweld) winkels van Vietnamezen – veel andere mensen met een buitenlandse achtergrond zijn er dan nog niet in het oosten van Duitsland.

Eerder dit jaar sprak NRC met de zoon van het eerste dodelijke slachtoffer van de NSU: ‘Door racisme zijn de daders niet eerder gepakt’

Er heerst voor veel jongeren een gezagsvacuüm. De Muur is gevallen, de DDR ten onder gegaan. Politie, leraren en vaak ook ouders verliezen hun gezag, bedrijven gaan failliet, er is massale werkloosheid. Zschäpe wordt niet toegelaten tot een opleiding tot kleuterleidster, leert voor tuinierster maar vindt geen werk.

Hoe gevaarlijk het trio is, zien de autoriteiten als ze in 1998 een door Zschäpe gehuurde garage doorzoeken. Er worden explosieven gevonden, een lijst met nummerborden van burgerauto’s die door de politie worden gebruikt en extreemrechtse propaganda. Daaronder het zelfgemaakte bordspel Pogromly, een antisemitische variatie op Monopoly, met hakenkruisen geïllustreerd en met in plaats van straten treinstations en vier concentratiekampen, steden moeten ‘jüdenfrei’ worden gemaakt.

‘Doodgewone vrouw’

De drie besluiten na de inval onder te duiken – eerst bij vrienden uit hun neonazi-netwerk, later, onder valse namen, in een eigen woning. Verklaringen van buren wekken de indruk dat Zschäpe er goed in slaagt de schijn op te houden dat ze een doodgewone vrouw is die samenwoont met haar vriend en haar broer.

Ondertussen plegen de twee Uwes tussen 2000 en 2007 in verschillende steden tien zorgvuldig voorbereide moorden en twee aanslagen waarbij meer dan twintig gewonden vallen. In negen gevallen hadden de dodelijke slachtoffers een (meest Turkse) migratie-achtergrond. Het laatste slachtoffer was een politieagente.

Een bewakingscamera legde op 7 september 2011 een bankoverval vast. De mannen werden ontmaskerd als Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt . Foto Reuters

Voor zover bekend is Zschäpe in geen van de gevallen op de plaats van het misdrijf. Maar ze beheert het geld, zorgt voor valse papieren en mobieltjes. Zonder haar betrokkenheid zouden de moorden volgens de aanklager niet mogelijk zijn geweest.

Zschäpe zegt dat ze steeds pas na elke moord tot haar ontzetting van de twee Uwes hoort wat ze hebben gedaan. Toen ze zei naar de politie te stappen zouden de twee gedreigd hebben zichzelf om te brengen.

„Dan zou ik de dood op mijn geweten hebben van de twee enige mensen, naast mijn oma, die me lief waren”, verklaart ze. Via overvallen op banken en supermarkten houdt het trio zich in leven.

Huis in brand

Jaren deden media en autoriteiten de moorden af als familieruzies of afrekeningen in het (Turkse) criminele milieu. Ze werden ‘Döner-moorden’ genoemd.

Dat er een racistische terreurbende actief is geweest, zoals nabestaanden al snel doorhebben, erkennen politie en justitie pas in 2011: op 4 november worden de lijken van de Uwes aantroffen in een camper, waarschijnlijk heeft de een de ander dood geschoten en zelfmoord gepleegd. Die dag steekt Zschäpe hun huis in brand. Vier dagen later geeft ze zich aan, nadat ze dvd’s waarop de NSU de moorden opeist aan diverse media heeft verstuurd.

De 437 zittingsdagen, inclusief dramatische getuigenissen van nabestaanden, woonde ze bijna onbewogen bij. Op de laatste zittingsdag ontkent ze nogmaals medeplichtig te zijn maar biedt ze excuses aan voor het leed dat ze heeft veroorzaakt – vermoedelijk doelend op het feit dat ze pas in 2011 naar de politie stapte.

Al in 2016 distantieerde ze zich van het „nationalistische gedachtegoed”. Maar informatie over eventuele helpers, over de toedracht van de moorden en de selectie van de slachtoffers, waar de nabestaanden haar dringend om hebben gevraagd, heeft ze al die jaren niet gegeven.

Uwe Mundlos
Foto Frank Doebert/AFP
Beate Zschäpe
Foto Frank Doebert/AFP
Uwe Böhnhardt
Foto Frank Doebert/AFP
    • Juurd Eijsvoogel