Deze voorstellen moeten de CO2-uitstoot halveren

Klimaatakkoord Vijf ‘klimaattafels’ presenteren voorstellen die moeten leiden tot een halvering van de uitstoot van broeikasgassen in 2030. Nu moeten de plannen eerst worden doorgerekend.

Knooppunt Gorinchem in Zuid-Holland. Via de aanleg van infrastructuur zou 2 miljoen ton broeikasgas kunnen worden bespaard. Foto Siebe Swart

„Iedereen moet meedoen, iedereen wordt erdoor geraakt, en niemand kan het alleen.” Voor het klimaat moet iedereen zich inspannen, daarover liet oud-milieuminister Ed Nijpels dinsdagmiddag geen twijfel bestaan bij de presentatie van het voorlopige onderhandelingsresultaat van het klimaatakkoord. Nijpels, overkoepelend voorzitter van de onderhandelingstafels, was ook duidelijk over het eindresultaat dat er nog in 2018 moet zijn. „Eén zekerheid: ik presenteer eind dit jaar alleen een akkoord als we zeker weten dat die 49 procent wordt gehaald.”

Deze dinsdagmiddag hebben de vijf zogeheten klimaattafels hun voorstellen gepresenteerd die de uitstoot van broeikasgassen in 2030 met 49 procent moeten verminderen, zoals het regeerakkoord eist.

Deze reductie ligt in het verlengde van de afspraken die binnen het VN-klimaatakkoord van Parijs zijn gemaakt. Daarbij is het streven dat de mondiale opwarming tot ruim onder 2 graden wordt beperkt. „We zijn niet ambitieuzer dan andere landen”, zei minister Eric Wiebes (Economische Zaken en Klimaat, VVD). „We bereiden ons eerder voor.”

Sinds april vergaderden bedrijfsleven, overheden en belangengroepen aan vijf thematische ‘tafels’. Nijpels moest als voorzitter aan de zesde tafel de samenhang van de tafels in het oog houden.

Aan het eind van het jaar moet er nieuw kabinetsbeleid liggen dat ervoor zorgt dat in 2030 45 miljoen ton broeikasgas minder wordt uitgestoten. De elektriciteitstafel (met de stroomproducenten) en de industrietafel nemen het leeuwendeel van de besparing voor hun rekening: respectievelijk 20 en 14 miljoen ton.

1. Elektriciteit

De elektriciteitsvoorziening wordt tot 2030 grotendeels verduurzaamd en wind en zon gaan daarbij de hoofdrol spelen. Er zijn dit voorjaar al plannen gepresenteerd om nog drie grote windparken te bouwen in de Noordzee, maar dat kunnen er nog meer worden. En ook op land moeten er veel zonne- en windparken worden bijgebouwd.

De grote vraag is hoeveel extra stroom er nodig is. Als de behoefte aan elektriciteit nog 30 à 40 procent hoger wordt, komen allerlei grenzen in zicht, zoals de ruimtelijke planning op zee en de capaciteit van het elektriciteitsnet. Dan zijn er misschien ook meer ‘biomassa-centrales’ nodig waarin hout gestookt wordt – terwijl duurzame biomassa schaars is.

De stroomvraag hangt af van de beslissingen aan andere tafels. Komen er grote elektrische buurtwarmtepompen in steden? Gaan fabrieken veel processen op elektriciteit aansluiten? En hoeveel stroom is er in de toekomst nodig om waterstof te maken?

2. Industrie

Veel vragen zijn er nog bij de industrietafel, waar de meest vervuilende bedrijven meepraten. Die heeft wel een tabel opgesteld die laat zien hoe de uitstoot van broeikasgassen kan worden ingeperkt. Daarin krijgt de ondergrondse opslag van CO2 (CCS) (7 miljoen ton) een grote rol, maar met name milieugroeperingen aan de industrietafel zijn daar zeer kritisch over. Afgesproken is dat er verder onderzoek wordt gedaan naar kosten en risico’s en dat CCS sowieso alleen wordt gebruikt als er geen alternatieven zijn. Door industriële processen efficiënter te maken en sommige processen te elektrificeren zou nog eens 6 miljoen ton CO2-reductie behaald moeten worden.

Lees ook: CO2-opslag? Het kan een stuk slimmer

3. Mobiliteit

De sectortafel mobiliteit schetst een reeks van mogelijkheden die kan leiden tot een gewenste reductie van 7,3 miljoen ton. Zo kan er via de aanleg van infrastructuur – via duurzame overheidsinkopen – 2 miljoen ton worden bespaard. Verder moet de vergroening van de goederenstromen 3 miljoen opleveren: dat kan onder meer door in 2025 binnen de dertig grootste gemeenten emissieloze zones voor bestel- en vrachtverkeer in te stellen. Een eerder gesloten bestuursakkoord bepaalt al dat vanaf 2030 alle bussen emissieloos rondrijden.

4. Landbouw

Bij landbouw ligt de lat voor 2030 niet zo hoog, met een besparing ter grootte van 3,5 miljoen ton aan broeikasgassen. De veehouderij wil 1 miljoen ton methaan reduceren: het leeuwendeel moet van de melkveehouderij komen – onder meer door andere vormen van bemesting. De reductie in de varkenssector moet komen door een bescheiden „warme sanering”, waarbij boeren die willen stoppen financieel gecompenseerd worden. Nog eens 1,5 miljoen komt door ander landgebruik: door veengebieden onder water te zetten moet de methaan-uitstoot teruglopen. De glastuinbouw denkt tot 2030 2,2 miljoen te reduceren en verwacht zelfs in 2040 klimaatneutraal te kunnen produceren.

5. Gebouwde omgeving

Bij de gebouwde omgeving is de besparing (3,4 miljoen ton) niet zo groot, maar de inspanningen zijn dat wel. Om dit doel in twaalf jaar te halen, moeten bijna alle gebouwen beter geïsoleerd worden en gasvrij gemaakt worden. Dat betekent dat over drie jaar 50.000 bestaande woningen per jaar worden verduurzaamd. Corporaties moeten als „startmotor” werken. Vóór 2030 moet het tempo op 200.000 per jaar zitten waardoor in 2050 alle woningen klimaatneutraal kunnen zijn. Om de gasconsumptie te verminderen stelt de tafel voor om gas meer en stroom minder te belasten. Bouwbedrijven, warmteleveranciers en installateurs hebben toegezegd in 2030 15 tot mogelijk 50 procent goedkoper te gaan werken.

Corporaties vrezen dat ze het geld dat nodig is om hun woningen CO2-neutraal te maken, niet kunnen opbrengen. Lees ook: ‘Corporatiewoning CO2-neutraal maken kost 52.000 euro’

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat in de zomermaanden aan de hand van de voorstellen doorrekenen hoe hard de CO2-besparingen in de praktijk uitpakken, en of de totale reductie zo wordt gehaald. „Als uit de doorrekening van het PBL iets anders blijkt”, zei Ed Nijpels dinsdag, „komen er scherpere teksten – en zo nodig nieuwe maatregelen”. 

Het Centraal Planbureau (CPB) kijkt vooral naar de gevolgen voor de lastenverdeling. Vervolgens komt het kabinet na de zomer met een reactie en een verdere invulling van de plannen. In september volgt dan een debat in de Tweede Kamer.

    • Hester van Santen
    • Erik van der Walle