Opinie

    • Arjen Fortuin

Vermom het tv-nieuws als een show met BN’ers

Zap De tv is dood, meldt de VPRO online. Omroep MAX roept maar weer eens een BN’er te hulp.

Prinses Laurentien in Eindredactie (Omroep MAX) Beeld Max

Opgewekt meldde de VPRO dit weekend de dood van de televisie. Om het verscheiden van het medium te markeren liet de omroep Ivo van Aart en Daan Windhorst zes filmpjes maken onder de noemer RIP TV: lekker strak gemonteerde clipjes die in vijf minuten steeds het einde van een ander televisiegenre vieren.

De requiems verschijnen (online only, uiteraard) deze week dagelijks om acht uur. Maandagochtend werd de live-televisie uitgezwaaid, zondag werden de ‘BN’ers spelletjes’ begraven. Geen woest originele keuze, maar goed gemaakt. Een BN’er was „een vlogger zonder YouTube-kanaal” en hun spelletjes werden adequaat gedefinieerd als „alles wat je op een bedrijfsuitje kunt doen”.

Achter de schermen

Maar wat bleek maandagavond? Ze hadden Omroep Max niet verteld dat de tv dood was. Die presenteerde doodkalm een nieuw format voor een programma met een bekende Nederlander. Het heet Eindredactie en het bestaat eruit dat de beroemdheid van dienst drie weken fungeert als eindredacteur van een televisieprogramma. Dat is interessant voor mensen die graag willen weten hoe het achter de schermen toegaat bij een tv-programma. Maar ja, die werken allemaal al achter de schermen bij een tv-programma.

In de eerste aflevering stapte prinses Laurentien binnen bij een redactievergadering en toen werd snel duidelijk dat het geen satire was. Ze stelde de nerveuze aanwezigen („Een prinses!”) eerst op het gemak met een grapje: „Dit is mijn eerste baan.” Lief van de koninklijke hoogheid, maar ook flauwekul. Die vrouw werkt natuurlijk zestig uur per week.

Nadat Laurentien ook nog koffie had gehaald (later zou ze de tafel afnemen) legde ze uit wat ze voor ogen had: een programma over eenzaamheid bij ouderen, waarin een parkbankje de rode draad zou vormen. Tegen de redactie: „Ik wil gewoon iets goeds maken. Mij maakt het niet uit of het iets is voor NPO 1 of NPO 2”. En met een blik naar een van de redactieleden: „Maar dat wil je vast niet horen.” Het was een van de schaarse momenten waarop in Eindredactie iets doorklonk van de werkelijke dilemma’s van televisiemakers.

Bezorgde appjes

De redactie ging aan het werk, maar na twee weken vlogen de bezorgde appjes heen en weer tussen de programmamakers: „Zo slaan we de plank mis!” Wat was het probleem? Laurentien wilde eenzame ouderen filmen! En alleen maar ouderen in beeld, dat kan niet. In elk geval niet bij Omroep Max.

Een echte eindredacteur kun je niet zijn zonder televisie-ervaring, maar Laurentien wist wat ze wilde en greep in bij interviews waarvan de koers haar niet zinde. Aan haar lag het niet, maar uiteindelijk bleken de voorvallen van drie weken tv-maken goed voor slechts zeventien minuten (overwegend slaapverwekkende) televisie. Zie mensen er dan nog maar eens van te overtuigen dat de tv níet dood is.

De overige dertien minuten waren voor het ‘programma’ waaraan was gewerkt. Het bleek een adequate reportage over eenzaamheid, met eenzamen en deskundigen. Een (oudere) vrouw vertelde hoe de tv haar verlichting bracht: „Ze praten tegen je. Iemand kijkt je aan.” Zo maken ze er tientallen per jaar bij, EenVandaag of Brandpunt+.

Misschien is dat een kans voor Brandpunt+: laat een bekende Nederlander stage lopen op de redactie, maak voor elke uitzending een making of waarin die beroemdheid centraal staat en plak daar je actualiteiten achter. Misschien dat de bazen van NPO in die vermomming bereid zijn om televisiejournalistiek te laten bestaan. Dan heeft de mislukking van Eindredactie toch nog zin gehad.

    • Arjen Fortuin