Brieven

Brieven

Het pleidooi van Floor Rusman ‘Speel toch, schaamteloos’ (Leven, 7/7) om één stap opzij te zetten uit het gangbare om tot een spelende mens te worden is goed bedoeld, maar had beter gefundeerd beschreven kunnen worden. Tussen het citeren van Wittgenstein en Huizinga in debiteert ze haar eigen mening dat fantasie zich niet door regels laat begrenzen en „dat is er juist zo leuk aan”. Daarbij vergeet ze dat kinderen en volwassenen die het onderscheid tussen fantasie en realiteit niet meer zien zich onbegrensd én daarmee gevaarlijk kunnen gaan gedragen in hun fantasie.

Goed spelen is altijd juist óók verbonden met de werkelijkheid, al valt het daar niet mee samen (Vermeer, 1955). Een kind dat speelt, weet dat het speelt en kan al spelende leren omgaan met de vaak onthutsende werkelijkheid. Grenzen zijn er niet aan de inhoud van het spel. Piaget noemde dat het egocentrische van het spelende kind. Een kind kan dus overal over spelen maar de manier waarop is wel degelijk aan grenzen gebonden. Dat weten ze ook heel goed als ze samen spelen en elkaar corrigeren over spelgedrag dat niet bij de rol hoort die was afgesproken. Vygotski was degene die benadrukte dat elke fictieve situatie ook aan regels is gebonden. Juist in deze tijd van toenemende virtual reality zijn dit belangrijke kenmerken van goede fantasie.


orthopedagoog
    • Opiauteur