Wanneer mogen journalisten worden afgeluisterd?

Ambtsgeheim journalisten

Drie keer ging het OM onlangs de fout in, met het onrechtmatig afluisteren van journalisten. Waarin zat de fout en is de verontwaardiging terecht?

Voormalig Telegraaf-hoofdredacteur Sjuul Paradijs (midden) met zijn advocaat. In 2009 spande De Telegraaf een kort geding aan tegen de Nederlandse staat, om af te dwingen dat de AIVD stopte met het afluisteren van haar journalisten. Foto ANP/Rick Nederstigt

Het Openbaar Ministerie ging recent drie keer over de schreef door belgegevens van journalisten op te vragen en in één geval een gesprek tussen een journalist en een bron af te luisteren. Hoever mag Justitie gaan, tot waar mogen bronnen geheim worden gehouden?

  1. Waarin zat precies de fout die het OM maakte?

    Het waren steeds individuele officieren van justitie die zich niet realiseerden dat ze bij het toepassen van dwangmiddelen tegen journalisten toestemming van de parketleiding nodig hebben. En die moet weer overleggen met het College van procureurs-generaal. Daarvoor bestaan interne regels: de Aanwijzing Toepassing Dwangmiddelen tegen Journalisten.

  2. Dus huizen, telefoons, camera’s en computers van journalisten mogen worden doorzocht, afgetapt en in beslag genomen?

    Onder strenge voorwaarden is dat inderdaad toegestaan – die zijn strenger dan bij ‘gewone’ mensen. Journalisten mogen een ambtsgeheim hebben, net als notarissen en advocaten. Alleen is dat niet onbegrensd. In beginsel moet justitie afstand houden, tenzij er iets heel ernstigs aan de hand is. Daarvan is sprake als ‘aan een zwaarder wegend maatschappelijk belang een onevenredig grote schade wordt toegebracht’, wanneer de journalist zijn mond houdt. Dat citaat komt uit de nieuwe wet Bronbescherming in Strafzaken die vorige week, na vier jaar door de Senaat aangenomen. Daarin staat dat journalisten in beginsel het recht hebben bij de strafrechter hun mond mogen houden. En, nog belangrijker, het OM heeft voortaan toestemming nodig van de rechter-commissaris, voorafgaand aan het afluisteren (etc.) van journalisten. Daarmee is dus onafhankelijke controle geïntroduceerd.

  3. Wanneer is er sprake van zo’n ‘zwaarder wegend belang’?

    In de Aanwijzing van het OM staat dat een journalist alleen mag worden onderzocht „als dit het enige denkbare effectieve middel is om een zeer ernstig delict op te sporen en te voorkomen”. Dat zijn de bekende juridische maatstaven proportionaliteit en subsidiariteit. Denk aan misdrijven waarbij leven, veiligheid of de gezondheid van mensen ernstig in gevaar komt. Aan de Senaat schreef minister Grapperhaus (Justitie en Veiligheid, CDA) dat de rechter-commissaris alleen mag instemmen als het om ‘zeer ernstige misdrijven’ gaat.

  4. Journalistenvereniging NVJ en Genootschap van Hoofdredacteuren waren ‘verbijsterd’ over de drie incidenten met de journalisten. Terecht?

    In twee gevallen is daar inderdaad duidelijk aanleiding voor, in één geval is er ruimte voor twijfel. Het onderzoeken van het belgedrag van een journalist van het Brabants Dagblad speelde in een onderzoek naar het lekken van informatie over een burgemeestersbenoeming. De Rotterdamse fotograaf wiens belgegevens werden opgevraagd zou contact hebben met een politieagent die zijn ambtsgeheim niet nakwam. Dat zijn geen van beide kwesties die aan de maatstaf levensbedreigend ernstig misdrijf beantwoorden.

    In de derde kwestie werd een journalist afgeluisterd die met een criminele bron sprak vlak na de schokkende wraakmoord op een familielid van een kroongetuige. Daar werd de maatstaf wel gehaald. Mogelijk zou een hoofdofficier, het College van procureurs-generaal of (onder de nieuwe wet) de rechter-commissaris hebben geoordeeld dat afluisteren dan wel proportioneel is.

  5. En wat gebeurt er als een journalist z’n mond houdt bij de strafrechter?

    Dan kan hij onmiddellijk worden gegijzeld – in detentie worden vastgezet. Om de twee weken beoordeelt de rechtbank dan of dat moet worden verlengd, steeds met 12 dagen. Wie zich niet meer op een verschoningsrecht mag beroepen, heeft namelijk een spreekplicht bij de rechter. En dat is een burgerplicht waar tenslotte óók een journalist aan moet voldoen.

    • Folkert Jensma