NPO moet bezuinigen, maar Oranje mag wél wat kosten

Publieke omroep De NPO geeft opnieuw miljoenen uit aan sportrechten. De hoop is dat kijkers dan blijven hangen en ook andere programma’s kijken. Maar daar wordt juist op bezuinigd.

In 2014 was Oranje er wél bij op het WK. Fans in Den Haag kijken naar het Nederlands elftal. ANP/Valerie Kuypers

De publieke omroep heeft maanden stilgehouden dat zij voor miljoenen euro’s – veel meer dan de directe marktwaarde – de uitzendrechten koopt van de kwalificatiewedstrijden van het Nederlands elftal.

De NOS en bestuursorgaan Nederlandse Publieke Omroep (NPO) wilden lange tijd niet bevestigen dat zij de kwalificatie van Oranje voor het EK in 2020 en het WK in 2022 gaan uitzenden. Maandagmiddag kwam uiteindelijk de bevestiging – na vragen van NRC. Volgens de NOS lag maandagmorgen het definitieve contract in de brievenbus. De eerste wedstrijd is in maart volgend jaar.

In het nog niet gepubliceerde ‘concept jaarplan video 2019’ met de toekomstplannen van de omroep, schreef de NPO al eerder dat de betreffende kwalificatiewedstrijden „zijn behouden voor de publieke omroep”. Bronnen rond de omroep bevestigden dat bovendien. Uit het jaarplan lekte al eerder dat de NPO wil snijden in de journalistieke en levensbeschouwelijke programma’s. De NPO spreekt liever van vernieuwen.

NOS en NPO weigeren nadere mededelingen te doen over de bedragen die zijn gemoeid met de zogenoemde sportrechten, ook al eiste toenmalig staatssecretaris Dekker (Media, VVD) twee jaar geleden dat de NPO meer openheid geeft over kosten van programma’s. Een woordvoerder van de NPO zegt alleen: „In algemene zin geldt voor de NPO dat het Nederlands elftal een grote verbindende waarde heeft voor ons land en dat het daarom goed past in het domein van de publieke omroep.”

Lees ook: Wat kost een avondje journalistiek, en wie kijkt?

Niet alleen de EK- en WK-kwalificatie komen in handen van de NOS, ook de nieuwe tweejaarlijkse landencompetitie van UEFA, de Nations League, is binnenkort bij de NOS te zien. Nederland speelt in dit (vriendschappelijke) verband in oktober al tegen Duitsland.

Miljoenen extra

In totaal zou de publieke omroep voor een periode van vier jaar 24 tot 28 miljoen euro investeren in live voetbalrechten van Oranje. Daar komen de kosten voor de twee eindtoernooien en voor de productie van de uitzendingen nog bij.

De NOS betaalt 800.000 tot 900.000 euro per kwalificatiewedstrijd, zeggen vier bronnen die niet met hun naam in de krant willen, omdat zij betrokken zijn. Het gaat om twintig wedstrijden. Een woordvoerder van de NOS wil het bedrag niet bevestigen en zegt dat het veel lager ligt. Hij zegt wel dat de NOS alleen nog maar contracten sluit voor lagere bedragen dan in het verleden. Hoeveel de publieke omroep voor eerdere kwalificatiereeksen voor het EK 2016 en het WK 2018 betaalde is niet bekend.

Het bedrag voor de komende wedstrijden is in elk geval minder dan de 1 tot 1,2 miljoen euro die SBS 6 betaalde voor vorige kwalificaties. De commerciële zender zond de kwalificaties voor het EK 2004 tot en met het WK 2014 uit.

Voetballer Arjen Robben in een interview met NOS-verslaggever Bert Maalderink. ANP/Erwin Spek

Het bedrag per wedstrijd is echter veel hoger dan wat een tv-zender kan verdienen met commercials rond de rechtstreekse wedstrijd. Dat ligt volgens marketingdeskundigen tussen 275.000 en 400.000 euro per wedstrijd.

De geschatte bedragen betekenen dus dat de publieke omroep twee tot drie keer meer betaalt dan de directe opbrengst van de reclameblokken rondom de wedstrijden. Deskundigen benadrukken dat Oranje ook een belangrijke indirecte waarde heeft. NPO en NOS investeren in sport omdat het goed is voor het imago van de publieke omroep en het realiseren van een bepaald zenderaandeel, een verkoopargument voor de advertentieverkopers van de Ster. Maar de omroep hoopt ook dankzij het voetbal op andere momenten meer kijkers te trekken. Ze hopen de gewoonten van kijkers te beïnvloeden. Hun zenders moeten meer onderdeel worden van hun dagelijkse kijkpatroon. En dat mag wat kosten.

Bang voor reacties

Blijft de vraag waarom NPO en NOS zo lang hebben geaarzeld om de deal naar buiten te brengen. Mogelijk werd nog onderhandeld over de Nations League, maar volgens een bron was dat ook al langer rond. Betrokkenen denken eerder dat de leiding van de publieke omroep bang is voor negatieve reacties van publiek en politiek. Wel geld steken in sport, niet in journalistiek en levensbeschouwing. Van die 9 ton per wedstrijd kan je pakweg 30 afleveringen van Nieuwsuur maken.

Lees ook: Hoe duur is uw publieke omroep? (NRC, 2 februari 2016)

Vanaf volgend jaar krijgt de publieke omroep 62 miljoen euro minder subsidie (totaal budget: 740 miljoen). De NPO wil fors bezuinigen op andere programma’s dan live sportverslagen. Programma’s als Brandpunt+, Andere Tijden en Tegenlicht verdwijnen of moeten inkrimpen. Dat leidde al tot veel kritiek op de NPO.

Het is een groot dilemma voor de NPO: al het geld dat je besteedt aan sportrechten, kun je niet investeren in andere relevante programma’s. Die trekken minder kijkers dan sport, maar passen misschien wel beter bij de publieke omroep. Maar steek je miljoenen in live sport, dan dalen de inkomsten van de Ster misschien minder hard.

In het concept jaarplan stelt de NPO: „De komst van buitenlandse commerciële sportkanalen heeft de kosten van sportuitzendrechten omhoog gestuwd. In deze context moet de NPO steeds opnieuw de afweging maken welke sportrechten tegen welke prijs verantwoord kunnen worden verworven.”

Ziggo Sport, Fox Sports en Eurosport (Discovery) zijn onder meer die sportkanalen die veel (buitenlands) voetbal en Olympische sport hebben gekocht. Tech-bedrijven als Amazon en Facebook mengen zich pas net in de strijd om live sport. Nog niet in Nederland, maar wel in het VK en het Verre Oosten.

Voor de Nederlandse commerciële zenders is het al jaren een grote frustratie dat de NOS (ver) boven de marktwaarde kan bieden op sportrechten. Voor de samenvattingen van de eredivisie bijvoorbeeld zou de publieke omroep veel meer hebben betaald dan de commerciëlen wilden betalen.

RTL Nederland en SBS (Talpa TV) zitten in een nijpender situatie dan vroeger. RTL schrapt tientallen arbeidsplaatsen en SBS kan ondanks de miljoenen van De Mol nog geen substantieel marktaandeel winnen. Bovendien: de reclamemarkt verandert. Adverteerders besteden minder geld bij tv-zenders. Voor het eerst daalden de netto mediabestedingen in 2017, met 5 procent. Consumenten van 20 tot circa 50 jaar, de primaire doelgroep van de commerciële zenders, kijken minder gewone, lineaire tv. Netflix is bij hen populair.

Het gevolg is dat commerciële omroepen – zoals vroeger – niet langer veel meer geld willen betalen voor live sport dan ze kunnen terugverdienen, louter omdat het goed is voor het imago van een (nieuwe) zender. Ze willen er niet langer fors bij inschieten.

Talpa TV (Veronica) behield wel de uitzendrechten van de Champions League, maar volgens bronnen voor veel minder dan het betaalde voor de vorige drie seizoenen. Talpa zou 9 miljoen euro betalen per seizoen, 6 miljoen minder dan vorige seizoenen. De NOS bood niet mee op de Champions League, omdat de omroep net de samenvattingen van de eredivisie had gekocht. En, naar maandag dus plotseling bleek, de wedstrijden van Oranje.

    • Jan Benjamin