Recensie

‘Time Trial’ toont het lijden van een wielrenner

Documentaire

‘Time Trial’ is een prachtig trieste afscheidsfilm over de berouwvolle dopingzondaar David Millar.

Filmstill Time Trial.

Tim Krabbé verhief het tot literatuur: het lijden van de wielrenner. Een verbazingwekkend slag topsporter: meedogenloos voor elkaar, meedogenloos voor het eigen lijf „Welke idioot gaat met tweehonderd andere idioten lijden? En traint dan thuis om nog meer te lijden?”

Dat zegt wielerveteraan David Millar tegen kamergenoot Thomas Dekker in documentaire Time Trial. Net als Dekker is hij een berouwvolle dopingzondaar; in 2004 werd Millar twee jaar geschorst vanwege epo. Omdat hij een leeg mens was zonder vrienden, zei Millar. De koers was alles. Thuis keek alleen de tv hem aan. Nu is hij bijna 37: 2014 wordt zijn laatste wielerjaar. Een prima tijdrijder en etappekaper die net tekortschoot als klimmer. Wel heeft Millar alle grote truien gedragen: geel (Tour), roze (Giro), rood (Vuelta). „Hij is boos over zijn leeftijd”, denkt kamergenoot Dekker.

Millars fiets is uitgerust met camera en microfoon. We horen hem hijgen, zien hem ploeteren. Met de wegkapiteins de koers blokkeren zodat niet direct „een of andere idioot” ontsnapt en het peloton zich suf moet fietsen. Gebeurt toch: „Heu! Ho!” We zien Millar onderweg vertellen over ‘de oude tijd’: een jonge renner knikt dan en rijdt snel van hem weg. Meedogenloos. Millar is passé en weet het. Toch gaat hij door een hel van regen en modder en vrieskou om nog een laatste Tour te fietsen. Of om die levensvraag voor zich uit te schuiven: wat nu? „Ik was gewoon de zoveelste wielrenner,” constateert hij. Maar wel één met een prachtig trieste afscheidsfilm.

    • Coen van Zwol