‘Opschaling bij stroomstoring Schiphol kwam te laat’

Eind april strandden duizenden passagiers op Schiphol bij een grote stroomstoring. Volgens een evaluatie werd te laat opgeschaald en werd niet goed gecommuniceerd door betrokken partijen.

Door de vertragingen ontstond op Schiphol eind april grote drukte. Foto Koen van Weel/ANP

Bij de grote stroomstoring die onder meer Schiphol eind april trof, hadden instanties eerder moeten opschalen. Ook communiceerden betrokken partijen, zoals de luchthaven en de gemeente Haarlemmermeer, niet goed onderling waardoor niet adequaat gereageerd kon worden op de logistieke crisis die ontstond. Dat blijkt uit een onafhankelijke evaluatie van het Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement (COT).

Lees meer over het incident: Hoe een ‘stroomdipje van niets’ heel Schiphol plat heeft gelegd

Uit eerste bevindingen van TNO bleek onlangs dat de noodstroomvoorziening van Schiphol niet goed werkte tijdens de stroomstoring van 29 april, wat leidde tot de grote chaos op de luchthaven. Daardoor werkten inchecksystemen urenlang niet en vielen tientallen vluchten uit. Duizenden passagiers konden niet vertrekken, en de marechaussee besloot vanwege de drukte de toegangswegen en het treinstation af te sluiten.

‘Onzekere situatie’

Een van de problemen vervolgens dat het personeel dat noodzakelijk was om de passagiersstroom op te vangen en af te handelen, niet naar Schiphol kon komen. Toch concludeert de gemeente in een brief: “De betrokken functionarissen hebben in bijzondere omstandigheden gedaan wat nodig is, vanuit een onzekere situatie”.

De conclusies van de evaluatie - in opdracht van Schiphol, de gemeente Haarlemmermeer, de Veiligheidsregio Kennemerland en de Koninklijke Marechaussee - moeten daarom vooral gezien worden als leerpunten, stelt de gemeente. TNO komt naar verwachting aan het einde van de zomer met een eindrapport over het incident

    • Christiaan Paauwe