Opinie

    • Marjoleine de Vos

Opgetogen melancholie

De beheerder van het huis, de kapster in de salon, ze maken hetzelfde gebaar van verrukte verrassing. Hij is het echt! De mensen in de pub hebben eerst niets in de gaten, ze zien een persoon achter de tap die daar niet hoort, en er loopt iemand met een camera, irritant, maar dat kun je negeren. Min of meer. Tot een jonge vrouw een liedje uit de jukebox kiest. Ineens vliegt er een gordijn opzij en klinkt live door de ruimte „It’s been a hard day’s night”. Daar staat-ie te spelen en te zingen: Paul McCartney!

Hoe de mensen reageren. Die verrukking! Hoe iedereen de Beatle-liedjes blijkt te kennen, niet alleen de ouderen die destijds al meezongen, maar ook hippe jeugdige types. McCartney zelf is wat heser geworden, maar hij kan die liedjes toch nog prima zingen, en hij doet het met overgave.

Waaróm is dat zo ontroerend. Want dat is het. De meer dan twee miljoen mensen die naar het YouTube-filmpje gekeken hebben waarin Paul McCartney met presentator James Corden door Liverpool rijdt en zingt, zullen wel niet allemáál een snikje hebben weggeslikt, maar velen toch wel.

En waarom dan. Wat valt er nú weer te snikken. Het is allemaal even vrolijk en aanstekelijk.

Ja. Maar toch. Die Paul is er wel, nóg wel, en hij zingt ook nog best leuk, maar tegelijkertijd is hij voorbij. Of nu ja, ‘hij’: de tijd is voorbij waaraan hij al die roem te danken heeft, de Beatles zijn iets uit het verleden en hun liedjes ook. En ineens is heel dat voorbije er dan toch weer wel, maar het blijft precies even voorbij.

Net zoiets voelde ik toen ik tien jaar geleden de 74-jarige Leonard Cohen zag optreden in Amsterdam – daar staat-ie, die man die mijn verleden vol gezongen heeft, dat is hem, hij zingt nú – maar die tijd was toch voorbij en de rol die zijn muziek erin speelde ook. Wat je voelt is zoiets als opgetogen melancholie. Als dat zou kunnen. Het kan.

Dat is wat anders dan de gevoelens die je bestormen als blijkt dat Armando dood is. Armando! Zijn toon, zijn lef, hoe hij altijd maar vraagt naar wat niet te zien is, naar wat ‘de medemens’ beweegt (niet veel goeds), naar het oorlogsverleden. Wat een geweldenaar.

Zijn stukken stonden in deze ook al zo geweldige krant – gesproken over iets wat voorbij is én aanwezig. Toch werkt het bij de krant niet zo. Die kan je natuurlijk niet op dagelijkse basis het gevoel geven van een wederopstanding, niet zoals de oude Mc Cartney, in wie het verleden als het ware vlees geworden is. De krant is nooit weg geweest, al is die krant waarin Armando zijn stukken schreef dan totaal verdwenen. Net als Armando zelf dus, wat ontzaglijk spijtig is, maar niet ontroerend.

Weet iedereen trouwens wel dat hij ook een uitzonderlijk grappig kinderboek geschreven heeft, De Prinses met de dikke bibs? Ze heeft dus een dikke bibs „zoiets diks had men nog nooit gezien”. Maar op een dag heeft ze die niet meer en roept een hofdame: „Uw dikke bibs is henen”. Dat is toch verrukkelijk?

Niet alles wat weg is, of terugkeert, of oud is, hoeft meteen melancholie op te roepen ook al hoor ik nu in gedachten de stem van de oude Rod McKuen die zingt „When the world was young” en hoe heerlijk het toen allemaal was. Maar het was helemaal niet leuker dan nu, nu dat gordijn openzwaait en daar staat de 76-jarige McCartney, hij zingt, hij speelt, hij lacht. Wij ook.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC.

    • Marjoleine de Vos