Recensie

Mozarts Requiem klinkt onbestemd bij Markus Stenz

Klassiek Markus Stenz dirigeert Mozarts Requiem met magische vonken, maar weet daarmee niet het grote vuur te ontsteken.

Markus Stenz had zijn kruit al vroeg verschoten in het Requiem. Foto Kaupo Kikkas

Een dirigent kan veel kanten op met het Requiem van Mozart. Bij Herbert von Karajan trekt de donkere zwaartekracht van het graf en verzinken de noten in de modderige aarde. Bij Christopher Hogwood daarentegen lijkt de muziek te zweven richting de hemel, waar een nieuw en vreugdevol leven wacht. Hoop versus wanhoop. Mozart vond de dood rustgevend en troostend, „de sleutel die de deur naar ons ware geluk opent”.

De vertolking van Markus Stenz verkeerde zondagavond ergens in onbestemd gebied. Na een rommelig ‘Introïtus’ volgde een dusdanige uitbarsting van het Groot Omroep Koor in het ‘Kyrie’, dat de vocale rek naar het nog krachtiger ‘Dies irae’ er volledig uit was. Het verschoten kruit dwong de dirigent tot een lange adempauze.

En ook daarna bleef de uitvoering brokkelig. Het koor zorgde weliswaar voor indrukwekkende momenten en de vier solisten bouwden een mooie vocale trap in het ‘Tuba mirum’, van aardse bas tot hemelse sopraan, soms voelde je een magische vonk – zoals in het zijdezachte ‘salve me’ – maar een vuur wilde het Requiem niet worden, daarvoor ontbrak een gewelf dat het geheel overspande.

Die grote spanningsboog is het probleem bij deze dodenmis, die Mozart na zijn vroege dood onvoltooid achterliet. Leerling Süssmayr maakte hem naar beste vermogen af, maar bezat niet Mozarts genie. En dat verschil blijft in de muziek voelbaar. Die fragmentarische belemmering moet een dirigent overwinnen. Dat lukte Stenz niet, vooral omdat hij het Requiem geen contemplatieve lading wist te geven, waardoor slechts een muzikaal geraamte restte: schoonheid zonder betekenis.

    • Joost Galema