‘Levenslang’ na 13 jaar uitkeringsfraude

Wie: Jessica (44)

Kwestie: verzweeg inkomsten als webcam-performer

Waar: rechtbank Utrecht

Op haar Facebookfoto’s is Jessica (44) te zien als vrolijke, gebruinde blondine, vaak gearmd met vrienden en vriendinnen. De vrouw die de rechtszaal binnenkomt, ziet er anders uit. Mager, afgetobt, ouder. Ze is de laatste jaren zestien kilo afgevallen, vertelt ze de rechter.

Dat is begonnen toen het UWV zich bij haar meldde met de mededeling dat ze bijna 80.000 euro terug moet betalen. Zoveel heeft ze ten onrechte aan WAO-uitkering ontvangen omdat ze tussen 2005 en 2018 inkomsten uit werk als webcam-performer heeft verzwegen. De WAO-uitkering kreeg ze vanwege de COPD en de reuma waaraan ze lijdt.

Ze liep tegen de lamp bij een grote actie van het UWV, dat gegevens van werknemers opvroeg bij bedrijven als Sensemakers bv en X-cam models en controleerde of daar ontvangers van uitkeringen bij zaten.

Geld wordt nu niet bij Jessica geïnd, simpelweg omdat er weinig te halen is. Ze staat onder curatele en krijgt 50 euro leefgeld per week.

Jessica erkent dat ze de inkomsten niet heeft opgegeven, maar zegt dat dat „onbewust is gebeurd” omdat ze dacht dat de werkgevers dat zouden doen. „Ik had ze mijn paspoort en sofinummer gegeven.”

Politierechter S. van Lieshout: „Hoe moesten die werkgevers dan weten dat u een uitkering hebt?”

„Ja”, zegt Jessica, „dat weet ik niet. Ik heb de kleine lettertjes niet gelezen.” Ze vertelt dat ze „in een heel moeilijke periode” zat. „M’n oma lag heel slecht. Ik heb toen een verkeerde uitweg gekozen, in het gokken. En daardoor heb ik schulden.”

Van Lieshout: „Maar dacht u na twee maanden niet: ‘Hé, ik verdien geld, maar mijn uitkering blijft ook binnenkomen. Het geld komt van twee kanten’?”

„Nee, dat heb ik echt nooit gedacht.”

De rechter vraagt of ze bedoelt dat ze „in de veelheid van haar problemen” hier „geen aandacht voor had”. Ja, zo zit het, knikt ze, terwijl ze de tranen van haar gezicht veegt. Toen het UWV haar confronteerde met de onderzoeksgegevens, speelde Jessica direct open kaart.

Heeft u een partner, vraagt de rechter. „Nee.” En heeft u kinderen? Ook niet. „Dus u moet alle problemen zelf oplossen?”, vraagt de rechter. Ze knikt.

Inmiddels doet ze vrijwilligerswerk op een taxicentrale die vooral mindervaliden vervoert. Ze schenkt er koffie en zet broodjes klaar, van negen tot één.

De officier van justitie gelooft dat Jessica heel goed wist dat ze inkomsten had moeten opgeven. Niet alleen is dit een feit „van algemene bekendheid”, het staat ook op de specificatie van de uitkering die maandelijks wordt thuisgestuurd. Ook registreerde het klantcontactcentrum van het UWV in 2010 een telefoontje waarin Jessica informeerde naar de mogelijkheden via een persoonsgebonden budget voor een gehandicapt neefje te zorgen. Ze vroeg toen expliciet naar de gevolgen daarvan voor de hoogte van haar uitkering.

De officier concludeert dat Jessica willens en wetens bijna 80.000 euro gemeenschapsgeld heeft verduisterd. De richtlijnen schrijven in zo’n geval vijf tot negen maanden celstraf voor. Omdat de verdachte heeft bekend en geen strafblad heeft, kiest de officier voor een werkstraf, minder ingrijpend, van 200 uur.

Jessica’s advocaat noemt haar leven „een somber verhaal”. Zij leeft „in spanning” sinds het UWV haar confronteerde met de uitkomsten van het onderzoek. En een uitweg ziet zij niet. Want „mijn cliënt weet dat het UWV zich meldt zodra het haar beter gaat.” Het is, vindt de advocaat „misschien wat theatraal gezegd” maar „in feite heeft Jessica daardoor ‘levenslang’.” Hij vraagt een lagere taakstraf.

Politierechter Van Lieshout zegt dat hij „moeilijk uit z’n hoofd kan zetten” dat Jessica „80.000 euro heeft opgesoupeerd” waar ze geen recht op had. Wel waardeert hij dat ze eerlijk verteld heeft hoe het in elkaar stak toen het UWV zich meldde. En „we zien ook dat hier iemand zit die het niet makkelijk heeft, ook nu niet”. Ze krijgt de geëiste werkstraf van 200 uur.

    • Merel Thie