Invalsknecht Ten Dam rijdt zich het snot voor de ogen

Ploegentijdrit Halsoverkop deed Sunweb een beroep op Laurens ten Dam. Hij moet Tom Dumoulin gaan helpen deze Tour. In de ploegentijdrit deed hij ouderwets zijn best, maar hij had het zwaar.

Sunweb in de ploegentijdrit rond Cholet. Het team zou vijfde worden. Foto Bas Czerwinski/ANP

Hij vloekt, maar lachend. Of een ploegentijdrit het zwaarste onderdeel is in het wielrennen? „O ja”, beaamt Laurens ten Dam zonder nadenken. Een moment pauzeert de 37-jarige routinier, uitfietsend op de rollen onder de luifel bij de bus van zijn ploeg Sunweb. Daarna: „Goed, voor iemand als Tom niet misschien.”

Louter blije gezichten bij de ploeg van Tom Dumoulin, maandag na de ploegentijdrit over 35,5 kilometer in de brandende hitte rond Cholet. Een blakende kopman leidde zijn team naar de vijfde plaats, slechts luttele tellen achter winnaar BMC (Richie Porte en de nieuwe geletruidrager Greg Van Avermaet) en nummer twee Sky (Chris Froome). Daartegenover stond substantiële winst op andere concurrenten voor de eindzege, zoals Nairo Quintana, Roman Bardet en Vincenzo Nibali. Het door bewegingswetenschappers Jorn Knops en Teun van Erp tot in detail uitgedokterde plan was toch nog geslaagd. Zelfs zonder krachtbron Wilco Kelderman, die zijn sleutelbeen brak bij het NK en vlak voor de Tour moest worden vervangen door Ten Dam.

„Laurens heeft het prima gedaan”, zegt ploegleider Arthur van Dongen na afloop. „Hij heeft zich het snot voor de ogen gereden, zoals we hem kennen.” Naast hem krijgt de ervaren invaller intussen een high five van Dumoulin. „Goed gedaan jongen.” Zo’n complimentje is hem wat waard, vertelt Ten Dam even later. „Moet je als last call-up ineens een ploegentijdrit rijden met zulke goeie renners. Tot zestien, zeventien kilometer ging het goed en heb ik mijn werk kunnen doen. Toen ontplofte ik volledig.” Halverwege gelost, maar hij had het voor geen goud willen missen.

Bier en barbecue

„Met een megagrote glimlach” hoorde Ten Dam maandagmiddag voor de start dat hij toch naar de Tour mocht, vertelt hij op zijn podcast Live Slow Ride Fast. Langzaam leven, dat zou hij eigenlijk de komende weken doen in aanloop naar de Vuelta, eind augustus zijn volgende doel. Bier en barbecue stonden al klaar. In plaats daarvan werd het alsnog 3.351 kilometer hard fietsen in de Tour. Typisch cultrenner Ten Dam, altijd goed voor een bijzonder verhaal. Een jaartje in Santa Cruz, Californië gaan wonen, zwemmen in de ijskoude Maas op 15 maart, en nu halsoverkop afscheid nemen van vrouw en kinderen. Niet eens meer tijd voor de kapper. „Laat ik dat matje maar staan, net als vroeger.”

De eerste twee vlakke etappes gingen goed. Maar een ploegentijdrit? „Dit wordt heel zwaar voor Ten Dam”, voorspelde Henk Lubberding ’s ochtends voor de start al. De oud-renner, een paar dagen in de Tour als gast van het tv-programma De Avondetappe, was in de jaren zeventig en tachtig op dit loodzware onderdeel een belangrijke schakel in de onverslaanbare Raleigh-ploeg van Peter Post. „Laurens is al geen tijdritspecialist en zal ook weinig op dit onderdeel hebben getraind. Op zijn leeftijd raak je basissnelheid kwijt, dat was bij mij vroeger net zo. Nou, dan kun je op zo’n explosief onderdeel aan de bak”, grijnst de zichtbaar afgetrainde Lubberding (64).

Nee, hij heeft zich niet specifiek voorbereid, geeft Ten Dam toe, vlak voordat hij om kwart over twaalf met de ploeg het parcours gaat verkennen. Lachend: „Dan doen we het maar op ervaring.” Tien jaar geleden debuteerde de Noord-Hollander in de Tour voor de Raboploeg, als meesterknecht van de Rus Denis Mensjov. Van valpartijen en de kin in het verband tot de hoogtijdagen van ‘Bau en Lau’, met een negende plaats in het eindklassement in 2014 als beste resultaat. Na zijn overstap naar Sunweb gidste hij de laatste twee jaar Dumoulin naar succes in de Giro-cols. „Maar ik ben natuurlijk geen tijdrijder zoals Kelderman.”

Na de afgelopen Giro was Ten Dam anderhalve week ziek, slikte antibiotica. Toen begon het ‘fietsbeest’ opnieuw te bouwen, met een training van 300 kilometer als topdag. „Om kwart voor negen van huis, om kwart over zes terug.” En thuis genieten van een pasta carbonara met een goed glas Valpolicella. Prof én liefhebber. Maar de tijdritfiets kwam er een maand niet aan te pas, die zou hij toch pas in de Vuelta nodig hebben. „Pas afgelopen donderdag heb ik er weer even op gereden.”

Angst om gelost te worden in de ploegentijdrit zei Ten Dam vooraf niet te hebben. Maar Lubberding heeft genoeg renners meegemaakt die wel bang waren. „Bertje Pronk sliep al twee dagen slecht voor een ploegentijdrit.” De bebrilde Scheveningse klimmer werd in de eerste Tourrit vroeg gelost door de razende Raleigh-machine, kwam te laat binnen en moest naar huis. Het geheim van negen ploegentijdritzeges in zeven Tours? „Raas was de baas, Kneet zorgde ervoor dat we het maximale uit iedereen haalden. Kwestie van tempo opschroeven zonder snokken.”

Wattagemeters

Tegenwoordig gaat het te veel om de cijfertjes, stelt Lubberding. „Met die wattagemeters weten ze precies wie hoelang op kop moet rijden. Dat geven de ploegleiders aan vanuit de auto. Maar wat een renner voelt, aan spanning en stress, dat kunnen ze niet meten. Daarom moet het gevoel van de renners zelf altijd het belangrijkste blijven. Zij voelen wie de zwakste schakel is. Die moet je niet kapot willen rijden.”

Volgens het pacing plan van Sunweb zou Ten Dam tot 25 kilometer meedraaien en dan pas lossen. Het werden er een paar minder. „Nee, ik heb geen stress gehad voor de tijdslimiet”, zegt Ten Dam, die een paar minuten na zijn ploeggenoten over de streep kwam en daarmee ruimschoots op tijd binnen was. Maar voor Ten Dam geen uitblinkersrol, zoals bij eerdere ploegtijdritten in 2009 en 2013. „Vroeger was het toch meer kop over kop, zo hard mogelijk rijden met de ploeg. Nu weten we precies welke wattages ze op kop moeten rijden.” Met een zucht: „En die zijn hoog.”

    • Maarten Scholten