Hoe het bleke België durfde in te grijpen

Frankrijk – België

Van ouderwets inzakken naar de halve finale van het WK in Rusland. Vier betrokkenen over de Belgische voetbalrevolutie.

Thomas Meunier houdt al koppend een bal hoog op een training van de Belgische ploeg.Foto Aleksandr Zemljanitsjenko/AP

De 0-0 tegen het Nederlands elftal op het WK 1998 vierde België als een overwinning. Het was het maximaal haalbare voor een werkploeg zonder franje, die de groepsfase niet zou overleven. Al even sober waren de jaren erna. Tót die ogenschijnlijke reuzensprong in het afgelopen decennium. Wat bracht België op dit WK naar de halve finale?

Vier getuigen aan het woord. Marc Van Geersom coachte 25 jaar lang Belgische jeugdelftallen en had onder anderen Mousa Dembélé, Jan Vertonghen en Vincent Kompany onder zijn hoede. Roland Breugelmans leidt al 25 jaar de academie van KRC Genk. Bob Browaeys was als voetbaltechnisch coördinator bij de KBVB nauw betrokken bij de totstandkoming van het plan ‘Visie 2000’ om het jeugdvoetbal te hervormen. Chris Van Puyvelde is technisch directeur bij de KBVB.

Om de vraag meteen te stellen: berust deze gouden generatie op toeval of strikt beleid?

Browaeys: „Dat kun je niet bewijzen. Er zullen altijd topspelers blijven opstaan. Maar als ik zie welke spelers Martinez [bondscoach, red.] heeft thuisgelaten en wat jeugdteams presteren denk ik niet dat het toeval is. België onder-17 werd in 2015 nog derde op het WK.”

Van Geersom: „Talent is er altijd, maar je moet wel een omgeving bieden waarin het tot uiting komt. Kwestie van synergie. Tegelijk moet je reëel zijn. Wij hebben De Bruyne niet gemaakt. Dat heeft hij zelf gedaan.”

Van Puyvelde: „Het is een professionaliseringsslag die stilaan tot stand is gekomen. Stap voor stap, en belangrijk: mét elkaar. Lang hebben clubs aan zichzelf gedacht, maar dit succes hebben clubs bereikt door samen te werken. Hun talenten trainen met elkaar op de topsportscholen die we hebben opgericht.”

Breugelmans: „Als ik het succes op Genk betrek, denk ik dat wij tien, vijftien jaar geleden trendsetter zijn geworden. We gingen meer professionaliseren, zoals Nederland al deed. Niet door met geld te zwaaien, maar door jeugdspelers een grote kans op doorstroming te bieden. Waarom koos Kevin De Bruyne op zijn vijftiende voor ons en niet voor de topclubs? In de jaren negentig trokken talenten uit Belgisch Limburg naar Nederlands Limburg, naar MVV, Roda JC en Fortuna. Nu is het eerder andersom. We hebben hier tussen de tien en vijftien Nederlandse talenten.”

Lees ook ons portret van Kevin De Bruyne: Een ‘keikop’ met een fluwelen touch.

De snelle uitschakeling op het WK 1998 geldt als kantelpunt in het Belgische voetbal. Waarom?

Van Geersom: „België had altijd een gedisciplineerd team dat hard werkte en counterde. De bond wilde daarvan af. België moest niet langer de underdog zijn. Vleugelspitsen zoals jullie Nederlanders hadden, kenden wij niet. Bij ons ging het in de jeugd te veel om winnen. Het moest weer om spelvreugde gaan.”

Browaeys: „Na die drie gelijke spelen op dat WK stelden we vast dat ons spel niet dat van de toekomst was. Jaloers keken we naar Nederland en Frankrijk. We hadden best goede jeugdtrainers, maar iedereen deed wat anders. Er was geen uniformiteit. Toen hebben we een plan geschreven. We richtten topsportscholen op waar talenten vier keer extra per week konden trainen. We lieten kinderen in kleinere aantallen op kleinere velden voetballen, zodat ze de bal vaker zouden raken. Op zo’n groot veld bestaat de neiging om de bal al snel ver naar voren te schieten. Nu kwam het veel meer aan op een-tegen-eenduels, op balcontacten.”

Coach Roberto Martinez (links) overlegt maandelijks met alle hoofden jeugdopleiding. Foto Darren Staples/Reuters

Een verandering was het afschaffen van jeugdklassementen. Essentieel?

Breugelmans: „Ja. Om de ‘championitis’ eruit te halen bij vooral ouders en entourage. Opleiden krijgt voorrang op het resultaat. Iedere jeugdspeler krijgt kansen en gelegenheid om zich te ontwikkelen los van een klassement. Mensen vergelijken en beoordelen goed en slecht dikwijls op basis van scores en punten en dat is volledig fout. Verschil is dat teams bij ons niet kunnen degraderen. Wij werken vanaf onder-11 met het play-offmodel uit de Pro League. Na 22 duels spelen de beste acht teams nog eens tegen elkaar voor extra tegenstand.”

Browaeys: „Wat ik elk land zou aanraden, is het ontwikkelen van een eigen plan. En denk dan vooral aan de langere termijn. Als je vandaag begint met 10- en 12-jarigen weet je dat je zeker tien jaar nodig hebt voordat je werkwijze loont. Langer zelfs. Wij hebben dezelfde ploeg als in 2014. Nu zijn de spelers pas écht rijp.”

Breugelmans: „Ook heel belangrijk zijn de maandelijkse vergaderingen in Brussel met alle hoofden jeugdopleiding. Altijd die vraag: wat moet beter? Door die discussies heb ik het gevoel dat we samen aan een doel werken. Martinez schuift ook geregeld aan. Had ik nog nooit meegemaakt, dat een bondscoach zich bemoeit met het jeugdvoetbal. Dat werkt zó motiverend.”

Lees ook ons interview met Roberto Martinez: ‘Geen Belg heeft ooit gedaan wat van deze spelers verwacht wordt’.

Browaeys: „Winnen is in veel landen nog steeds het probleem. Stel je doelman kan niet opbouwen, dan zeggen trainers al snel dat-ie de bal naar voren moet schieten. Nee, je doelman moet het opnieuw proberen. En nog eens. Laat hem fouten maken om het te leren. Trainer zijn betekent ook dat je je spelers dingen vraagt die ze niet kunnen.”

Van Puyvelde: „Bij die meetings in Brussel kijken we naar het voetbal van de toekomst. Wij zijn net als Nederland een opleidingsland, maar worden geraakt door buitenlandse clubs die spelers te vroeg weghalen. Daarom mogen ook talenten van 15 jaar hier nu contracten tekenen, zodat ze langer bij ons blijven. Ik zou in de toekomst ook willen dat jeugdteams van Nederlandse en Belgische clubs vaker tegen elkaar spelen. Elkaar beter maken. We moeten samenwerken. Echt.”

Vormt dit WK een voorbode voor succes op pakweg het WK van 2030?

Breugelmans: „Poeh, gewaagd. Als we dinsdag van Frankrijk verliezen denk ik niet dat er een zeepbel uiteenspat en we van het wereldpodium verdwijnen. Maar met 11 miljoen inwoners word je niet zomaar een grootmacht als Brazilië, met 200 miljoen inwoners.”

Van Geersom: „Het totaalplaatje moet kloppen. Het EK 2016 hadden we kunnen winnen, maar toen braken blessures en schorsingen ons op en hadden we geen goede vervangers. Om een WK of EK te winnen moet elke positie met twee toppers bezet zijn. Dat is nu voor het eerst.”

Browaeys: „Waar wij één talent ontdekken, zouden ze er in Duitsland, Argentinië en Frankrijk tien moeten vinden. Wij blijven een klein land. We moeten in elk geval keihard blijven werken en oog houden voor vernieuwing en ontwikkelingen in andere landen. Bedenken hoe het voetbal over tien jaar is en daarop inspelen. Ook moeten we niet te lang vasthouden aan oude talenten zoals andere landen. Je moet op tijd vers bloed inpassen. De generatie van nu heeft geprofiteerd van de verloren generatie hiervoor. Ze mochten al op jonge leeftijd debuteren en hadden al veertig interlands gespeeld voordat ze echt om de prijzen konden spelen.”

Correctie (10 april 2018): In een eerdere versie werd de indruk gewekt dat België de achtste finale van het WK 1998 haalde. Dit was niet het geval en is aangepast.

    • Fabian van der Poll