Opinie

    • Maarten Huygen

Het Vlaamse voorbeeld: kleinere besturen, kleinere klassen

Onderwijsblog In plaats van nog meer controle en bureaucratie in te voeren kunnen Nederlandse scholen zich laten inspireren door Vlaanderen.

ANP Olaf Kraak

België scoort in het wereldvoetbal en deelregering Vlaanderen staat ook hoog op de wereldranglijsten voor onderwijs. Vlaanderen moet niet worden verward met België, want dat staat door de slechte Waalse onderwijsprestaties veel lager aangeschreven. Onderwijsvernieuwers kunnen hun vliegreizen naar Finland en Canada dus beter achterwege maar naar Vlaanderen treinen. Dankzij de kleinschaligheid doen zich daar bestuurscrises zoals in Maastricht minder gauw voor.

In Vlaanderen worden net als in Nederland verscheidene scholenstelsels gesubsidieerd. Maar daar kunnen ouders en leerlingen in een middelgrote stad nog echt kiezen. Concurrentie tussen middelgrote scholen is efficiënter dan nog meer tijdverslindende procedures van toezicht en verantwoording die de goede scholen onder de slechte laten lijden.

In een aan Vlaanderen gewijde Education at a glance van de organisatie van rijke landen OECD uit 2015 worden de voordelen van het Vlaamse onderwijs bezongen. De Vlaamse overheid stuurt het geld direct naar de scholen en niet naar de besturen. Dat is precies wat Kamerlid Paul van Meenen (D66) zou willen onderzoeken.

Vlaamse scholen hebben minder overhead dan Nederlandse. De bestuurders zijn nauwelijks bezoldigde vrijwilligers. Nergens krijgen leraren zo’n groot deel van het onderwijsbudget als in Vlaanderen. En de klassen zijn gemiddeld kleiner, minder dan 20 versus 25 in Nederland, al zijn de aantallen ongelijk verdeeld, met hele grote tegenover hele kleine klassen. Maar aan de grens worden Nederlanders gelokt met klassen die aanzienlijk kleiner zijn dan de Nederlandse. In die kleine klassen hoeven leraren geen ingewikkelde manoeuvres uit te halen om leerlingen individueel aan bod te laten komen en om te differentiëren tussen verschillende niveaus.

Het gevolg is dat Vlaamse leraren tevreden mensen zijn, zeker vergeleken bij Nederlandse. Het lerarentekort is minder ernstig dan in Nederland. Nadeel is dat de Vlaamse school soms dociel aandoet, maar ouders en leerlingen kunnen vaak ook een vrijere school kiezen. De leraar hoeft zijn positie niet elk uur van de dag op zijn eigen manier te bevechten. De leiding steunt het ordelijke klimaat. In Nederland schrikt de wanorde in de klas veel mensen af om leraar te worden.

Met kleine scholen zal wanorde met schoolexamens minder snel aan de aandacht van een bestuur ontsnappen. Er worden nu wel vier onderzoeken ingesteld in het Maastrichtse VMBO, door de onderwijsinspectie, in de onderwijsinspectie en twee keer in de schoolexaminering, maar de organisatiestructuur maakt er geen deel van uit. Ook de Onderwijsraad durfde in zijn rapport over de bekostiging van scholen de organisatievorm niet te bespreken. Hij vroeg wel om meer ,,horizontaal’’ toezicht door betrokkenen. ouders, leerlingen en, niet genoemd, de leraren. Zo ontstaat een wankele toren van instituties.

Het Vlaamse model is eenvoudiger. Op kleinere besturen hebben ouders meer grip. En als het onderwijs dan alsnog niet bevalt, kan de leerling naar een andere school. Keuzevrijheid is een eenvoudig controlemechanisme, waarin is voorzien in de Nederlandse grondwet. In Vlaanderen is het ook overal de praktijk.