Recensie

Comedian Hannah Gadsby vindt het genre opnieuw uit

Stand-up comedy ‘Nanette’ begint als doorsnee comedy, maar breekt al snel met de wetten van het genre. Hannah Gadsby staat haar publiek niet toe om de spanning weg te lachen.

Hannah Gadsby maakt een intelligente, gelaagde show.

De Australische comedian Hannah Gadsby trok internationaal de aandacht met een indrukwekkende comedyspecial op Netflix. Haar show Nanette is een verademing tussen de angry male comedy waarin Netflix grossiert. In een intelligente, gelaagde show verweeft Gadsby kritiek op vrouwenhaat - en de heteroseksuele norm - met een verrassende deconstructie van het comedygenre.

Gadsby begint met een paar grapjes over haar uiterlijk en over het behoudende Tasmanië, waar ze als jonge, lesbische vrouw niet uit de kast kon komen. Dit lijkt een klassieke coming-out-story te worden, verteld met veel zelfspot en een paar scherpe uithalen naar de homogemeenschap. Maar dan haalt Gadsby de verwachtingen van het publiek slim onderuit. Gadsby poneert de provocatieve stelling dat ze beter op kan houden met stand-upcomedy. Want haalt ze zichzelf met al die grapjes over afkomst, uiterlijk en homoseksualiteit niet eigenlijk omlaag? En is humor niet vooral een middel om spanningen weg te lachen, en daarmee erg behoudend?

In de rest van de show werkt Gadsby deze vragen op scherpe wijze uit, maar zonder dat de show een droog humorcollege wordt. Integendeel, Gadsby speelt een spannend spel met het publiek en test hoe ver ze het comedyformat kan oprekken.

Nanette is een comedyshow, maar dan wel een waarin de comedian het haar publiek niet altijd toestaat om de spanning weg te lachen, en waarin ze soms het verhaal verkiest boven de grap. Zo memoreert Gadsby een grappige anekdote uit een eerdere show over homohaat. De grap werkt nog steeds, maar dit keer vertelt Gadsby het hele verhaal: de man uit het verhaal beledigde haar niet alleen, maar sloeg haar in elkaar. Jarenlang durfde ze er niet over te praten, uit schaamte. Het publiek wacht op een relativerende grap, maar die komt niet: ,,This tension is yours. I’m not helping you anymore.”

Haar grappen worden gevoed door woede. Prachtig is bijvoorbeeld hoe Gadsby de mythe doorprikt dat kunstenaars geen antidepressiva mogen gebruiken omdat die dodelijk zouden zijn voor je creativiteit, en hoe ze in één moeite door Picasso diagnosticeert: hij leed duidelijk aan de ziekte van misogynie.

Gadsby doseert haar woede bijzonder goed, en haar boodschap is er uiteindelijk een van hoop en verbinding. Een show waarin Gadsby het comedygenre niet zozeer achter zich laat, maar toch zeker opnieuw uitvindt.

    • Dick Zijp