Australopithecuskind kon prima bomenklimmen, dankzij ‘apenvoet’

Paleontologie

Een fossiel van een kindervoet van Australopithecus wijst erop dat de kinderen van vroege mensachtigen nog in bomen leefden, terwijl volwassenen al over de savanne liepen.

Fossiele voetbeentjes van een Australopithecus afarensis-kind (links) met daarnaast hetzelfde fossiel in vergelijking met een fossiele voet van een volwassen Australopithecus . Foto Jeremy DeSilva & Cody Prang

Drie miljoen jaar geleden waren er al rechtoplopende mensachtigen, met kleine hersenen maar met redelijk moderne voeten. Maar de voeten van hun jonge kinderen leken toen veel meer op die van mensapen, zo blijkt uit analyse van een 3,32 miljoen jaar oude kindervoet van Australopithecus afarensis.

De grote teen van deze kindervoet stond nog helemaal niet netjes in het gelid met de andere tenen, zoals bij moderne mensenvoeten, maar stak veel meer opzij. Met die voet kon dit kind nog echt dingen vastpakken, zoals ook een aap kan: reuze handig bij het klimmen in bomen en ook om zich aan zijn moeder vast te houden. Maar alleen in de jeugd, want volwassen Australopithecusvoeten hebben wel rechte tenen, schreven de onderzoekers in Science Advances.

Het kind kon ook goed rechtop lopen: uit de stand van het sprongbeen (de talus, het voetdeel van het enkelgewricht) blijkt duidelijk dat enkels en knieën onder het zwaartepunt van het lichaam lagen, een typisch kenmerk van rechtop lopen. De onderzoekers, onder leiding van de Zeresenay Alemseged (Universiteit van Chicago) en Jeremy Desilva (Dartmouth College), noemen de fossiele kindervoet – ongeveer zo groot als een volwassen mannenduim – een „unieke blik op de ontwikkeling van Australopithecus”.

Er is geen enkele primatenvoet die lijkt op deze kindervoet. Ook de hiel van het kind, waarmee de harde klappen van de voet op de grond worden opgevangen, was nog niet zo robuust als bij volwassenen. Ook de volwassen Australopithecus had overigens nog duidelijke aanpassingen aan verblijf in de bomen, vooral in de armen en het schoudergewricht.

Verdronken kind

Het kindervoetje werd al in 2002 gevonden in Dikika, Ethiopië, op een meter van de plek waar een paar jaar eerder een schedel en andere botresten van een drie jaar oud Australopithecuskind waren gevonden. Dat kind was tijdens een overstroming van de Awash-rivier verdronken en razendsnel bedolven onder kiezels en zand.

Het fossiel – op grond van haar tanden een meisje – is daardoor zó goed ingesloten dat het jaren duurde voor de archeologen de kwetsbare fossielen uit de zandsteen hadden vrijgemaakt. Het voetfossiel moest op dezelfde langdurige wijze worden blootgelegd. Waarschijnlijk is dit dus de voet van Selam – vrede, zoals de bijnaam luidde van het fossiel.

Dat Australopithecuskinderen beter dan de volwassenen waren aangepast aan verblijf in bomen wijst erop dat de kinderen daar nog vaak voedsel zochten of waarschijnlijker nog: veiligheid tegen roofdieren. Zoals ook de onderzoekers opmerken, kost het alternatief, meegedragen worden door de ouders, veel energie.

Volgens de normen van moderne mensengroei zou de voet, op basis van verbening en andere indicatoren, van een vijf- of zesjarig kind moeten zijn. Maar als het inderdaad Selams voet is, groeien de voeten van Australopithecus dus kennelijk relatief snel.

    • Hendrik Spiering