Aanslag op trimsalon na zwanendrama

Dierenopvang Dordrecht Vorige week ontplofte een vuurwerkbom bij Trimsalon Hannie in Dordrecht. De dader is onbekend, maar vermoedens zijn er wel.

De trimsalon van Hannie Stein in Dordrecht, met de voorruit die door zwaar vuurwerk werd beschadigd. Foto’s Daniël Niessen

„Lust ’ie deze?” Bij de toonbank houdt Hannie Stein een hondenlolly omhoog.

„Vast wel.” Het baasje van de vers getrimde hond baant zich een weg naar de uitgang tussen de vier blaffende honden van Hannie.

„Nee, jullie krijgen niets! Jullie groeien helemaal dicht!”

Razend druk heeft de 59-jarige Hannie Stein het vanmiddag. Ze moet zo nog een hond ophalen terwijl haar collega ziek is en intussen rinkelt de telefoon maar door. Klanten wensen haar sterkte. „Je wordt geleefd hè.”

Trimsalon Hannie aan de Merwedeweg in Dordrecht was anderhalve week geleden, in de nacht van vrijdag op zaterdag, doelwit van een aanslag. De etalageruit van haar salon, tevens konijnenopvang en uitvalsbasis voor de dierenambulance, is zwaar beschadigd. Een doffe vlek, dacht Hannie toen ze ’s ochtends aankwam. Pas toen ze de honden neerzette en beter keek, zag ze de barsten. „Gelukkig is het glas gelaagd.”

Binnen trof ze twee konijnen dood aan. Ze waren zich letterlijk dood geschrokken. Meer konijnen verbleven er niet in de opvang. Voorheen, in de crisistijd, kreeg ze er soms zes per dag. Hadden mensen die voor een zak hondenvoer naar de dierenwinkel kwamen als impulsaankoop zo’n lief konijntje meegegrist – en later weer gedumpt. Maar winkels lijken ze nu minder te verkopen.

De konijnen schrokken zich letterlijk dood. De vogels en de chinchilla’s overleefden de bom

„Valt nog mee dat er verder niets dood is”, zegt Hannie bladerend door haar agenda op de trimtafel. „De vogels en de chinchilla’s hebben het overleefd.”

Volgens de technische recherche had iemand op haar etalageruit een cobra geplakt. „Schijnt de impact te hebben van een handgranaat”, zegt ze. De vuurwerkbom moet rond 01.40 uur zijn afgestoken. Op dat moment voelde een vriendin die een straat verderop naar bed wilde gaan, de grond trillen. Aangifte moet Hannie nog doen. Staand bij het raam wijst ze naar een camera in de straat. „Ik hoop dat die iets heeft gezien.”

Beschuldigingen en pesterijen

De dader is onbekend, maar vermoedens zijn er wel, schreef Hannie daags na de aanslag op de Facebookpagina van de dierenambulance. „Al een tijdje zijn we de dupe van diverse beschuldigingen en andere pesterijen”, stond er. Ze wil er op dit moment niet te veel over kwijt. Ja, dat in het Dordtse dierenwelzijn sprake is van concurrentie en onderlinge haat en nijd. „Er worden soms onware dingen over je gezegd.” En dat het dierenwelzijn ook types aantrekt bij wie een steekje los zit. „Mensen die liever een band opbouwen met dieren dan met mensen.”

In Hannies trimsalon

Foto Daniël Niessen

Zelf heeft Hannie Stein ook niet zoveel met haar soortgenoten. „Mensen zijn slecht, ze misbruiken je.” Ze werkte jarenlang als vrijwilliger bij de Dierenbescherming en richtte na een conflict in 2011 samen met een aantal Dordtenaren een eigen dierenambulance op. Hannie hielp verdwaalde schapen, verweesde ratjes, paarden met buikpijn. De afgelopen maanden stond ze geregeld op de barricade in de Oostvaardersplassen vanwege het beleid om de grote grazers te laten sterven. Van de Partij voor de Dieren, die daarover een genuanceerd standpunt inneemt, is ze geen fan. „Die doen tóch niks.”

Voicemailbericht

In de nacht van de vuurwerkbom ontving Hannie een anoniem voicemailbericht. Mogelijk had iemand de aanslag willen opeisen. Maar ze heeft het bericht gewist, stom genoeg, ze was een beetje klaar met de anonieme pesterijen.

Wie weet had het bericht haar vermoeden bevestigd dat de aanslag verband houdt met de recente mislukte reddingsactie van zes jonge zwanen bij de vijver aan de Nassauweg, een eind verderop.

Daar was het met twee zwanenstelletjes én ganzen met jonkies één dolle boel. Ze maakten mekaar soms bijna dood en dan sprong Hannie ertussen. „Want dat wil je niet hè, als dierenliefhebber.”

En toen duidelijk werd dat een van de zwanenstelletjes een nest aan het bouwen was, pal tegenover de basisschool en het winkelcentrum, heeft Hannie via de gemeente kunnen regelen dat er hekken omheen werden geplaatst. Tegen pottenkijkers en mensen die de zwanen beschimmeld brood voeren. „Daar kunnen ze niet tegen.”

Wekenlang was het nest hét gesprek in de buurt. Hannie en haar collega’s van de dierenambulance kwamen dagelijks kijken hoe het ging en eind mei kropen er jonge zwaantjes uit drie van de zes eieren. Maar daarna volgde een diefstal. Een opa en een kleinzoon zagen hoe iemand op een brommer aankwam en de drie andere eieren meenam toen de moeder net even zwemmen was. Hannie plaatste op Facebook een oproep – „Graag zien wij dat de daders de intussen uitgekomen zwanen terugplaatsen in het nest” – en de hele buurt was in rep en roer.

Twee dagen later meldde zich de dader, bij Hannie, mét de jonkies. Een man die op de Buienradar had gezien dat er onweer aankwam en naar eigen zeggen de eieren had willen beschermen. „Maar was natuurlijk helemaal niet nodig geweest”, zegt Hannie. „Dan kun je álle eieren in Dordt wel gaan redden.”

Ze droeg de zaak over aan de dierenpolitie en de jonkies aan hun moeder. Maar die wilde van haar kinderen al niets meer weten. Moeder was in de war.

Hannie Stein trimt de hond van een vriendin.

Foto Daniël Niessen

Hannie heeft daarna nog écht haar best gedaan, vertelt ze. Ze is over het hek geklommen en gaan zitten, „kwam moe met haar platvoeten eraan”. Ze heeft met moeder zelfs nog een tijdje zitten kletsen.

Maar het mocht niet baten. Voor de jonkies was er geen andere plek meer dan de vogelopvang. En nu, vermoedt Hannie, geven anderen háár de schuld van de mislukte reddingsactie.

„Néé! kláár!” De hondjes blaffen, een vrouw met hond komt binnen.

„Hoe gaat het?” De vrouw kijkt bezorgd.

„Tja”, zegt Hannie. „Sjongejonge, hè.”

De vrouw had over de aanslag gelezen in de krant en dacht dat Hannie wel wat steun gebruiken kon. „Gékken zijn het.”

„Mensen sporen gewoon niet”, zegt Hannie.

„Heb je trouwens nog tijd voor Lola binnenkort?”

    • Freek Schravesande