De soepele heupen van de Colombiaanse inline skaters

WK inline skaten De Colombianen lieten bij de WK in Nederland weer zien dat zij het inline skaten domineren. Het is er een van de populairste sporten.

Met in totaal 25 medailles (waarvan elf gouden) waren de Colombianen, zoals hier rechts Pedro Causil veruit het succesvolste land tijdens de WK inline skaten in Nederland. Foto André Weening / OrangePictures

Dat ze in Colombia voetbalgek zijn, zal niemand verbazen. Maar een andere, minder bekende sport is er ook razend populair: skeeleren. Na voetbal is het zelfs een van de populairste sporten, aldus Pedro Causil. De 27-jarige Causil, tienvoudig wereldkampioen en afgelopen week in Heerde de snelste op de 500 meter en tweede op de 1.000 meter, zei voorafgaand aan de WK in Nederland: „Iedereen volgt natuurlijk het WK voetbal. Maar naar óns WK kijken de Colombianen ook hoor.”

De Colombianen domineren de sport op de kleine wielen al jaren – net zoals de Nederlanders dat doen bij het langebaanschaatsen. Sinds 2000 was Colombia vaak het succesvolste land op de WK skeeleren. Bij de vorige WK in China veroverde het land 27 medailles (waarvan dertien keer goud) en liet daarmee nummer twee Italië (tien, waarvan driemaal goud) ver achter zich. Nederland won geen enkele medaille.

Ook bij de WK in Nederland maakten de Colombianen weer indruk, met in totaal 25 medailles waarvan elf keer goud. Causil won maandag op de 500 meter zijn tiende wereldtitel. De Nederlander Michel Mulder werd zevende. Wat maakt de Colombianen zo onverslaanbaar?

Medellín, hart van inline skaten

Causil zelf leerde skeeleren op een parkeerplaats op het eilandje San Andrés, voor de kust van Colombia. Hij verliet op zijn negende zijn familie op het eiland om een carrière als inline skater na te jagen. Zijn oudere zus ging mee om voor hem te zorgen, zijn ouders bleven vanwege hun werk. Ze kwamen terecht in Medellín, de stad die 25 jaar geleden nog in de bloederige greep was van Colombia’s beruchtste drugskartels maar inmiddels geldt als één van Zuid-Amerika’s populairste reisbestemmingen. De stad is het hart van het Colombiaanse inline skaten. Op zijn vijftiende maakte Causil zijn debuut op een WK. Twee jaar later was hij prof. „Als je in het nationale team zit kan je goed leven van het geld.”

De skeelerprofs zijn voor lokale begrippen rijk. Geld krijgen ze van hun skeelerclub, de provincie en van sponsoren. Het nationale team wordt gesponsord door Postobón, een van de grootste drankenproducenten van Colombia en van Zuid-Amerika, en een grote sportsponsor.

Te koop lopen met hun rijkdom doen de Colombiaanse sporters echter niet, vertelt Rick Schipper, een Nederlandse inline skater, die begin dit jaar met zijn tweelingbroer voor drie maanden naar het land vertrok om mee te trainen met de Colombianen. „Mooie huizen en grote auto’s interesseren hen niet zo. Ze geven vooral geld aan hun familie.”

Causil maakte kort de overstap naar het schaatsen en plaatste zich meteen voor de Olympische Spelen van Pyeongchang. Hij werd twintigste op de 500 meter. Causil is een van de grootste Colombiaanse sporters, vindt Schipper. „Toen Pedro terugkwam uit Zuid-Korea ging hij gewoon weer trainen bij de club. Alsof Sven Kramer nog altijd bij zijn eigen schaatsclub mee zou trainen.”

Een belangrijke verklaring voor de Colombiaanse successen is volgens Schipper: heel veel oefenen. In Colombia volgden de broers hetzelfde trainingsschema als de profs. „Wij trainden daar 25 uur per week, ’s ochtends vroeg en ’s avonds weer.” Een luxepositie die de Nederlandse selectie niet heeft. Sinds enkele jaren beschouwt sportkoepel NOC*NSF inline skaten niet meer als topsport, waardoor ook de bijbehorende status en financiële middelen voor de sporters zijn weggevallen. Veel skeeleraars focussen zich daarom op het langebaanschaatsen of op de marathon, en doen het skeeleren erbij.

Schipper, die zelf na grote toernooien gewoon weer aan het werk moet: „Aan een WK-medaille verdienen wij niks. De Colombianen krijgen zo’n 10.000 euro voor een medaille. Doe dat bedrag vanwege de lage koopkracht daar maar keer drie.”

Warme klimaat

Door het warme klimaat skeeleren de Colombianen het hele jaar door. De vele kwalificatiewedstrijden, voor de nationale selectie en voor grote toernooien, leiden tot een hoog niveau. „De eerste wedstrijden daar waren echt niet te doen”, vertelt Schipper. „De snelheid waarmee daar wordt gereden maak ik normaal alleen mee op een WK, als ik helemaal geprepareerd ben, en in topvorm. Dat was wel even slikken.”

In Colombia wordt ook enorm veel geskeelerd. „Vorige maand waren de nationale kampioenschappen voor junioren en senioren. Er deden 700 rijders mee. Dat is gigantisch”, zegt Causil. „Bij de jeugdwedstrijden zie je soms wel duizend kinderen.”

De sport groeide met name in de jaren negentig hard, met hulp van een Nieuw-Zeelandse coach. De Colombiaanse regering was naarstig op zoek naar een sport waarin het land kon uitblinken en waar de bevolking, die gebukt ging onder de economische crisis en het drugsgeweld, trots op kon zijn. Ze haalden succescoach Bill Begg (72) voor 100.000 Amerikaanse dollar naar Colombia. „Mensen verklaarden me voor gek. De rijders hadden een serieus gebrek aan discipline”, vertelt Begg.

Onder zijn leiding begonnen de Colombianen voor het eerst te winnen. Heel Colombia zag in 1995 live op tv hoe twee zestienjarige rijders op de Pan-Amerikaanse Spelen de destijds dominante Amerikanen versloegen. De populariteit van de sport steeg enorm, skeelerclubs verwelkomden duizenden nieuwe leden. „Of ik spijt heb dat ik erheen ben gegaan? Well Yes!”, lacht Begg. „Ze werden nadien onverslaanbaar, tot op de dag van vandaag.”

Kanttekening bij succes

De Nederlandse skeeleraar Michel Mulder plaatst wel een kanttekening bij het succes. Tegen de website schaatsen.nl zei hij onlangs te hopen dat de Colombianen de sport ‘schoon’ beoefenen. „Er zijn al eens mensen gepakt, maar die worden dan een half jaartje geschorst. Ik heb weleens met jongens in de finale gestaan die de avond ervoor in coma lagen. [...] Ik weet bijna zeker dat de sport niet clean genoeg is om aanspraak te maken op de olympische status. En dat is wel nodig.”

Ook Begg hint op mogelijk dopinggebruik. „Er wordt wel gezegd dat er in Colombia meer injectienaalden zijn dan in welk ander land ook.” Maar het succes komt volgens hem vooral doordat de top zo breed is. Zodra één rijder minder presteert, staat de volgende alweer klaar, legt hij uit. En, vervolgt hij lachend: „Vergeet de salsa niet. Als je danst, beweeg je je heupen. En soepele heupen zijn essentieel voor het skeeleren. Het gaat ze van nature goed af.”

    • Jessica Merkens