De ups en downs van de samenwerking tussen Bertens en coach Sluiter

Raemon Sluiter Hij geldt als sympathiek, aimabel, sociaal, benaderbaar en invoelend. Raemon Sluiter is de coach van Kiki Bertens, die maandag in de vierde van Wimbledon staat.

Foto Koen Suyk/ANP

Met korte, snelle pasjes loopt hij over de baan. Druk coachend, hier en daar een compliment. Met zijn kenmerkende – inmiddels wat roestige – dubbelhandige slagen staat Raemon Sluiter te trainen met Kiki Bertens. Pet achterstevoren, rood aangelopen hoofd en zijn Rotterdamse accent dat over het trainingscomplex rolt, zondagmiddag op Wimbledon, op de traditionele rustdag.

Sluiter (40) is trainer, mental coach en perschef ineen – interviewverzoeken gaan via hem, kritiek op verhalen komt ook van hem. Hij is de baas van het team-Bertens. Het is een klein, hecht ploegje. Met ook Remko de Rijke, de vriend van Bertens, die op hoog niveau tennist en meereist naar sommige toernooien en dan als sparringpartner wordt ingezet. Onder Sluiter is Bertens, sinds ze in september 2015 gingen samenwerken, opgeklommen op de wereldranglijst: van ongeveer de honderdste plek naar plaats twintig nu.

Met de zege op vijfvoudig Wimbledon-kampioene Venus Williams doorbrak gravelspecialiste Bertens vrijdag een nieuwe barrière: ze kan ook op gras presteren, blijkt nu. Maandagmiddag speelt ze in de vierde ronde tegen Karolina Pliskova, de Tsjechische nummer acht van de wereld.

Sluiter is de regisseur van het geheel. Hij geldt als sympathiek, aimabel, sociaal, benaderbaar, invoelend. Hij praat makkelijk, vaak in metaforen, ligt goed bij het journaille en is erkend grappenmaker op sociale media – ‘schijtlollige ex-tennisser’, noemt hij zich op Twitter. Eén wedstrijd maakte zijn tenniscarrière, de zege in 2001 in de Davis Cup op de Spaanse wereldtopper Juan Carlos Ferrero.

„Ik leerde hem kennen als een enthousiast, leuk, open kereltje”, zegt tennistrainer Tjerk Bogtstra, die hem liet debuteren in de Davis Cup. De twee werkten ook samen toen Sluiter in 2009 zijn rentree maakte. Ze zijn bevriend, hebben veel contact. Bogtstra dient als mentor op afstand, ze klankborden over de processen van topsport, de afwegingen en de problemen waar je als coach mee geconfronteerd wordt.

„Ik vind het knap dat hij het zo lang volhoudt, één op één met een vrouw werken”, zegt Bogtstra. „Bij een vrouwelijke speelster komen er veel andere dingen bij kijken, waar je je heel erg op moet kunnen inleven.” Dat „sociale aspect” beheerst hij goed, zegt Bogtstra. „Hij kan ervoor zorgen dat mensen in zijn omgeving zich prettig voelen.”

Positieve uitstraling

Drie jaar terug werd Sluiter als meereizende trainer aangesteld door tennisschoolhouder Martin van der Brugghen – die Bertens opleidde. Ze had twee rotjaren gehad, met een enkelblessure en een knobbel in haar schildklier. De samenwerking met haar toenmalige traveling coach stopte na onenigheid. „In die periode was het voor iedere coach een hels karwei geweest om met haar te werken, ze voelde zich begrijpelijk heel slecht”, zegt Van der Brugghen

Sluiter, destijds trainer bij de bond, kwam al regelmatig bij de tennisschool voor de trainingen van Bertens en leek een goed alternatief. Van der Brugghen koos Sluiter vanwege zijn positieve uitstraling, ervaring op de tour en hij kon het vrouwentennis goed nabootsen met zijn vlakke slagen. Het instapmoment was ideaal, zegt Van der Brugghen: een speelster met potentie die een zware periode achter de rug had en die een nieuwe start wilde maken. Van der Brugghen, sinds eind 2016 niet meer betrokken bij de begeleiding: „Hij begon op het meest gunstige moment.”

Lees ook wat het spel van Bertens op gravel zo gevaarlijk maakt: De giftige spin van Kiki Bertens

Sluiter is sensibel. Hij raakte na zijn carrière – die hij in 2009 beëindigde – drie tot vier jaar in een depressie, na het overlijden van beide grootouders en het verlies van zijn vierjarige nichtje als gevolg van een hersentumor. In een interview op Radio 1 zei Sluiter vorige week „Ik heb nooit met de gedachte gelopen om zelfmoord te plegen, maar ik heb wel eens tegen Faat [vriendin Fatima Moreira de Melo] gezegd, dat als ik in de auto zat, dan had het mij ook niet geboeid als er iets gebeurde. Zo erg was het wel.”

Hij ging naar de psychiater, slikte medicijnen en kreeg gaandeweg weer grip op zijn leven. „Ik zal een bepaalde donkere kant altijd hebben.” Hij trekt zich het leed van anderen zeer aan. Hij vertelde over beelden na aanslagen, waar hij in het verleden urenlang naar bleef kijken. „Ik heb dan de neiging om het me dusdanig aan te trekken dat, als je zoveel leed ziet en plaatsvervangend leed voelt, je heel snel op het punt komt: wat heeft het leven eigenlijk voor zin?”

Het mentale gevecht dat hij zelf gevoerd heeft, lijkt ook invloed te hebben op hoe hij te werk gaat als coach.

Een jaar geleden, Roland Garros. Bertens gaat in de tweede ronde ten onder aan de druk en de verwachtingen, na de halve finale het jaar ervoor. In het persgesprek met Sluiter komt ter sprake of zij mentale begeleiding moet krijgen. Sluiter benadrukt: het moet vanuit haarzelf komen, pas dan heeft het zin. „Mijn werkwijze is dat ik de deuren voor haar opengooi.” Hij verwijst naar de periode van zijn depressie. „Pas op het moment dat ik zelf besloot ‘ik ga mijn probleem aanpakken’, ging het gebeuren.”

Schuchtere speelster

Het is de rode lijn in het proces dat Sluiter met Bertens (26) heeft ingezet: van een van nature wat schuchtere, twijfelende speelster probeert hij haar zelfstandiger te maken, iemand die zelf haar keuzes bepaalt. Daar waar er in de periode onder Van der Brugghen – die als zeer capabel bekendstaat, maar ook dominant kan zijn – meer voor haar gedacht werd.

„Ik heb dit traject voor haar altijd voor ogen gehad”, zei Sluiter in mei bij een interview met Bertens en hem in Rotterdam, met drie kranten waaronder NRC. Zij moet zelf de touwtjes in handen nemen, meer zelfbewustzijn krijgen. Sluiter: „Ik ben alleen de hulplijn, en af en toe de ambulance.” Als Bertens voorheen in paniek was, keek ze naar Sluiter – omdat ze dat altijd gewend was te doen.

Afgelopen zaterdag, een gesprek op Wimbledon. Het is de dag na het schitterende gevecht tegen Venus Williams, onder een staande ovatie verliet Bertens Court 1. Sluiter verwijst naar drie jaar eerder, toen ze hier op het centercourt werd weggeblazen door Petra Kvitova en al „bijna tranen in haar ogen kreeg voordat ze überhaupt een punt gespeeld had”. Nu zag hij tegen Williams, het icoon, iemand die „gewoon zijn plekkie opeist”. Sluiter: „Daar heeft ze grote stappen in gemaakt.”

Hij zegt dat hij zich overbodig wil maken. Daarom was Sluiter zo blij dat Bertens in Charleston, in april, in zijn afwezigheid de titel wist te winnen. Sluiter: „De keren daarvoor dat ik er niet bij was, was het drie keer kut. ‘Ik heb je nodig’, zei ze dan. Je hebt mij niet nodig. Dat begint steeds meer te komen.”

Ups en downs

Het is een intens en boeiend proces, met ups en downs. Het lijntje bij Bertens lijkt soms nog dun. Ze komen van ver, vorig jaar gingen ze nog door een crisis. Bertens was zoekende, miste motivatie, bleef twee dagen in bed liggen na nederlagen, twijfelde of ze nog wel verder wilde met haar carrière. De laatste maanden van het seizoen „waren een hel”, zei Bertens in mei. „Ik wilde echt niet meer.”

Schreeuwend stonden ze ’s nachts op straat in Breda, de woonplaats van Bertens, toen zij op de vraag wanneer ze gingen trainen zei: ‘we zien wel’. Aan het einde van het jaar volgde een evaluatie. De samenwerking stond ter discussie.

Ze besloten door te gaan. Bertens had in een schriftje opgeschreven onder welke voorwaarden ze verder wilde, zoals: de sport relaxter benaderen, minder stress, ook de dag na nederlagen trainen. Het was het signaal waar Sluiter naar zocht. Sluiter, zaterdag: „Ik zie geen grote dingen meer waar je nog winst kan pakken. Ze doet echt alles waarvan ik zeg, daar kan je nog een procentje pakken.”

Sluiter speelt wel eens met de gedachte om het team rond Bertens uit te breiden – wie en in welke vorm is nog niet duidelijk. Een frisse blik van buiten kan helpen op weg naar, wie weet, de top tien? Sluiter: „Kiki is aardig, open. Maar ze zal zich niet zo snel openstellen voor iemand die erbij komt. Het team is zo verschrikkelijk hecht, dat het heel lastig is om daar zomaar even iemand in te brengen.”

Het zijn opties die hij openhoudt, zegt Sluiter. Met als doel: „Dat we aan het einde van de rit op de bank zitten en denken: die sinaasappel is echt helemaal leeg.”

    • Steven Verseput