Frankrijk: vliegtuig EgyptAir neergestort door brand

Het Egyptische onderzoeksteam meende sporen van explosieven te hebben gevonden bij slachtoffers. Frankrijk weerspreekt dit nu.

Beeld ter illustratie. Een Airbus van EgyptAir. Foto Thomas Ranner/ AP

De Franse onderzoeksraad voor luchtvaartveiligheid trekt de conclusies van het Egyptische onderzoeksteam, dat meende sporen van explosieven te hebben gevonden bij slachtoffers, in twijfel. Volgens de onderzoeksraad heeft hoogstwaarschijnlijk een brand in de cockpit van het vliegtuig ervoor gezorgd heeft dat het vliegtuig neerstortte, meldt het Franse persbureau AFP.

De Airbus met vluchtnummer MS804 was op 19 mei 2016 op weg van Parijs naar Kairo en stortte neer in de Middellandse Zee. In het toestel zaten 66 mensen, zij kwamen allemaal om het leven.

Een half jaar na het ongeval kwam een Egyptisch onderzoeksteam tot de conclusie dat er sprake was van opzet. Het land startte een strafrechtelijk onderzoek naar de toedracht van de crash, en al eerder werd beweerd dat het vliegtuig doelwit was van een aanslag. Geen enkele organisatie had echter de aanslag opgeëist.

Egypte en Frankrijk werken samen

Frankrijk haalt deze beweringen nu onderuit. Volgens de Franse onderzoeksraad zou het vliegtuig zich op kruishoogte [de ideale hoogte waarop het vliegtuig het snelst kan vliegen en de minste brandstof verbruikt, red.] hebben bevonden toen het vuur snel om zich heen sloeg.

Na het ongeval werd een onderzoek geopend, maar het is onduidelijk of er daadwerkelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, menen de Fransen. Zij hebben nooit het definitieve rapport ontvangen. De onderzoeksraad is van mening dat het onderzoek “in het belang van de luchtvaartveiligheid” moet worden voortgezet.

Uit eerder onderzoek naar de zwarte dozen bleek dat het vliegtuig al in de lucht uiteenviel. Egypte is de leidende partij in de uitvoering van het onderzoek. Frankrijk heeft voorstellen gedaan om het puin en de gegevens die al verzameld zijn verder te onderzoeken en wil daarbij samenwerken met Egypte. Ook de Verenigde Staten zijn hierbij betrokken: de National Transportation Safety Board heeft een vertegenwoordiger aangesteld omdat de motor in het land is gebouwd.

    • Marissa van Loon