Opinie

Bondgenootschap

Niet weglopen voor hogere uitgaven defensie

Volgend jaar bestaat de NAVO zeventig jaar. Het zou, zeggen NAVO-liefhebbers, een mooi gebaar zijn als de periodieke bijeenkomst van ministers en regeringsleiders dan gehouden wordt in het land waar het bondgenootschap is opgericht: de VS. Maar vooralsnog is de door NAVO-fans beoogde gastheer niet bepaald in een feestelijke stemming en eerst moet het bondgenootschap de top van 2018, komende week in Brussel, maar eens zien door te komen. De spanningen in het Westen waren lange tijd niet meer zo groot als nu. Na een mislukte G7, Amerikaans solo-optreden ten aanzien van klimaatverdrag en Iran, en met een handelsoorlog in het verschiet belooft de top uit te draaien op een nieuwe krachtmeting tussen president Trump en Amerika’s Europese bondgenoten.

Al sinds zijn aantreden kapittelt Donald Trump bondgenoten die niet genoeg geld uitgeven aan hun krijgsmacht. Een tiental landen, waaronder Nederland, kreeg vorige maand een brief van de president persoonlijk waarin hij de lage defensie-uitgaven hekelde. De verwachting is dat Trump komende week de zondaars nog eens laat zweten.

In de verbale strijd wekt Trump bovendien bij vlagen de indruk dat hij de NAVO achterhaald vindt. De VS maken weliswaar geen terugtrekkende bewegingen, maar Trump zaait verbaal wel onzekerheid over zijn toewijding aan de NAVO.

Het feit dat hij vlak ná de toch al beladen top in Brussel een ontmoeting heeft met de Russische president Vladimir Poetin draagt alleen maar bij aan de gespannen verwachting. Wat gaat de huisheer van het Atlantisch bondgenootschap bespreken met de belangrijkste tegenstander van de NAVO?

Trumps optreden stelt Europese bondgenoten voor lastige én kostbare vragen. Na de Russische inmenging in Oekraïne en annexatie van de Krim besloten de NAVO-landen gezamenlijk om hun defensiebudgetten fors te verhogen. In tien jaar, van 2014 tot 2024, moeten de uitgaven stijgen tot 2 procent van het bruto binnenlands product.

Er wordt inmiddels inderdaad beduidend meer uitgegeven aan Defensie, maar een tiental landen gaat de norm niet halen. De Nederlandse uitgaven stijgen de komende jaren tot ongeveer 1,3 procent, ruim 9 miljard euro. Om de norm te halen moet daar bijna 7 miljard euro bij. Dat is heel veel geld extra. Ter vergelijking: Nederland geeft dit jaar 8,4 miljard uit aan infrastructuur en milieu, 80 miljard aan zorg en heeft een (incidenteel) begrotingsoverschot van 7,8 miljard.

Toch is het goed als Nederland zich aan die afspraak houdt, mits het geld zinvol besteed kán worden. Niemand zit te wachten op kazernes met gouden kranen, maar een krijgsmacht die al onder druk raakt door een relatief kleine missie in Mali, zoals de Rekenkamer onlangs constateerde, is het andere uiterste. Minister Ank Bijleveld (Defensie, CDA) onderstreept dat het niet zinvol is om de krijgsmacht te snel te laten groeien. De aanschaf van materieel, het inhuren van personeel kost immers tijd. Het gebrek aan ‘absorptievermogen’ mag evenwel geen excuus zijn om de NAVO-norm niet na te streven.

De 2-procentsnorm is een ongelukkig criterium: het legt de nadruk op de uitgaven, niet op de vraag wat nodig en wenselijk is. Bovendien: als het bbp stijgt, moeten ook defensie-uitgaven stijgen. Ruimte voor discussie zal er dus altijd wel blijven. In de NAVO-rangorde van defensie-uitgaven staat Nederland nu onderin. Doordat de economie groeit en andere landen meer gaan uitgeven zal Nederland, ondanks de hogere uitgaven in de huidige kabinetsperiode, op die lijst nog verder zakken.

De beste manier voor Europese NAVO-landen om Trump van repliek te dienen is door zélf meer te doen op defensiegebied. Dat is gezond voor de verhoudingen in de NAVO en noodzakelijk in een wereld die onveiliger wordt. Europa en de VS moeten een nieuwe balans vinden. Ze hebben er beide belang bij dat het bondgenootschap ook de huidige crisis intact doorstaat.

Bovendien dragen sterkere Europese krijgsmachten bij aan de zelfstandigheid van Europa. Het is zeven decennia na het einde van WO II niet vanzelfsprekend dat de VS opkomen voor een groot deel van de Europese veiligheid.