Wat zit er eigenlijk in zo’n veganistische zeestick?

Wat eten we? Het schap met vleesvervangers dijt gestaag uit. Zit er in die algenburger of biefstukc eigenlijk wat je nodig hebt?

Appje van een collega. Een foto van vegan zeesticks, ‘nogal een dingetje bij ons thuis’. Wat ze zich afvraagt: hoe kan het dat ze precies als visvissticks smaken. „Wat voor ‘natuurlijk aroma’ zou daar in zitten? En foppen we onszelf niet ontzettend met dit spul, qua goede voeding. 17 procent sojaboon, 7 gram eiwit – dat stelt natuurlijk niks voor.” Is dit wel een volwaardige vleesvervanger?

Doorgewinterde vegetariërs hebben geen vleesvervangers nodig. Die koken gewoon met alles wat geen vlees is. Langzamerhand weet je wel ongeveer waar je ijzer, eiwit en vitamines uit haalt. Vleesvervangers zijn er vooral voor vleeseters die niet altijd weten hoe die karbonadevormige leegte op het bord te vullen. Maar dan hoop je wel dat al die voedingsstoffen van vlees ook in het alternatief zitten. Een volwaardige vervanger, zegt het Voedingscentrum, bevat genoeg eiwit (meer dan 12 procent van de calorieën), meer dan 0,8 mg ijzer per 100 gram , vitamine B1 en vitamine B12. En niet meer dan 1 gram zout.

Lees ook: De verse algen in je algenburger komen niet uit een vijver, maar uit een lab in Hengelo

Of er genoeg eiwit in zit, moet je zelf uitrekenen, want er staan alleen grammen op het etiket. De verschillen zijn groot. Groenteburger: 4,5 gram. Tofu: 12 gram. Rul gehackt bevat zelfs 24,3 gram eiwit – meer dan een biefstukje. Volwassenen hebben per dag 0,8 gram eiwit per kilo lichaamsgewicht nodig, kinderen iets meer. Maar eigenlijk hoef je je om eiwit niet druk te maken, in de praktijk komt bijna niemand te kort.

Iets anders is vitamine B12. Veganisten, die geen dierlijke producten eten, moeten erop letten dat ze die voldoende binnenkrijgen. Aan sommige vegaproducten wordt het toegevoegd, maar lang niet aan alle. Aan bio worden geen kunstmatige voedingsstoffen toegevoegd.

Plantaardige biefstuk

Niet alle vleesvervangers bieden alles wat je nodig hebt, maar het aanbod is de laatste jaren wel enorm gegroeid en verbeterd, zegt Isabel Boerdam, oprichter van foodblog De Hippe Vegetariër. Zij adviseert geregeld producenten bij de ontwikkeling van hun vleesvervangers. „Het is allang geen tweederangsnepvlees meer: de voedingswaarden zijn steeds beter op orde.” Producenten zijn zich ervan bewust dat consumenten geen lange lijsten met onbekende ingrediënten willen. „Garden Gourmet gebruikt steeds meer herkenbare ingrediënten, Vivera innoveert juist meer op het gebied van geheel plantaardige producten.” Zelf vindt ze vooral „vleesanaloge” vervangers geslaagd. „Een plantaardige ‘biefstuk’ kan echte vleesliefhebbers misschien over de streep trekken.” De vegetarische vooruitgang voltrekt zich in stapjes: producten worden minder zout, ei en kaas worden door planten vervangen. De laatste tijd is er meer oog voor duurzaamheid. Waar soja lang de vleesvervanger bij uitstek was (tofu, tempeh), is ‘zonder soja’ nu een aanbeveling. Want soja (van buiten Europa) staat voor ontbossing, dwangarbeid, genetische modificatie.

Maar hoe zit het nu met die zeesticks? 1 gram zout: oké. Op 230 kcal per 100 gram zou er 6,9 gram eiwit in moeten zitten. Het etiket meldt 7 gram: ook netjes. En die natuurlijke smaakstoffen? AH wil alleen zeggen dat een aantal veganistische ingrediënten samen voor de vissmaak zorgen. „Wat erin zit is het geheim van de smid.” In elk geval geen vis. Met 34 procent water en 20 procent paneermeel lijkt een zeestick meer op natte toast dan op een visstick.

    • Martine Kamsma