Opinie

    • Luuk van Middelaar

Waarom de NAVO-top niet goed kan aflopen

Zenuwachtig zien de Europeanen uit naar de NAVO-top, volgende week in Brussel. De bondgenoten weten dat ze van de Amerikaanse Commander in Chief Trump een draai om hun oren zullen krijgen. De meeste Europese regeringen besteden minder aan defensie dan de norm van 2 procent van het bnp. Ook Den Haag – altijd klaar met het vingertje als anderen begrotingsnormen schenden – doet al jaren of de neus bloedt. De Nederlandse defensiebegroting bedraagt 1,3 procent en blijft deze regeerperiode constant. Met zijn kritiek heeft president Trump „duizend procent gelijk”, zei premier Rutte voor zijn bezoek aan het Witte Huis, deze week in Nieuwsuur. Maar we blijven erbij, want we doen ons best en zetten ons voor missies in, toch?

Voor zulke nuances heeft Trump geen tijd. Hij zint op ruwere manieren om de Europeanen te dwingen hun defensie-inspanningen te verhogen. De handelsoorlog een tandje bijsteken? Soldaten terugtrekken? The Washington Post onthulde recent dat het Pentagon onderzoekt wat het zou kosten om Amerikaanse troepen in Duitsland, een land dat de norm ook niet haalt, te verplaatsen naar Polen, dat de norm wel haalt. Ook als denkoefening tekent het de geprikkelde sfeer. Net als Trumps repliek toen de Zweedse premier Stefan Löfven hem recent vertelde dat zijn land geen lid maar wel ‘partner’ van de NAVO was. „Lijkt mij ook wel wat”, zei Trump.

Een Noors historicus karakteriseerde de naoorlogse Amerikaanse rol in West-Europa ooit als ‘empire by invitation’, imperium op uitnodiging. In tegenstelling tot het sovjetregime in Oost-Europa, dat op militaire overmacht dreef, vond de Amerikaanse expansie na 1945 in West-Europa plaats dankzij instemming van lokale regeringen en bevolkingen: „Hartelijk welkom, komt u bij ons de baas spelen.”

In deze asymmetrie zaten de spanningen van zeventig jaar trans-Atlantische relaties ingebakken. Ten eerste vergaten wij in Europa graag dat de door de VS gestutte liberale orde van democratie en welvaart mede bestond bij gratie van Amerika’s militaire hegemonie (inclusief niet-liberale praktijken). Daarom nam Washington de Europese protesten tegen ‘imperiale oorlogen’ – van Vietnam tot Irak – nooit serieus; bondgenoten die veiligheid wilden, moesten niet zeuren.

Ten tweede leidde de situatie binnen Europa tot frictie tussen landen die hun vazalstatus prima vonden, zoals Nederland en West-Duitsland, en landen die op termijn liever zelf, of als ‘Europa’, voor hun zaakjes wilden zorgen, zoals Frankrijk. Toch bleven dit beheersbare misverstanden en conflicten: onze uitnodiging aan Amerika bleef staan. Ook nu nog.

Onder Trump voltrekt zich iets heel anders. Ineens zegt Amerika tegen Europa: „Bedankt voor het aanbod, maar van ons hoeft het niet per se meer.” Trump beschouwt ons allereerst als economische rivalen, geen haar beter dan China. Op een eventueel Amerikaans vertrek is in Europa geen antwoord, nauwelijks vermogen erover na te denken. Verdwazing en verweesdheid heersen, hoewel Obama de Europeanen al vroeg om een hogere NAVO-bijdrage en om meer te doen aan de veiligheid in onze ‘regio’; Noord-Afrika, Midden-Oosten, Kaukasus. Dan kon hij zich richten op China en de Pacific.

De schermutselingen tussen Trump en de Europeanen begeleiden het einde van twee tijdperken. Ten eerste dat van ‘de eeuw van Amerika’ (1917-2017); van Amerika’s inzet in WOI onder Woodrow Wilson tot Trumps terugtocht. Ten tweede het einde van vijf eeuwen Europees-westerse mondiale hegemonie – zeg, van Columbus tot Xi Jinping. Beide ontwikkelingen zijn slecht nieuws, en samen zeker. Ze vragen van Europa een koele inschatting van de verhoudingen, om ze af te remmen en een nieuwe rol te vinden.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof en hoogleraar Europees recht en EU-studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).

    • Luuk van Middelaar