Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Voorland Velp

Medisch Contact, ‘hét artsenvakblad van Nederland’, pakte uit met een ‘Velp-special’. Op de cover herkende ik de oprijlaan naar kasteel Biljoen, waar voor de vorm wat bejaarden waren neergezet, want Velp ligt qua vergrijzing ongeveer twintig jaar voor op de rest van het land. Bijna alle artikelen begonnen met een kop die de lading dekt: ‘Voorland Velp’, ‘Velp: grijze voorloper in het groen’ en ‘Velp: de toekomst is nu’.

Je zou ook kunnen zeggen dat de redactie zich had uitgesloofd om zoveel mogelijk vlaggen op een modderschuit te plaatsen, want zo leuk is het in Velp nu ook weer niet voor bejaarden. Ik ging langs bij een goede bron die vrijwel dagelijks aantoont dat Velp geen bejaardenidylle is.

Ik kwam door de achterdeur en zei ‘hallo’.

Mijn moeder zat in de groene stoel bij het raam en antwoordde dat ze er met de rollator twee uur over had gedaan om een liter melk te kopen.

„In de oorlog ging het sneller.”

Pas daarna keek ze tegen wie ze eigenlijk sprak.

„O, ben jij het.”

Ik liet haar het tijdschrift zien.

Ze had vooral interesse in de fotografie.

„Kasteel Biljoen, wat doen die bejaarden bij de ingang?”; „De hoofdstraat, daar zitten alleen nog maar opticiens en gehoorwinkels”; „De Posbank, je weet toch dat je vader en ik daar op het laatst een wild zwijn hebben gezien?”

Dat ze zonder het te weten al lange tijd in de toekomst woont, deed haar niets. Ze bleef al bladerend hangen bij een interview met een Velpse huisarts, een sympathiek ogende vijftiger die poseerde met de bips op zijn bureau. Hij zei 35 keer per jaar aan een sterfbed te zitten.

Omdat hij van achteren ook ‘Van Roosmalen’ heet werd mijn moeder – vooral ’s nachts – vaak gebeld door mensen met een hulpvraag.

„Terwijl ik mijn gehoorapparaat erin frunnik zeggen ze dan ‘Och, dokter. Ik heb toch zo’n hoofdpijn’. Nou ik ook, ik krijg een punthoofd van al die mensen die bellen voor dokter Van Roosmalen. Och, wat heb ik die man vervloekt.”

„Je kunt een geheim nummer nemen”, zei ik, „dan kunnen ze niet meer doorverwijzen naar jou.”

„En dan?” vroeg mijn moeder. „Dan belt er niemand meer.”

Later las ik in de Velp-special van Medisch Contact dat eenzaamheid de meest voorkomende ziekte is in Velp. De ene huisarts zei dat hij daar geen pilletje voor had, de andere constateerde dat de vraag naar euthanasie er steeg.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.

    • Marcel van Roosmalen