Opinie

Wielerautoriteiten hebben Froome beschadigd

Tour de France

Aan de vooravond van de 105de Tour de France, het wielerevenement dat zaterdag van start gaat, was het opeens duidelijk: Christopher Froome kan niet worden beschuldigd van dopinggebruik, het zwaard van Damocles dat ruim negen maanden boven hem hing, kan de schede in en worden weggeborgen.

Froome wordt niet geschorst, hij mag dus starten in de Ronde van Frankrijk en daarmee basta.

Ware het niet dat dit een affaire is die de wielersport opnieuw schade heeft berokkend en weer heeft laten zien dat sportorganisaties niet in staat zijn tot een helder en eenduidig antidopingbeleid, en vooral niet tot een voortvarende aanpak.

De Brit Froome, de beste klassementsrenner van zijn generatie, werd op 7 september 2017 in de Ronde van Spanje ‘betrapt’. Dat wil zeggen: een test liet zien dat hij het middel salbutamol overmatig zou hebben gebruikt. Normaal gebruik ervan is toegestaan voor sporters die astma hebben of zeggen te hebben, maar Froome had kennelijk te uitbundig gepuft. Daarmee stond doping niet vast; er kwam een proces op gang waarin de wielrenner de gelegenheid kreeg om zijn onschuld te bewijzen. Juridisch gesproken een twijfelachtige, maar in de dopingstrijd de gebruikelijke gang van zaken: niet de verdenking moet worden bewezen, maar de verdachte moet zijn onschuld aantonen.

Intussen speelde de internationale wielerunie UCI een merkwaardige rol, waarin zij vooral haar onmacht aantoonde. Voorzitter David Lappartient riep de werkgever van Froome, Team Sky, op om hem in afwachting van het verdere onderzoek te schorsen. Waar het om een professionele sporter gaat, komt zo’n straf neer op een beroepsverbod. Het droeg eraan bij dat Froome in de publieke perceptie al schuldig werd bevonden.

Daarna zei Lappartient regelmatig te hopen op een spoedige uitspraak, liefst nog voor de start van de Giro d’Italia. Dat lukte niet; deze ronde werd van 4 tot en met 27 mei verreden. Net als vorig jaar in Spanje was Froome de eindwinnaar. Vervolgens hoopte Lappartient op duidelijkheid voor de start van de Tour de France, om eraan toe te voegen dat hij daar zelf niet meer in geloofde. Intussen riep een andere Fransman, vijfvoudig Tourwinnaar Bernard Hinault, tot voor kort belast met een ceremoniële functie bij de Ronde, de renners op tot een staking als Froome toch zou starten. Volgens de Franse krant Le Monde zinspeelde Tourorganisatie ASO op een startverbod voor de Brit.

Vorige week kwam de internationale antidopingorganisatie WADA dan eindelijk tot het oordeel dat Froome geen dopinggebruik kon worden verweten. Een vermoeden dat in wetenschappelijke kring al breed leefde, omdat er diverse andere verklaringen denkbaar zijn waarom de gemeten waarde salbutamol in Froome’s urine de drempel had overschreden. Bovendien bestond er gerede twijfel over de betrouwbaarheid van de test.

De grootste fout bij dit alles is gelegen in de eindeloze duur van de procedure: meer dan negen maanden. Het moet mogelijk zijn in zulke gevallen overzichtelijke termijnen te hanteren, waardoor zowel de sporters, hun ploeg, hun concurrenten, organisaties als het publiek veel eerder duidelijkheid krijgen.

Nu is het kwaad geschied; naar te vrezen valt, is de wens dat Froome zonder publieke belemmeringen en beschimpingen aan de komende Tour kan deelnemen illusoir. Dat is de sport onwaardig.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.