Opinie

Stuur watjes het veld af

WK voetbal

Veel spelers lijden dit WK aan het huilebalksyndroom, schrijft . Schwalbes en andere aanstellerij zetten een grote domper op spel en kijkplezier.

Illustratie Jos Houweling

Laten we het over één ding eens zijn: voetbal is niet voor watjes. Maar vandaag doet zich in de voetballerij een verschijnsel voor dat als de pest om zich heen grijpt en goed bezig is het spel de nek om te draaien: het huilebalksyndroom.

Ik speel en volg al dertig jaar de voetbalsport met groot plezier, maar de aantallen infantiele aanstellerijen, in het bijzonder tijdens dit WK, vormen een steeds grotere domper op m’n gemoed. Voetbalteams beginnen zowaar op kleuterklasjes te lijken. Het kind krijgt een aai over z’n bol en onmiddellijk ligt het daar te kronkelen alsof de oren met een Damascus-lemmet zijn afgesneden. Een streling over de schenen en het begint te blèren als een zuigeling aan wie de tiet is onthouden. Een duwtje in de rug en het vliegt door de lucht, stort neer en speelt voor epilepticus terwijl de ogen wit wegdraaien.

De speler is niet de enige deelnemer aan deze poppenkast; de hele staf zit in het complot. Bij elke aanraking schiet de coach uit de dug-out en schreeuwt moord en brand en eist schuimbekkend een kaart. De arbiter, weifelend, geïntimideerd, angstig voor kritiek achteraf, gebaart naar de zijlijn en hup, daar komen de verzorgers al opgewonden aanhobbelen met zwaarbeladen EHBO-tassen – nog net niet met een brancard in hun kielzog. Tussendoor gluurt de huilebalk met een schuin oog naar de scheidsrechter; hopelijk is de ontsteltenis om hem heen groot genoeg. Lag hij kort tevoren nog aan de poorten van het hellevuur te kronkelen, na de hervatting zien we hem als een Lazarus uit de dood oprijzen en in sukkeldraf weer over het veld hobbelen. Een wonder waar Jezus noch Mohammed aan te pas kwam!

Van Neymar, Ronaldo, Suarez en Pepe (Messi als grote uitzondering) wisten we het al. Komedie is hun tweede natuur. Maar dat dit viertal intussen een groeiende schare volgelingen kent is nieuw.

Een groot wielrenfanaat ben ik niet, maar aan het koene karakter van deze sporters kan de huidige generatie voetballers een vette punt zuigen. Ik zag wielrenners in het prikkeldraad van weilanden belanden en daarna met bloedende armen en kuiten doorscheuren. Ik zag wielrenners hals over de kop gaan die, nadat de schouder in de kom was teruggedraaid, gauw weer op hun fiets sprongen en wegvlogen. Maar laten we het bij voetbal houden – een echte mannensport, toch? Wel eens de bikkels gezien van het damesvoetbal? Als de juffers met de koppen tegen elkaar beuken lopen ze rustig door. Geen gezeik, geen getrut. Als leeuwinnen strijden ze om de eer en de winst.

Natuurlijk, er is tegenwoordig de VAR-registratie (Video Assistant Referee), en dan denk je dat het oog van de arbitrage niets meer ontgaat. Niets is minder waar. Het probleem met de VAR is dat in de praktijk zijn inzet te vaak onderworpen is aan willekeur. In het ene geval wordt hij wel en in het andere geval niet geraadpleegd; de richtlijnen zijn niet helder. Maar de crux is: wat zijn de consequenties als de misleiding aan het licht komt? Hoe oordeelt de scheidsrechter? In het gunstigste geval gaat de zogenaamde overtreder vrijuit en wordt het spel hervat. Dit lijkt rechtvaardig maar intussen heb je als toeschouwer er al flink de pest in; de reeks aanstellerijen verzieken chronisch het hele spel en daarmee ook het kijkplezier.

Daarom deze oproep, in naam van de schoonheid & sportiviteit van deze prachtige sport. Een oproep aan alle betrokkenen.

1. De speler

Bent u thuis ook zo’n huilebalk? Natuurlijk niet, het is erger: u speelt voor huilebalk. Maar wist u niet dat de laagste van alle schurken de dader is die zich hult in de mantel van slachtoffer? Waarom gaat u niet bloemschikken of midgetgolfen in Hollywood? Uw ingebeelde grootheid verschrompelt voor het oog van de natie in een zielig kabouterschap. Uw lafheid werpt een onwisbare smet op uw talent. Op uw karakter. Hoeveel miljoenen u ook casht, hoeveel cabrio’s en fotomodellen u ook berijdt, hoeveel stoere tattoos u ook in de armen en benen kerft, in de annalen van de geschiedenis zult u nooit worden herinnerd als een groot sportman, maar als een laffe matennaaier.

2.De trainer

In de kleedkamers bent u aan het woord en injecteert u het gif in uw spelers. U moedigt ze aan om de tegenstander kaarten aan te smeren. Op de trainingsvelden leert u ze de listen en streken om de komedie zo levensecht mogelijk op te voeren. U wilt winnen, niet door eervol en manhaftig de strijd aan te gaan, maar door uw opponent op slinkse wijze in diskrediet te brengen. In naam van ‘fair play’ pleegt u corruptie en degradeert u en passant het trainersvak tot een schurkenbaan. U toon zich een haatzaaier zonder baard.

3. De arbiter

Waarom laat u zich toch zo vaak om de tuin leiden? U geeft een vrije trap of, erger, u trekt de kaart en geeft hem – aan de verkeerde! U hebt niet door dat het slachtoffer de ware dader is. Voor Schwalbes durft u de kaart al bijna niet meer te trekken. Bent u soms geïntimideerd door diva-gedrag? Bent u gevoelig voor grootheidswaan en het gebrul uit de tribunes? Mijnheer de arbiter, u bent aangesteld om de rotte appels, groot of klein, uit de mand te halen. Om fictie van non-fictie te onderscheiden. In het gunstigste geval raadpleegt u de videoscheidsrechter en u concludeert: niks aan de hand. U laat doorspelen. Maar precies hier gaat u de mist in. U laat een misselijke streek onbestraft. U voedt bij toekomstige generaties de gedachte dat misdaad loont. Maar gelukkig hebt u, samen met de FIFA, het medicijn in handen om korte metten te maken met het huilebalksyndroom: enkeltje kleedkamer.