Smeermaas na sambavoetbal van hun Duivels: ‘Nu gaat het ontploffen’

In café De Toerist in Smeermaas, net over de grens, klinken angstige oehs en aahs bij Braziliaanse kansen, gejoel bij die van de Belgen. “Een beetje spanning kunnen we wel aan.”

Café De Toerist. Foto Paul van der Steen

“Op 15 juli zetten wij een bord aan de grens: Welkom in het land van de wereldkampioen”, zegt Roel Teunkens, die een shirt draagt met zijn bijnaam Tunki en het rugnummer 84. Duizend doden is de inwoner van het Belgische dorp Smeermaas, net ten noorden van Maastricht, gestorven tijdens de wedstrijd van de Rode Duivels tegen Brazilië. Sigaretten en een vriend houden hem de laatste helft overeind. Maar nu na het laatste fluitsignaal kan er gevierd worden in het plaatselijke café De Toerist. Zijn armen gaan de lucht in.

De eigen straat van uw verslaggever van dienst in het buitengebied van Maastricht moet het opnieuw een voetbalkampioenschap zonder oranje versieringen stellen. Honderd meter van huis begint België, het dorp Smeermaas om precies te zijn. Daar liep de toernooikoorts de afgelopen weken langzaam maar zeker op. Een enkele straat zoals de Dukatonweg zag al vanaf het begin van het WK zwart, geel en rood van de vlaggen en andere versieringen. Elders begon men met bescheiden Duivels-snuisterijen als kapjes over de achteruitkijkspiegel. Na de wedstrijd tegen Engeland was de vreugde over het nationaal team ook voor het eerst aan de Nederlandse kant van de grens hoorbaar.

Foto Paul van der Steen

Ooit was Smeermaas vergeven van de cafés. Alleen al op de eerste honderd meter na de grens zaten tien uitspanningen, waar half Maastricht na Nederlandse sluitingstijd het feest voortzette. “Het waren er 34 in het hele dorp. Nu zijn wij nog wij nog de enige”, vertelt Jaap Maat, sinds een jaar de uitbater van café De Toerist. Op het terras achter zijn zaak staat een groot tv-scherm. Zwart landbouwplastic houdt de avondzon weg, maar maakt het wel tropisch warm.
Voor de wedstrijd tegen Brazilië is het lekker druk. “Net als tegen Engeland”, zegt Maat. “De andere wedstrijden was het ietsje minder.” Straks na de wedstrijd is er live-muziek, de lokale grootheden zoals zanger Frans Theunisz.

Oehs en aahs

Maar eerst is het tijd voor “de match”. Ongeveer de helft van de bezoekers is gekleed in de nationale kleuren. Een vrouw met een zwart-geel-rode bloemendiadeem in het haar krijgt complimenten van een man in zijn gewone kloffie. ,,Volgens de dresscode”, zegt ze, ,,de heren moesten in onderbroek komen.”

,,We zien af, maar we staan voor”, concludeert de tv-commentator enige tijd na de moeizame aanvang bij de verrassende 2-0 in de eerste helft. Zo beleeft het café het ook. Angstige oehs en aahs bij Braziliaanse kansen, gejoel bij die van de Belgen.

Teunkens steekt bij rust nerveus een sigaretje op. Hij is er nog niet helemaal gerust op. Zijn plaatsgenoot Jean Corstjens, hoedje met de Belgische driekleur op het hoofd en een rood T-shirt strak over de forse buik, heeft er wel alle vertrouwen in. ,,Fantastisch. We hebben de wedstrijd onder controle. En een beetje spanning kunnen we wel aan. Die wedstrijd tegen de Japanezen heb ik ook overleefd.”

De tweede helft eist nog veel van het publiek op het terras van De Toerist. België heeft niet meer de overmacht van het laatste deel van de eerste helft. Brazilië dringt aan. Bij spaarzame counters schreeuwen de naar het scherm kijkende Belgen hun ploeg naar een verlossend derde doelpunt. Dat valt niet, wel de tegentreffer. Keeper Thibaut Courtois, een man groot geworden in het een paar dorpen verderop gelegen Bilzen, voorkomt erger.

Smeermaas weet het pas zeker als Kevin de Bruyne in de allerlaatste minuut van de verlenging een hoekschop meekrijgt. Nu is het gejuich niet meer te stoppen. De tap gaat nu nog vaker open. De ingehuurde artiesten hoeven niet bezorgd te zijn over gebrek aan stemming.

,,Wij Belgen zijn anders dan de Nederlanders”, legt Teunkens uit. ,,Jullie zijn meteen al aan het begin van een toernooi enthousiast. Wij kijken het altijd eerst even aan. Maar”, voorspelt hij, “nu gaat het ontploffen.”

    • Paul van der Steen