‘Om niets te bezitten, dat gaf mij plezier’

Spitsuur Als priester geeft Teun Warnaar (37) missen in tien kerken in Noord-Holland. Hij koos voor het priesterschap na een openbaring tijdens zijn studententijd. „Celibatair leven is een offer, maar ik vind het mooi om enkel voor God en andere mensen te leven.”

„Op zondagochtend geef ik twee missen in Heemskerk. Soms is de mis in de Laurentiuskerk afgelopen en hoor ik de klokken van de Mariakerk al luiden.” Foto David Galjaard

Teun: „Elke ochtend sta ik om zeven uur op en ga ik naar de kapel om te bidden. Vaak bid ik voor een zieke, of voor de jongeren van onze parochie - dat ze geraakt mogen worden door het geloof. Dan, zo rond acht uur, ga ik ontbijten en begint de drukte van de dag.

„Als priester geef ik ochtendmissen in onze parochies in Noord-Holland – tien kerken in totaal. Ik werk voornamelijk in Heemskerk, maar in de regio wisselen we af met vier priesters en een diaken. Er zijn steeds minder priesters, dus we verdelen het een beetje.

„Dinsdagochtend geef ik in Beverwijk een mis voor zo’n twintig ouderen. Natuurlijk voor het geloof, maar het is ook sociaal. Achteraf drinken we dan een kop koffie. Op zondagochtend geef ik twee missen in Heemskerk. Soms is de mis in de Laurentiuskerk afgelopen en hoor ik de klokken van de Mariakerk al luiden. Dan stap ik snel op de fiets, want ik moet mij dan nog klaarmaken.

„Op straat draag ik geen priestergewaad, maar wel een boord – ook als ik boodschappen doe. Ik merk dat mensen het zien. Laatst zat ik in de trein en zag ik twee mensen staren. Toen ik uitstapte, vroegen ze in het Engels of ik priester was. Het waren Syrische christenen. Dat ze mij zagen deed hen goed, want in Nederland merk je op straat weinig van het geloof. Van dat soort momenten kan ik genieten.

„Het mooiste is als mensen worden geraakt. Bijvoorbeeld tijdens de preek. De Bijbellezingen staan vast, maar zo’n preek bedenk je zelf. Vaak koppel ik de lezing aan iets menselijks, iets kleins. Aan het begin van de week lees ik in en tegen zondag werk ik het uit. Soms levert het stress op. Het is dan net als een kunstenaar die niet weet wat hij schilderen moet.

„De uitvaarten, die komen altijd tussendoor. Dan ga ik langs bij de families en luister. Soms is er acceptatie, een andere keer is het moeilijker, dan sterft iemand plotseling of jong. Soms ligt de persoon opgebaard in huis. Dat vind ik mooi. Dan gaan we even rond de kist staan en bidden we samen.”

Mooie, zware tijd

Teun: „Op mijn vijfentwintigste nam ik het besluit priester te worden. Met mijn ouders ging ik elke zondag naar de kerk, maar het groeide pas tijdens mijn studie Chemische Technologie in Enschede. Daar zat ik bij een christelijke studentenvereniging.

„Op een vrijdagochtend las ik in de bijbel over de engel Gabriël die naar Maria toekomt en vertelt dat ze zwanger zal worden. Maria zegt dan: ‘De Heer wil ik dienen: laat met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Ik zag daarin haar overgave en daarin ook mijn wil om mijn leven voor God te leven.

„Ik ging naar de universiteit en vertelde het tegen een vriend. Hij vroeg: ‘Ga je dan priester worden?’ Op dat moment had ik nog nooit aan het priesterschap gedacht. Hoewel mijn moeder later zei: ‘Dat heb ik altijd al geweten’.

„Op internet zocht ik naar opleidingen en kwam uit bij het seminarie in Vogelenzang, bij Haarlem. Een zesjarige opleiding met een stagejaar in het bisdom Haarlem-Amsterdam. Ik zat intern, in kleine klassen met een stuk of twintig mensen, veelal jongeren.

„Na een paar jaar wilde ik radicaler leven. Ik trad in bij de internationale priesteropleiding van de congregatie van Moeder Theresa, een groep paters die in armoede leeft. Vierenhalf jaar zat ik in India, Rome en Mexico. We leefden in gemeenschap, stookten op hout. Je had drie setjes kleren en die waste je met de hand. Na negenen mocht je niet meer spreken tot aan het ontbijt.

„In Mexico brachten we gezinnen, vaak opgebroken door drugs, weer bij elkaar. We vertelden over God en baden samen. Doordat we zelf ook in armoede leefden, konden we ons beter inleven.

„Zelf vond ik het niet moeilijk om niets te bezitten, het gaf mij zelfs plezier. Toch ben ik uitgetreden: we sliepen weinig en je kon jezelf nooit terugtrekken – het was een mooie, maar zware tijd.

„In Nederland heb ik mijn opleiding afgemaakt. Ik liep stage in Heemskerk en ben daar gebleven, maar het zou zo kunnen dat ik over een tijdje ergens anders zit. In de zomer worden vele priesters verplaatst. De bisschop gaat over de benoemingen, ik heb daar geen invloed op.”

Celibatair leven

Teun: „Als ik opnieuw zou mogen kiezen, had ik een nog exactere studie gekozen: Technische Natuurkunde of zo. Ik houd erg van wiskunde en programmeren. Met een paar vrienden heb ik ook een app gemaakt voor het getijdengebed - de kerk heeft een eigen kalender met heilige teksten die alle priesters op gezette tijden moeten bidden.

„Zelf bid ik trouwens niet altijd netjes op de juiste tijden. Soms heb ik ’s avonds nog twee gebeden openstaan – door afspraken of vergaderingen loopt het soms door elkaar.

„Ik woon in een groot huis boven de parochie. Er is veel stilte voor gebed, maar als ik ’s avonds thuiskom, voelt het niet als een thuis. Soms vind ik het alleen zijn moeilijk. Het is fijn als je iets meemaakt dat te kunnen delen. Gelukkig krijg ik veel mee: mijn broer en zus hebben een gezin en ik werk met jongeren bij de communies en vormsels.

„Celibatair leven is een offer, maar ik vind het mooi om enkel voor God en andere mensen te leven. Toen ik besloot priester te worden, zei een vriend: ‘dat is wel een moeilijke keuze.’ Maar voor mij was het geen keuze: het was duidelijk dat God mij riep.”

    • Fabian de Bont