Recensie

Ode aan die vervelende kwal

Boekrecensie

Juli Berwald zoekt in haar boek niet alleen naar kwallen, maar ook naar haar eigen ruggengraat.

In West-Europa waren we destijds op ander nieuws gericht, maar in 1989 viel niet alleen de Muur – ook de visserij in de Zwarte Zee stortte in elkaar. In 1988 werd nog bijna 800.000 ton vis uit het water gehaald; in 1990 was dat slechts 66.000 ton. De ansjovisvisserij stortte vrijwel volledig in, schrijft Juli Berwald in haar boek Spineless, een ode aan de kwal.

Want wat was de oorzaak? Mnemiopsis leidyi, de Amerikaanse ribkwal. Waarschijnlijk was er begin jaren tachtig één meegekomen met een schip dat ballastwater uit de Golf van Mexico in de Zwarte Zee had geloosd. Het ribkwalletje trof er geen vijanden aan, maar wel een feestmaal aan plankton – het voedsel van de vissen. Mnemiopsis kan zich ongeslachtelijk voortplanten, en razendsnel. Op sommige plekken begon de zee op gelei te lijken.

Kwallen zijn vervelend – zo wordt er vaak over ze gedacht. En ze zijn ook vaak vervelend, voor mensen. Ze bedreigen de visserij, leggen energiecentrales plat door massaal koelwatersystemen te verstoppen, steken je als je net lekker in zee zwemt. Of ze doden je: de Australische zeewesp Chironex fleckeri met zijn drie meter lange tentakels kan in drie minuten een volwassen man om het leven brengen. Maar ze zijn ook razend interessant, met hun bijzondere manier van voortbewegen, voortplanten, licht geven, leven überhaupt.

Schrijfster Berwald raakte per toeval in kwallen geïnteresseerd toen ze ze in een artikel zag staan als ‘winnaars’ van de klimaatopwarming. Maar zijn ze dat wel? Het was het begin van een jarenlange zoektocht naar alle verhalen over kwallen. Voornamelijk wetenschappelijke verhalen, maar ze vertelt ook over haar poging om drie kwallen als huisdier te houden (Peanut, Butter en Jelly, ze leefden niet lang) en over haar poging om kwallen eetbaar te krijgen (niet diezelfde kwallen trouwens). Haar boek gaat ook over haarzelf: degene die de ruggengraat uit de ondertitel van het boek krijgt, is zij.

Berwald heeft ooit oceaanwetenschappen gestudeerd, maar ze was daar ver vanaf gedreven: ze schreef studieboeken terwijl ze voor haar gezin zorgde. Thuis met twee jonge kinderen miste ze intellectuele stimulatie. De kwallen veroverden die plek in het ecosysteem van haar psyche even voortvarend als ribkwal Mnemiopsis de Zwarte Zee veroverde. Dus gingen eerst alle airmiles en vakanties van het gezin op aan kwallenbestemmingen; later reisde ze ook in haar eentje naar wetenschappelijke congressen en kleine Japanse vissersdorpjes.

Het mooie is dat Berwald haar lezers overdondert met fascinerende kwallenfeitjes, terwijl ze ook duidelijk maakt hoe moeilijk het is om antwoord op de simpelste vragen te krijgen. Nemen kwallen door klimaatverandering in aantal toe? Wat veroorzaakt een kwallenplaag? We weten het niet. We weten evenmin wat kwallen aten toen ze net bestonden, omdat hun huidige voedsel pas later in de evolutie is ontstaan. En we weten niet waar ze allemaal zijn in de poliep-fase van hun complexe levenscyclus, of waardoor ze nou de medusa-fase ingaan die wij als kwal kennen.

In de Zwarte Zee is in elk geval weer visserij. Terwijl speciale commissies nog debatteerden over de vraag of het veilig was om ribkwal Beroe ovata uit te zetten, de natuurlijke vijand van Mnemiopsis, bleek die uit zichzelf met later ballastwater te zijn meegekomen. De aantallen Mnemiopsis namen snel af. Maar Mnemiopsis zit tegenwoordig wel overal: van Australië tot de Noordzee. En wat ook weer bloeit, is de kwallenwetenschap.

    • Ellen de Bruin