Opinie

    • Hugo Camps

Neuriën

Wielrennen is getekend door heimwee en vergankelijkheid. De Tour die deze zaterdag haar Grand Départ kent, wordt nog een weekje overschaduwd door de wereldbeker voetbal. Het contrast is immens. Multimiljonairs versus loonarbeiders. Vijfsterrenhotels versus shabby plattelandse kruipholen waar het soms ontbreekt aan warm water. Zware valpartijen versus schwalbes. Obsceen labeur versus vergoddelijking bij voorbaat.

Wielrennen is de sport van en voor de armen. Winnen is een overlevingskwestie, daar hoeven Neymar, Cavani en Hazard niet wakker van te liggen. Zij zwemmen in het geld. Antwan Tolhoek beklimt bergen voor krap 1.500 euro. Het uitgemergelde lichaam brandend van ademnood.

Toch is ook la grande boucle een pakhuis van het kapitalisme geworden. Met leenheren en een proletariaat. Team Sky kan zelfs regels en wetten afkopen. De dispensatie voor Chris Froome voor zijn salbutamolaffaire is een stuitend voorbeeld van witteboordenjustitie. Het werpt de wielersport terug in de prehistorie van gunsten en combines.

Bij de ploegvoorstelling werd Froome minutenlang op boegeroep onthaald. Hij gaf geen krimp. Onnozelheid van de massa raakt hem niet. Hij weet dat er een juridisch fort om hem heen is gebouwd. Zelfs ratten wagen hun hachje niet langer. Froome is per decreet van hoge instanties tot „schone” renner verklaard. De ene puffer is de andere niet.

De renners schikken zich in de ongelijkheid. Al sprak Tom Dumoulin iets van verachting uit voor de puinhoop van recht en transparantie. Maar ook hij legt zich neer bij de onvermijdelijkheid van het Sky-imperium. Het peloton blijft de emanatie van het kasteverschijnsel.

De afwezigheid van Oranje op het WK voetbal heeft het verlangen naar goedaardig nationalisme aangescherpt. De komende weken kan het Nederlandse cyclisme voor eerherstel van de sportnatie zorgen. We hebben er de renners voor, met Tom Dumoulin als primus inter pares. Na zijn tweede plaats in de Giro ambieert hij het podium in de Tour. Het vertrouwen is er, de druk is weg. Anders dan zijn gemoedsrust laat uitschijnen is Dumoulin een onverbeterlijke avonturier.

Het Nederlandse cyclisme heeft ook weer een topsprinter in zijn rangen. Dylan Groenewegen is intrinsiek misschien wel de snelste sprinter van de hele meute. Hij heeft de oekazementaliteit van de jeugd mee. André Greipel en Mark Cavendish sprinten niet meer op de kracht der zotheid. In de bergen zal good old Robert Gesink wel weer uit zijn schulp komen, met Bauke Mollema en Steven Kruiswijk in het wiel. Kortom, er zijn kansen zat om thuis, op zachte avonden, het Wilhelmus te neuriën.

Ik mis één renner: Mathieu van der Poel. De bravoure waarmee hij laatst nationaal kampioen is geworden, zette wielerliefhebbers met open mond. De tricolore numero uno zou in de kasseienetappes van de Tour Froome en de zijnen vermalen hebben tot zaagsel. Helaas, hij is er niet bij, en dat mag zijn omgeving worden aangerekend. De (verloren) jaren gaan snel in een wielerleven.

Deze Tour is hoe dan ook gedeukt nog voor het startschot is gegeven. De hypocrisie van de ASO en de UCI in de pufaffaire- Froome heeft de kwade dampen van het verleden weer opgerakeld. Elke pedaalslag van de Brit – hoe magistraal ook – zal vergezeld worden door achterdocht. Als Froome straks in Parijs voor de vijfde keer in het geel staat, zullen bewondering en vertwijfeling nog steeds om de bovenhand vechten.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.

    • Hugo Camps