Nederlander betaalt gemiddeld 93 euro te veel voor zorgverzekering

Ziektekostenverzekeringen laten zich moeilijk vergelijken. Daarom betalen veel Nederlanders te veel, omdat ze niet weten dat het elders goedkoper kan, blijkt uit onderzoek van toezichthouders.

Maar 6 procent van de Nederlanders stapt over van zorgverzekeraar Foto iStock

Miljoenen Nederlanders betalen gemiddeld 93 euro per jaar te veel voor hun ziektekostenverzekering. Voor een basisverzekering met dezelfde voorwaarden zouden deze consumenten goedkoper uit zijn – als ze prijzen zouden vergelijken. Dat blijkt vrijdag uit een onderzoek dat toezichthouders ACM (Autoriteit Consument en Markt) en NZA (Nederlandse Zorgautoriteit).

Volgens ACM en NZA hebben 9,8 miljoen Nederlanders in 2018 een polis waarvoor een goedkoper alternatief bestaat, dat ongeveer dezelfde voorwaarden biedt. De verschillen tussen vergelijkbare verzekeringen kunnen oplopen tot 188 euro voor een restitutiepolis en 222 euro voor een naturapolis. In totaal betalen Nederlanders zo tussen de 950 miljoen en 1,2 miljard euro teveel voor hun zorgpolis, zo schatten de twee toezichthouders.

Veel Nederlanders stappen echter niet over van zorgverzekering. Sinds 2006 is 60 procent van de Nederlanders niet veranderd van ziektekostenverzekeraar. Het jaarlijkse overstappercentage ligt rond de 6 procent en wordt als laag beschouwd.

Informatie te complex

Uit consumentenonderzoek door de ACM blijkt dat voor consumenten veel informatie niet goed vindbaar is en deze bovendien vaak te complex is. 57 procent geeft aan dat ze het lastig vinden om hun polis te vergelijken met die van andere verzekeringen. Ook vindt zes op de tien zorgverzekerden dat het vergelijken van zorgverzekeringen te veel tijd kost.

Lees ook: Zorgverzekeraars: premies moeten fors omhoog

Verschillen tussen basispolissen lijken soms groter dan ze in werkelijkheid zijn. Schijndifferentiatie, noemen NZA en ACM dat. Ook uit merkentrouw of tevredenheid over hun verzekeraar stappen polishouders liever niet over. Of ze zijn bang om bepaalde zorg kwijt te raken.

Volgens NZA en ACM zijn er in 2018 55 basispolissen, dat zijn er zes minder dan in 2016. Maar volgens de onderzoekers zijn er eigenlijk maar ‘10 echte smaken’. Soms worden bijna identieke polissen door de zelfde verzekeraar aangeboden onder verschillende namen.

De onoverzichtelijkheid voor consumenten wordt nog groter door het aanbod van een grote hoeveelheid aanvullende en collectieve verzekeringen. Door die verschillende verpakkingen zijn er daardoor uiteindelijk 64.000 varianten op de markt. Onlangs maakte minister Bruins van VWS al bekend dat hij die hoeveelheid aan zogeheten kloonpolissen wil aanpakken door de collectieve korting te beperken.

Minder polissen

NZA en ACM zien nadelen in de geringe overstapbereidheid van consumenten. De kans ontstaat dat ze daardoor niet de beste verzekering voor hun situatie hebben. Voor ziektekostenverzekeraars neemt het de prikkel weg om hun premie en hun productaanbod te verbeteren. Tegelijkertijd constateren ze ook dat zorgverzekeraars in financiële problemen kunnen komen als veel verzekerden overstappen naar polissen met de laagste premies. Volgens de zorgverzekeraars bieden zij ook polissen aan onder de kostprijs.

Verbetering van de toegankelijkheid en kwaliteit van de informatie van de polissen wordt nu vaak als oplossing gezien, maar is niet genoeg, stellen de toezichthouders. Het terugdringen van het aantal polissen per verzekeraar zou ook een goede stap kunnen zijn.

Eind vorig jaar maakten ACM en NZA al de eerste voorlopige conclusies van hun onderzoek bekend, waaruit ook al bleek dat veel consumenten voor een goedkoper alternatief zouden kunnen kiezen. Dat onderzoek was alleen gebaseerd op polissen in 2016. Voor het onderzoek dat vrijdag is gepubliceerd zijn ook de polissen van 2017 en 2018 onderzocht en heeft ACM een onderzoek onder consumenten laten uitvoeren.

    • Daan van Lent