Met z’n allen aan de algen (alleen de kleur kan een obstakel zijn)

Voeding Wie minder vlees wil eten, kan ook eiwit halen uit algen. De verse algen in je algenburger komen niet uit een vijver, maar uit een lab in Hengelo.

Smoothies van blauwe bessen en algen. Foto Duplaco

In een loods op een industrieterrein zien we in de ene ruimte glazen flesjes met groene vloeistof schudden en in de ruimte ernaast staan twee melktanks. Is dit een lab of een boerderij? Of allebei? Hier, bij Duplaco in Hengelo, worden algen gekweekt en geoogst. Algen die sinds half juni bij Albert Heijn te vinden zijn in een burger waar de groene consument blij van wordt: Hollandse quinoa en algen, ook geschikt voor veganisten.

Het schap met vleesvervangers in de supermarkt dijt gestaag uit. Vivera kwam eind mei met vegetarische ‘biefstukc’, Sea Green met burgers van wakame (zeewier) en BOON maakt burgers en ballen van peulvruchten – om er maar een paar te noemen. ABN Amro berekende dat de markt voor vleesvervangers de afgelopen vijf jaar 12 procent groeide. De consumptie is nog steeds peanuts als je het vergelijkt met de bergen vlees die we eten – bijna 39 kilo per jaar. Maar zelfs een paar procent minder vlees is een enorm gat in de markt voor iedereen die vegetarische alternatieven verkoopt.

Wat de varkensboer is voor de slager, is Marcel Oogink voor de vegetarische slager. Hij levert de algen, voedselproducenten Bobeldijk en Labeij maken er burgers van. Algen zijn op zichzelf niet bijzonder: ze zitten in de vissenkom, ze tieren welig als zeewier. Bijzonder is wel dat dit Nederlandse algen zijn, die binnen, in het donker, steriel, gekweekt worden. De meeste algen komen in poedervorm uit Azië en worden buiten in bassins gekweekt.

De kleur kan een obstakel zijn. De klassieke vleeseter kan groen in een burger associëren met bederf

Duplaco verkoopt naast poeder als enige in Europa ook verse algen: een vloeibare substantie die er een beetje uitziet als spinaziesap. Juist deze verse algen doen het goed in de burger, ze maken ’m sappiger en smeuïger.

We weten waar soja en kikkererwten vandaan komen, maar algen? „Mensen zeggen weleens: dit kan ik thuis in de vijver ook kweken”, zegt Oogink. Hij laat zien dat voor veilige, verse Chlorella meer nodig is dan water en zon. Sterker, zijn algen krijgen helemaal geen licht. Dat betekent dat er iets anders nodig is om biomassa te kweken.

Algenvermenigvuldiging

Oogink geeft een kijkje in de algenkeuken, hij begint bij de conceptie. In petrischaaltjes zien we streepjes groen, cellen van Chlorella-microalgen, aangekocht uit een stammenbank. Daar maken de mensen van Duplaco uitstrijkjes van die zich langzaam vermenigvuldigen, waarbij de cellen gescheiden worden van de bacteriën.

Vandaaruit worden ze in een flesje verder opgekweekt, en groeien ze met voeding (stikstof, suiker en fosfaat) tot het genoeg is voor de volgende stap. Oogink laat een flesje met groen sap zien. „Dit kunnen we ongeveer twee maanden goedhouden.” Vanuit de incubator – een soort broedkoelkast – gaan ze naar de fermentor, een kweekfabriekje waar een halve liter algen ingaat en na 60 uur 10 liter uitkomt. Nu begint de wonderbaarlijke algenvermenigvuldiging pas echt goed op gang te komen.

Het schap met vleesvervangers dijt gestaag uit. Zit er in een algenburger eigenlijk wat je nodig hebt?

Op naar de volgende ruimte. Daar gaan de algen in de volgende fermentor. De zuurgraad gaat omhoog en er gaat weer voeding bij – net zo lang tot het vat vol zit. Binnen 48 uur is de algensoep van 10 naar 500 liter gegroeid.

Als alle suiker is opgegeten en omgezet naar biomassa, kan er geoogst worden. Een klein deel blijft achter en groeit in 24 uur opnieuw aan totdat nogmaals 10 procent van de vloeistof uit alg bestaat. En dan nog een keer. De oogst gaat naar een koeltank (melktank 1) en kan daar worden ingedikt totdat 20 procent van de pasta uit alg bestaat, daarna kan de alg worden gedroogd. Aan het einde van de lijn staat een vaatje waar wat poeder omheen ligt. De ‘natte’ algen worden in grote emmers gegoten, klaar voor transport.

Per jaar kan Oogink op deze manier zo’n 150.000 liter verse algen produceren, 15.000 kilo ‘droge stof’. Het poeder kost 15 tot 30 euro per kilo, het verse spul 3 tot 6 euro.

Het grootste deel van de algen wordt gedroogd en de meeste poeder belandt in voedingssupplementen en huisdiervoeding. Nu nog is maar een fractie van de Hengelose algen bestemd voor menselijke voeding, terwijl het daar toch uitermate geschikt voor is. Algen zijn een goede eiwitbron – vandaar ook dat ze worden omarmd door iedereen die de wereld van dierlijke naar plantaardige eiwitten wil bewegen. In een quinoa-algenburger zit 17 gram eiwit per 100 gram, bijna net zoveel als in een gewone hamburger.

Geen slootwater

Marcel Oogink kijkt wel uit om gezondheidsclaims te doen. Maar hij ziet wel dat algen appelleren aan de wens van consumenten om gezonder en duurzamer te eten, sporters zijn bovendien dol op eiwit (proteïne). „En het kan overal in: pasta, ijs, pizzabodems.” Hij pakt zijn telefoon en laat een foto van een plak groene cake zien. „Mijn dochter bakt ermee.”

Maar algen zijn relatief onbekend en dus onbemind. Oogink moet soms praten als Brugman om mensen ervan te overtuigen dat hij geen slootwater verkoopt. Liever laat hij het proeven. Hij zet twee potjes poeder op zijn bureau en roert een paar theelepels door twee glaasjes water. Ja, inderdaad, de Aziatische algen smaken sterker, bitterder.

De Nederlandse algen zijn neutraler van smaak – om niet te zeggen: het smaakt naar niks. Dat is een voordeel, zegt Oogink. „Je koopt het niet voor de smaak, maar voor de voedingswaarde en de kleur.”

De algenburger. Foto Duplaco

Al kan die kleur ook een obstakel zijn. De bewuste vegaklant associeert groen misschien met bladgroente, met vers en gezond. De klassieke vleeseter kan groen in een burger óók associëren met bederf. „Eerder heeft Jumbo met algenburgers geëxperimenteerd, toen bleven ze soms gewoon in het magazijn liggen. Kennelijk wisten filiaalhouders niet wat ze ermee aan moesten.”

Lees ook: Veganisten moeten niet zo moralistisch zijn, vindt deze veganist

Bijna tien jaar zit Oogink nu in de algen, dit jaar verwacht hij voor het eerst winst te maken. Het zal nog wel even duren, verwacht hij, voordat Nederlanders niet meer gek opkijken van algen op hun bord. „Ik zie hier in het oosten van Nederland dat mensen wel heel erg gehecht zijn aan hun stukje vlees en ik hou er zelf ook van, maar we zullen met z’n allen toch van onze vleesverslaving af moeten.”

Diezelfde middag levert AH bij de verslaggever een pakketje met daarin twee algen-quinoaburgers, elk 75 gram, samen 2,99 euro. Als we ze thuis serveren, met gebakken aardappeltjes en sla, is het oordeel gematigd positief. Niemand kan zeggen dat hij algen proeft. „Beetje groente-achtig”, oordeelt het thuispanel, „vast lekker met een worstje erbij.”

    • Martine Kamsma